Ambtelijke rapportage / begeleidend schrijven (pagina 2 van een meerdelig stuk).
Origineel
Ambtelijke rapportage / begeleidend schrijven (pagina 2 van een meerdelig stuk). Opgesteld na 14 november 1940 (gebaseerd op de laatste alinea). -2-
Als bylage D hebben de ondergeteekenden de eer U hier-
by een concept-overeenkomst te doen toekomen, welke, tot re-
geling van de onderhavige aangelegenheid, met de belanghebben-
de handelaren kan worden gesloten. Verwacht wordt, dat onge-
veer 25 grossiers tot deze overeenkomst zullen toetreden.
Het aan den handel te betalen bedrag van $f$ 6110,- wordt re-
delyk geacht, omdat de handel inderdaad de in bylage C ver-
melde kosten zal moeten maken. Voor het risico, dat de han-
del ongetwyfeld met dezen opslag loopt (immers kunnen, wan-
neer geen stagnatie in den aanvoer optreedt, steeds versche
aanvoeren naar de Centrale Markt komen, welke door de klein-
handelaren boven de voorraden zullen worden verkozen) wordt
van de Gemeente geenerlei bydrage verlangd.
Het concept-contract geeft voorts een regeling, welke
het voor de Gemeente op eenvoudige wyze mogelyk maakt, om
werkelyke waarborgen te hebben, dat de goederen niet tus-
schentyds worden verkocht en van de markt verdwynen; de goe-
deren worden namelyk by de Gemeente in bewaring gegeven, het-
geen, blykens het concept-contract, beteekent, dat er niet
van mag worden afgeleverd, zonder dezerzyds te verleenen
toestemming.
Het is noodzakelyk, dat, wanneer tot het aangaan van
de onderhavige overeenkomst wordt besloten, de handel zoo
spoedig mogelyk met het doen van de vereischte aankoopen kan
beginnen. De tyd om voor de hier voorgestelde uitgave van
$f$ 6110,- een crediet by den Gemeenteraad aan te vragen, ont-
breekt dan ook.
Het aangaan van een overeenkomst zooals hier wordt
voorgesteld, verdient, naar de meening van ondergeteekenden,
verre de voorkeur boven de andere oplossing, die ten deze
mogelyk zou zyn: het vormen van voorraden door de Gemeente
zelf. Daartoe zou, (blykens de notities van bylage C) een
bedrag van ruim $f$ 70.000,- moeten worden uitgegeven en de
Gemeente zou alle risico van de latere verhandeling van de
aldus te vormen voorraden loopen. De boven voorgestelde re-
geling maakt dit onnoedig.
Ondergeteekenden geven U derhalve beleefd in overweging
wel te willen bevorderen, dat op korten termyn door Burge-
meester en Wethouders tot het aangaan van deze overeenkomst
wordt besloten, waarna zy voor opstelling van een definitief
contract, dat door de wederpartyen zal worden geteekend,
zullen zorgdragen.
Ten aanzien van het opslaan van vatgroenten voor de
distributie, zal de eerste ondergeteekende zich veroorloven
binnen enkele dagen U nader te rapporteeren, omdat sedert de
opstelling van het rapport d.d. 24 October 1940 te zyner
kennis is gekomen, dat het Departement van Sociale Zaken
die vatgroenten in het komende seizoen waarschynlyk niet zal
doen distribueeren.
Hierover zyn schriftelyk inlichtingen aan dat Depar-
tement gevraagd en op 14 November 1940 is op spoedige toe-
zending van de gevraagde inlichtingen aangedrongen.
De Directeur van den Centralen De Directeur van
Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, het Marktwezen, In dit document stellen twee directeuren een constructie voor om de voedselvoorraad van de stad veilig te stellen zonder dat de gemeente zelf grote financiële risico's loopt.
De kernpunten van het voorstel zijn:
1. Samenwerking met de handel: In plaats van zelf voor 70.000 gulden aan voorraden in te kopen, stelt de gemeente voor om 25 grossiers een vergoeding van 6.110 gulden te betalen voor de opslagkosten en het commerciële risico.
2. Controle op voorraden: Om te voorkomen dat handelaren de voorraad stiekem verkopen als de prijzen gunstig zijn, worden de goederen formeel "in bewaring" gegeven bij de gemeente. Ze mogen alleen met toestemming de markt op.
3. Urgentie: Er wordt benadrukt dat er geen tijd is voor de gebruikelijke gang naar de Gemeenteraad voor een krediet aanvraag; B&W moeten direct beslissen.
4. Vatgroenten: Er is onzekerheid over de distributie van "vatgroenten" (groenten geconserveerd in zout of azijn in houten vaten), omdat het landelijke Departement van Sociale Zaken mogelijk andere plannen heeft. Het document dateert van november 1940, een half jaar na de Duitse inval in Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode een kritieke overheidstaak. De bezetter voerde een strak distributiesysteem in om schaarste te beheersen en de eigen oorlogsmachine te voeden.
Lokale overheden moesten balanceren tussen de richtlijnen van de landelijke departementen (die onder toezicht stonden van de bezetter) en de zorg voor de eigen bevolking. De oprichting van organen zoals de "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" was typerend voor deze periode van schaarste-economie en toenemende overheidsbemoeienis. Het document toont de overgangsfase waarin men probeerde via private handelaren de markt te stabiliseren, terwijl de centrale regie vanuit Den Haag (het Departement van Sociale Zaken) steeds dwingender werd.