Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 17
Dossier 4
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke notities (Bijlage C bij brief No. 20/1/5 M).

Brief gedateerd 16 november 1940; notities van de bespreking op 14 november 1940. Van: Directeur van de Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en de Directeur van het Marktwezen. Aan: Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke notities (Bijlage C bij brief No. 20/1/5 M). Brief gedateerd 16 november 1940; notities van de bespreking op 14 november 1940. Directeur van de Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en de Directeur van het Marktwezen. Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. BYLAGE C.

Behoort bij brief No.20/1/3 M d.d.16 November 1940 van den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en den Directeur van het Marktwezen aan den heer Wethouder voor de Levensmiddelen, alhier. --

N o t i t i e s inzake een bespreking met den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en vertegenwoordigers van den groentehandel op 14 November 1940.

A a n w e z i g : van het Marktwezen: de waarnemend directeur: C.J. Sixma; de Secretaris: Mr. A. van Praag; de bedrijfschef: de heer J. Broerse;
van den Centralen Dienst: de directeur: de heer Smeets;
van den handel: de heeren Wijnschenk Jr., Dijkstra, Kramer en Draaisma.

In de vergadering van 9 November jl. was besloten, dat de handel met een omlijnd voorstel zou komen, waarbij hij de vorming van een wintervoorraad op de Centrale Markt geheel voor zijn rekening zou nemen, in welk voorstel zou worden opgenomen een totaal bedrag ter vergoeding van kosten en risico’s. De handel deelt thans mede, dat een bedrag van ƒ 71.000,- noodig is, om de in de vorige vergadering vastgestelde hoeveelheden voor den winter te reserveeren. De hieraan verbonden kosten aan onderhoud, gewichtsverlies en risico worden geraamd ƒ 6.110,-, in welk bedrag is begrepen de huur van 10.000 kisten voor den opslag van wortelen en uien, hetgeen een bedrag van ƒ 1000,- zal uitmaken, terwijl bovendien is gerekend op een bedrag van ƒ 1,- per vat voor onderhoud der vatgroenten (bijvullen en bijkolen). Indien de kisten door de Gemeente zouden kunnen worden beschikbaar gesteld, zou van bovenstaande kostenberekening ƒ 1000,- kunnen worden afgetrokken. Een specificatie van vorengenoemd bedrag aan onkosten wordt door den handel overgelegd en hieronder overgenomen.

Opslag van stapelvoorraad voor het tijdvak half December – einde Januari op verzoek van de Gemeente Amsterdam.

Voorraad voor de behoefte van twee weken zal moeten bestaan uit:
25 x 10.000 kilo rapen op te slaan in drie tjalken.
10 x 10.000 kilo uien op te slaan in kisten.
15 x 10.000 kilo wortelen in luchtige vorstvrije pakhuizen.

De handel zal een combinatie van deelnemers oprichten, welke deze voorraadvorming voor eigen rekening en risico zal doen.
De Gemeente zal aan den handel een som geld betalen als premie voor het te dragen risico.
De handel zal aan de Gemeente voorstellen hoe groot genoemde som geld dient te zijn, teneinde de kosten van opslag en onderhoud, benevens het verlies door indrogen en rot te kunnen bestrijden.

De begrooting van kosten en verlies is als volgt opgemaakt:
25 wagons rapen à ƒ 360,- .................................. ƒ 9000,-
verlies wegens indrogen en waarde-
vermindering 10% ................................................... ƒ 900,-

10 wagons uien à ƒ 600,- .................................... ƒ 6000,-
lossen per wagon ............................. ƒ 20,-
afleveren en horren ........................ ƒ 30,-
kistenhuur ........................................ ƒ 40,-
indrogen en rot ............................... ƒ 75,-
.............................................................. ƒ 165,- ........... ƒ 1650,-

15 wagons wortelen à ƒ 400,- ............................... ƒ 6000,-
lossen per wagon ............................. ƒ 20,-
afleveren en horren ........................ ƒ 30,-
kistenhuur ........................................ ƒ 40,-
indrogen en rot ............................... ƒ 50,-
.............................................................. ƒ 140,- ........... ƒ 2100,-

1100 vaten groenten ............................................ ƒ 50.000,-
indrogen per vat ƒ 1,- ........................................... ƒ 1100,-
Transporteeren: ƒ 5750,- Dit document vormt een gedetailleerde weergave van de logistieke en financiële voorbereidingen voor de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de eerste winter van de Duitse bezetting. Enkele kernpunten:

  • Publiek-private samenwerking: De overheid (Gemeente Amsterdam/Centralen Dienst) besteedt de feitelijke opslag en het risico uit aan "de handel", die hiervoor een speciaal consortium opricht. De gemeente fungeert als financier en opdrachtgever.
  • Logistieke methoden: De opslagmethoden zijn typerend voor die tijd: rapen worden opgeslagen in "tjalken" (binnenvaartschepen), wortelen in vorstvrije pakhuizen en uien in kisten.
  • Kostenposten: De "begrooting" geeft inzicht in de marktprijzen van 1940. Opvallend is dat er expliciet rekening wordt gehouden met "indrogen en rot" (bederf), wat het risico van grootschalige voedselopslag onderstreept.
  • Terminologie: Termen als "bijkolen" (het aanvullen van vaten met pekel of conserveringsmiddelen) en de vermelding van "horren" duiden op ambachtelijke bewaartechnieken. Het document is gedateerd november 1940, slechts zes maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel de hongerwinter nog ver weg was, was de Nederlandse overheid (onder Duits toezicht maar nog grotendeels bemand door het oude ambtenarenapparaat) direct na de inval begonnen met het strak reguleren van de voedselvoorziening om schaarste te voorkomen.

De aanwezigheid van Mr. A. van Praag (secretaris van het Marktwezen) is historisch saillant. Van Praag was een vooraanstaand Joods ambtenaar in Amsterdam. In deze fase van de bezetting (eind 1940) waren de eerste anti-Joodse maatregelen (zoals de ariërverklaring) net ingevoerd, maar waren Joodse ambtenaren vaak nog in functie, vlak voordat zij op last van de bezetter werden ontslagen. Het document getuigt dus van de "normale" voortgang van het stadsbestuur in een zeer precaire overgangsfase naar volledige bezettingstijd.

Samenvatting

Dit document vormt een gedetailleerde weergave van de logistieke en financiële voorbereidingen voor de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de eerste winter van de Duitse bezetting. Enkele kernpunten:

  • Publiek-private samenwerking: De overheid (Gemeente Amsterdam/Centralen Dienst) besteedt de feitelijke opslag en het risico uit aan "de handel", die hiervoor een speciaal consortium opricht. De gemeente fungeert als financier en opdrachtgever.
  • Logistieke methoden: De opslagmethoden zijn typerend voor die tijd: rapen worden opgeslagen in "tjalken" (binnenvaartschepen), wortelen in vorstvrije pakhuizen en uien in kisten.
  • Kostenposten: De "begrooting" geeft inzicht in de marktprijzen van 1940. Opvallend is dat er expliciet rekening wordt gehouden met "indrogen en rot" (bederf), wat het risico van grootschalige voedselopslag onderstreept.
  • Terminologie: Termen als "bijkolen" (het aanvullen van vaten met pekel of conserveringsmiddelen) en de vermelding van "horren" duiden op ambachtelijke bewaartechnieken.

Historische Context

Het document is gedateerd november 1940, slechts zes maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel de hongerwinter nog ver weg was, was de Nederlandse overheid (onder Duits toezicht maar nog grotendeels bemand door het oude ambtenarenapparaat) direct na de inval begonnen met het strak reguleren van de voedselvoorziening om schaarste te voorkomen.

De aanwezigheid van Mr. A. van Praag (secretaris van het Marktwezen) is historisch saillant. Van Praag was een vooraanstaand Joods ambtenaar in Amsterdam. In deze fase van de bezetting (eind 1940) waren de eerste anti-Joodse maatregelen (zoals de ariërverklaring) net ingevoerd, maar waren Joodse ambtenaren vaak nog in functie, vlak voordat zij op last van de bezetter werden ontslagen. Het document getuigt dus van de "normale" voortgang van het stadsbestuur in een zeer precaire overgangsfase naar volledige bezettingstijd.

Ambtenaren

J. Broerse Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →