Gedrukte officiële bekendmaking of toevoeging aan een verordening.
Origineel
Gedrukte officiële bekendmaking of toevoeging aan een verordening. Aan het Ventverbod, omschreven in de bijlage V der vent-
en/of opkoopersvergunning is toegevoegd punt E, luidende :
na 8 uur des vóórmiddags met andere artikelen dan ge-
drukte of geschreven stukken of afbeeldingen te venten
of voorwerpen of stoffen van welken aard ook op te koopen
in de Plantage Kerklaan, tusschen de Plantage Middenlaan
en de Plantage Doklaan, en op de Plantage Muidergracht,
eveneens tusschen de Plantage Middenlaan en de Plantage
Doklaan, of op den openbaren weg binnen een afstand
van 25 M. van de genoemde gedeelten van de Plantage
Kerklaan en van de Plantage Muidergracht. Het document betreft een officiële wijziging in de regelgeving omtrent het venten (straatverkoop) en het opkopen van goederen in een specifiek deel van Amsterdam. Er wordt een nieuw verbodsbepaling (punt E) toegevoegd aan de bestaande voorwaarden van de vent- en opkopersvergunning.
De kernpunten van de maatregel zijn:
* Tijdsbeperking: Het verbod geldt na 8:00 uur 's ochtends.
* Inhoudelijk: Het verbod betreft de verkoop van alle artikelen, met uitzondering van drukwerk, geschriften of afbeeldingen (zoals kranten of tijdschriften). Tevens is het verboden om goederen of stoffen van welke aard dan ook op te kopen.
* Geografisch: De beperking is zeer specifiek gericht op de Plantage Kerklaan en de Plantage Muidergracht, in de gedeelten tussen de Plantage Middenlaan en de Plantage Doklaan, inclusief een bufferzone van 25 meter daaromheen. Hoewel er geen jaartal op het document staat, wijzen de spelling ("vóórmiddags", "tusschen", "opkoopers") en de specifieke locatie op de periode van de Tweede Wereldoorlog. De Plantage-buurt in Amsterdam maakte deel uit van de Joodse buurt (Jodenbuurt).
Tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) werden er door de bezetter en het collaborerende gemeentebestuur talloze beperkende maatregelen opgelegd, specifiek gericht op de Joodse bevolking. Het bemoeilijken van straathandel en het opkopen van goederen was een methode om Joodse burgers economisch te isoleren en hun bewegingsvrijheid in de publieke ruimte te beperken.
Dergelijke ventverboden in specifieke straten waar veel Joodse handelaren actief waren, waren onderdeel van een breder pakket aan antisemitische verordeningen. De uitzondering voor "gedrukte of geschreven stukken" was vaak bedoeld om de verspreiding van (gecontroleerde) nieuwsvoorziening nog wel mogelijk te maken, terwijl de reguliere handel werd stilgelegd. Dit type kaartje diende waarschijnlijk als instructie voor politieagenten of als bijlage bij de vergunningen die handelaren bij zich moesten dragen.
Samenvatting
Het document betreft een officiële wijziging in de regelgeving omtrent het venten (straatverkoop) en het opkopen van goederen in een specifiek deel van Amsterdam. Er wordt een nieuw verbodsbepaling (punt E) toegevoegd aan de bestaande voorwaarden van de vent- en opkopersvergunning.
De kernpunten van de maatregel zijn:
* Tijdsbeperking: Het verbod geldt na 8:00 uur 's ochtends.
* Inhoudelijk: Het verbod betreft de verkoop van alle artikelen, met uitzondering van drukwerk, geschriften of afbeeldingen (zoals kranten of tijdschriften). Tevens is het verboden om goederen of stoffen van welke aard dan ook op te kopen.
* Geografisch: De beperking is zeer specifiek gericht op de Plantage Kerklaan en de Plantage Muidergracht, in de gedeelten tussen de Plantage Middenlaan en de Plantage Doklaan, inclusief een bufferzone van 25 meter daaromheen.
Historische Context
Hoewel er geen jaartal op het document staat, wijzen de spelling ("vóórmiddags", "tusschen", "opkoopers") en de specifieke locatie op de periode van de Tweede Wereldoorlog. De Plantage-buurt in Amsterdam maakte deel uit van de Joodse buurt (Jodenbuurt).
Tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) werden er door de bezetter en het collaborerende gemeentebestuur talloze beperkende maatregelen opgelegd, specifiek gericht op de Joodse bevolking. Het bemoeilijken van straathandel en het opkopen van goederen was een methode om Joodse burgers economisch te isoleren en hun bewegingsvrijheid in de publieke ruimte te beperken.
Dergelijke ventverboden in specifieke straten waar veel Joodse handelaren actief waren, waren onderdeel van een breder pakket aan antisemitische verordeningen. De uitzondering voor "gedrukte of geschreven stukken" was vaak bedoeld om de verspreiding van (gecontroleerde) nieuwsvoorziening nog wel mogelijk te maken, terwijl de reguliere handel werd stilgelegd. Dit type kaartje diende waarschijnlijk als instructie voor politieagenten of als bijlage bij de vergunningen die handelaren bij zich moesten dragen.