Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 2 januari 1939 (met handgeschreven aantekening "verzonden 4/1"). Onbekend (gezien initialen VP/HG en referentie 17/1/1 M.). Mogelijk een afdelingshoofd binnen de gemeentelijke organisatie. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (waarschijnlijk Amsterdam). [Handgeschreven, boven gecentreerd:]
verzonden 4/1
[Handgeschreven, rechtsboven:]
M. de Kever [?]
[Getypte tekst:]
VP/HG.
17/1/1 M.
2 Januari 1939.
Hygiëne-voorschriften voor
den verkoop van consumptie-
artikelen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d.
21 November jl. om advies ontvangen nota no.404 L.M.1938 heb
ik de eer U te berichten, dat ik mij vereenig met de in de
onderhavige nota vervatte juridische bezwaren. Ook al waren
deze bezwaren mij niet onbekend toen ik mijn voorstellen deed,
meende ik nochtans, gelet op het groote belang van deze aan-
gelegenheid, dat een poging moest worden gedaan om op het
gebied van de hygiëne in den straathandel verbetering te
brengen. Het voordeel van de dezerzijds aanbevolen voor-
schriften is, zooals ik in mijn rapport d.d. 5 October jl.
(No.17/10/3 M.) mededeelde, dat zij, als zijnde van zuiver
administratieven aard, aan het oordeel van den burgerlijken
Rechter zijn onttrokken. Kans, dat deze de bepalingen niet
verbindend zou verklaren, bestaat dus niet. Ook de kans dat
de voorschriften door hooger gezag zullen worden geschorst en
vernietigd lijkt mij zeer gering; zoodat ik vermoed, dat de
bepalingen zooals ik die voorstelde, in de practijk zonder
bezwaar zouden kunnen worden uitgevoerd. Indien U van meening
is, dat de niet te ontkennen formeele bezwaren ten deze den
doorslag moeten geven, dan is inderdaad de door den heer
Administrateur Uwer afdeeling op pagina 12 zijner nota be-
doelde circulaire aan de kooplieden aanbevelenswaardig.
Nochtans verwacht ik daarvan niet veel nuttig effect, tenzij
de Keuringsdienst van Waren in de gelegenheid zou zijn om de
[De tekst breekt hier af onderaan de pagina] * Inhoud: De schrijver reageert op een eerdere nota waarin juridische bezwaren werden geuit tegen voorgestelde hygiënemaatregelen voor de straathandel. De schrijver erkent deze bezwaren, maar argumenteert dat het belang van volksgezondheid prevaleert. Hij voert een interessant juridisch argument aan: door de voorschriften een "zuiver administratief" karakter te geven, zouden ze buiten het bereik van de burgerlijke rechter blijven, waardoor de kans op nietigverklaring minimaal is.
* Toon: Formeel, respectvol doch standvastig ("heb ik de eer U te berichten", "Nochtans verwacht ik daarvan niet veel nuttig effect").
* Taalgebruik: Vooroorlogs ambtelijk Nederlands, gekenmerkt door de spelling van de naamvallen ("den burgerlijken Rechter") en archaïsche spelling ("practijk", "zooals", "vereenig"). Dit document stamt uit de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was er een toenemende aandacht voor publieke hygiëne en de regulering van de handel in levensmiddelen, mede door de opkomst van de Keuringsdienst van Waren. Het document illustreert de spanning tussen de uitvoerende macht (die effectieve maatregelen wil treffen voor de volksgezondheid) en de juridische kaders (de angst voor vernietiging van besluiten door de rechter). De genoemde "straathandel" was in die tijd een essentieel, maar vaak moeilijk te controleren onderdeel van de stedelijke voedselvoorziening.