Intern memorandum / ambtelijk schrijven.
Origineel
Intern memorandum / ambtelijk schrijven. [Hoofdtekst]
De stallenzetters Cohen, v. Gelder, v. Rooijen en Schelvisch hebben mij verzocht aan U te willen voorstellen, de verzorging van de marktverlichting aan de gezamenlijke stallenzetters van het Waterlooplein, dat zou dan zijn aan opgemelde 4 personen te zamen met Schuitevoerder, te willen opdragen.
Genoemde vier personen bieden aan, de verzorging op zich te nemen, voor een bedrag van f 250.- per jaar. Een der personen zou dan de verantwoording voor het materiaal op zich nemen en zich met de uitgifte der snoeren belasten.
Schuitevoerder ontvangt eveneens f 250.- per jaar.
(voorstel f 62.50 per 3 maanden)
Het verzoek van genoemde vier personen acht ik billijk. Indien Schuitevoerder zou weige- [tekst breekt af onderaan pagina]
[Aantekeningen in de kantlijn/bovenaan]
* Rechtsboven: Is dit onderhoud nog noodig? 5-9-39. [Paraaf/Handtekening]
* Midden rechts: Hr. Cohen en v Gelder roepen op Woensdag a.s. des middags om 2 uur. 7-9-39 delian(?)
* Uiterst rechts: opger. per 13/9 * Onderwerp: Een verzoek van vier marktmedewerkers (stallenzetters) op het Amsterdamse Waterlooplein om het beheer en de verzorging van de marktverlichting over te nemen.
* Sleutelfiguren: De stallenzetters Cohen, van Gelder, van Rooijen en Schelvisch, evenals een persoon (of functie) genaamd Schuitevoerder.
* Financiën: Er wordt een jaarbedrag voorgesteld van 250 gulden voor de groep van vier, en eenzelfde bedrag van 250 gulden voor Schuitevoerder. Dit komt neer op kwartaalbetalingen van 62,50 gulden.
* Taken: Het gaat om het onderhoud van de verlichting, de verantwoordelijkheid voor het materiaal en de uitgifte van elektriciteitssnoeren.
* Status: Het document lijkt een ambtelijk advies te zijn ("acht ik billijk") waarop door een superieur kritische vragen zijn gesteld ("Is dit onderhoud nog noodig?"). Dit document stamt uit september 1939, de maand waarin de Tweede Wereldoorlog uitbrak, al was Nederland op dat moment nog neutraal. Het werpt licht op de dagelijkse organisatie van het marktwezen op het Waterlooplein in Amsterdam, historisch gezien het hart van de Joodse buurt. De namen van de stallenzetters (met name Cohen en Schelvisch) duiden op de Joodse achtergrond van de betrokkenen.
De "stallenzetters" waren essentieel voor de logistiek van de markt; zij zorgden voor het opbouwen en afbreken van de kramen. Het document laat zien dat zij ook probeerden extra taken naar zich toe te trekken, zoals het beheer van de elektrische infrastructuur (de verlichting), waarschijnlijk ter verbetering van hun inkomen. De ambtelijke behandeling toont de bureaucratische controle over dergelijke kleine facilitaire uitgaven in die tijd.