Officieel rapport van een controleur van het Marktwezen.
Origineel
Officieel rapport van een controleur van het Marktwezen. 2 december 1941. Nº $\underline{28}$ / 90 / 1 M. 1941 $^3/_{12}$
$\underline{\text{R A P P O R T}}$
[Handgeschreven rechtsboven:]
Mogelijk stempelen en doorzenden naar Den Haag
Accoord: [onleesbare paraaf] 6/12 '41
L. Italiaander, oud 21 jaar en wonende Hugo de Grootstraat 7 huis alhier, verzoekt om een erkenning als groothandelaar in groenten en fruit. Hij verklaart van 1937 tot heden als personeel werkzaam te zijn bij zijn vader, den grossier S. Italiaander, welke gevestigd is in pakhuis B.6 van de Centrale Markt. Bij onderzoek is mij dit juist gebleken. Als personeel van zijn vader heeft L. Italiaander toegang tot de Centrale Markt sinds Januari 1938. Naar L. Italiaander mij nog verklaarde heeft hij reeds eerder een erkenning als groothandelaar aangevraagd doch is toen afgewezen omdat hij toen nog niet de vereischte leeftijd had bereikt. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft L. Italiaander de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
Den Heer Bedrijfschef v/h Marktwezen.
Amsterdam 2 December 1941
Controleur,
[Handtekening: F. Elth...]
[Handgeschreven onderaan:]
N.B. L. Italiaander is israëliet
[Paraaf] 4/12 - 41
[Handgeschreven rechtsonder:]
Doorgezonden 8/12 - '41 [Paraaf] Dit document is een rapportage van een controleur aan de bedrijfschef van het Marktwezen in Amsterdam. De jonge L. Italiaander (21 jaar) vraagt een officiële erkenning aan als groothandelaar. Hij werkt al enkele jaren in de zaak van zijn vader op de Centrale Markt. De controleur bevestigt de feiten en geeft aan dat de aanvraag naar waarheid lijkt te zijn ingevuld.
Het meest opvallende en historisch beladen detail is de handgeschreven toevoeging onderaan: "N.B. L. Italiaander is israëliet". Dit duidt aan dat de ambtenaar het noodzakelijk vond om de Joodse achtergrond van de aanvrager expliciet te vermelden, wat in de context van de toenmalige bezetting directe gevolgen zou hebben voor de afhandeling van zijn verzoek. Het document dateert van december 1941, een periode waarin de Duitse bezetter in Nederland de anti-Joodse maatregelen in rap tempo opvoerde. Vanaf begin 1941 werden Joodse ondernemers gedwongen hun bedrijven te registreren (Verordening 48/1941), waarna vaak "Ariërisering" (onteigening of liquidatie) volgde.
De aantekening "israëliet" op dit rapport was geen neutrale observatie, maar een dwingend gegeven voor de bureaucratie van de bezetter. In deze fase van de oorlog was het voor Joodse burgers nagenoeg onmogelijk om nog nieuwe zakelijke vergunningen of erkenningen te verkrijgen. Dergelijke documenten in archieven tonen aan hoe de reguliere Nederlandse administratie en het marktwezen meewerkten aan het identificeren en uitsluiten van Joodse burgers uit het economische leven. F. Elth L. Italiaander S. Italiaander Marktwezen