Handgeschreven ambtelijke notitie/memo met kanttekeningen en correcties.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/memo met kanttekeningen en correcties. 3 oktober 1939 tot 15 oktober 1939. met de anderen te willen uitvoeren, zit er
m. i. niet anders op ^dan^ hem uit te sluiten.
Op een eventueele aanbieding van Schuiten-
voerder, om de verzorging van ~~de~~ ^de^ verlichting
voor een bedrag van f 250.-- te willen
doen, moet m. i. niet worden ingegaan.
Indien U met het bovenstaande accoord
gaat, verzoek ik U, mij te willen opdragen
een en ander te regelen, opdat met ingang
van 1 Januari 1940, de nieuwe overeenkomst
kan ingaan.
[In de linkerkolom, geschreven over de doorgehaalde tekst:]
15-10-39
Er is délité [onzeker, mogelijk 'dédit'] toegestaan.
[Rechtsboven:]
3-10-39
deHaer [handtekening]
[In het midden, doorgehaalde tekst:]
~~De zaak nader besproken met genoemde combinatie. Deze~~
~~wil de verzorging der verlichting uitvoeren voor een bedrag~~
~~van f 200.-~~
[Onderaan, onder de doorhaling:]
Er is geen aanleiding om Schuitenvoerder
die 't voor denselfden prijs doet
als de combinatie, te dwingen in die
combinatie te gaan. Waarom willen wij 't desen
man ontnemen, als een ander 't niet goedkooper
doet? De combinatie zou m.i. alleen een kans
moeten hebben, indien zij goedkooper was. Nu zeker niet!
6-10-39 [handtekening Th. de Haes]
[Rechtsonder, in een rood kader:]
Th. de Haes
bespreken s.v.p.
6/10 39 [handtekening] De tekst documenteert een interne discussie over het gunnen van een onderhoudscontract voor verlichting. In eerste instantie adviseert een ambtenaar (mogelijk 'deHaer') om een zekere heer Schuitenvoerder uit te sluiten omdat hij weigert samen te werken in een 'combinatie' en zijn offerte van 250 gulden als te hoog wordt gezien.
Echter, op 6 oktober grijpt Th. de Haes in. Hij streept de passage door waarin wordt beweerd dat de combinatie het werk voor 200 gulden kan doen. Hij stelt dat er geen reden is om Schuitenvoerder te passeren of te dwingen tot samenwerking als de combinatie niet daadwerkelijk goedkoper is. Zijn krachtige slotzin "Nu zeker niet!" suggereert dat de voorkeur uiteindelijk uitgaat naar de individuele aannemer Schuitenvoerder boven de combinatie, omdat die laatste geen prijsvoordeel biedt. Dit document dateert uit oktober 1939, een turbulente periode vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (waarin Nederland op dat moment nog neutraal was). De ambtelijke toon en de focus op efficiëntie en kostenbeheersing (guldens) zijn typerend voor de vooroorlogse administratie. Het toont aan hoe zelfs kleine contracten voor openbare voorzieningen zoals verlichting onderwerp waren van felle interne discussie en formele besluitvorming.
Samenvatting
De tekst documenteert een interne discussie over het gunnen van een onderhoudscontract voor verlichting. In eerste instantie adviseert een ambtenaar (mogelijk 'deHaer') om een zekere heer Schuitenvoerder uit te sluiten omdat hij weigert samen te werken in een 'combinatie' en zijn offerte van 250 gulden als te hoog wordt gezien.
Echter, op 6 oktober grijpt Th. de Haes in. Hij streept de passage door waarin wordt beweerd dat de combinatie het werk voor 200 gulden kan doen. Hij stelt dat er geen reden is om Schuitenvoerder te passeren of te dwingen tot samenwerking als de combinatie niet daadwerkelijk goedkoper is. Zijn krachtige slotzin "Nu zeker niet!" suggereert dat de voorkeur uiteindelijk uitgaat naar de individuele aannemer Schuitenvoerder boven de combinatie, omdat die laatste geen prijsvoordeel biedt.
Historische Context
Dit document dateert uit oktober 1939, een turbulente periode vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (waarin Nederland op dat moment nog neutraal was). De ambtelijke toon en de focus op efficiëntie en kostenbeheersing (guldens) zijn typerend voor de vooroorlogse administratie. Het toont aan hoe zelfs kleine contracten voor openbare voorzieningen zoals verlichting onderwerp waren van felle interne discussie en formele besluitvorming.