Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 165
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven concept of notulen van een overeenkomst/besluit.

Geschreven circa eind 1940, met betrekking tot de periode januari - mei 1941.

Origineel

Handgeschreven concept of notulen van een overeenkomst/besluit. Geschreven circa eind 1940, met betrekking tot de periode januari - mei 1941. (2)
op 1 Mei 1941 zullen de
vatten vatgroenten, bedoeld in deze
overeenkomst, welke ~~op~~ op dien datum
door den handel nog niet aan den
kleinhandel zijn verkocht, tegen
vooraf vastgestelde prijzen door de
gemeente worden overgenomen.
De handel is echter verplicht
de vaten, welke op bepaalde tijdstippen
door de gemeente worden vrijgegeven
van den verkoop, naar beste weten
te verkoopen en dus op die tijdstippen
zelf geen nieuwe aankoopen te doen,
waardoor gevaar zou ontstaan, dat
de vaten, bedoeld in deze overeenkomst,
onverkoopbaar zouden worden.
~~De kosten van opslag zijn voor rekening~~
~~van de gemeente~~ De handel zal hiervoor prijsopgaaf doen
van kool
Het is gewenscht met het aankoopen
van kool te wachten tot na 1 Januari 1941
omdat dan de goed bewaarbare koolsoorten
aan de veilingen zullen komen.
De handel zal ~~zich~~ thans reeds in principe
uitspreken over het aankoopen van hoogstens
500.000 kg kool (250.000 kg. roode
kool en 250.000 kg gele kool), welke
in het koelhuis zullen worden opgeslagen.
Onkosten en opslag in koelhuis
voor rekening gemeente. Betaling moet
plaatsvinden tot de maanden Maart en
April 1941. Het document betreft een logistiek en financieel plan voor de voedselvoorziening in een niet nader genoemde gemeente (waarschijnlijk een grotere stad met een koelhuisfaciliteit).

De kernpunten zijn:
1. Risicobeheersing voor de handel: De gemeente fungeert als 'buyer of last resort'. Als de handel zijn voorraad gezouten of ingelegde groenten (vatgroenten) per 1 mei 1941 niet kwijt is, koopt de gemeente deze op tegen vaste prijzen.
2. Verkoopdiscipline: Om misbruik te voorkomen, moet de handel zich inspannen om eerst de oude voorraad te verkopen voordat men nieuwe producten inkoopt.
3. Strategische voorraad kool: Er wordt een plan opgesteld voor de inkoop van een enorme hoeveelheid kool (half miljoen kilo) begin 1941. Dit moet gebeuren na 1 januari, omdat de wintervariëteiten dan beter houdbaar zijn.
4. Opslag: De gemeente neemt de kosten voor de koelcelopslag op zich, wat duidt op een centraal gestuurd distributiesysteem om schaarste te voorkomen. Dit document stamt uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1941). In deze periode werden de distributie en de prijsvorming van levensmiddelen steeds strakker gereguleerd door de overheid (het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd).

De nadruk op kool en vatgroenten (zoals zuurkool of gezouten snijbonen) is typerend voor de oorlogsjaren, aangezien dit essentiële volksvoedsel was dat goedkoop en langdurig bewaard kon worden. De bemoeienis van de gemeente met de "veilingen" en het "koelhuis" wijst op de overgang van een vrije markt naar een geleide economie, waarbij de lokale overheid garant stond voor de voedselzekerheid van de burgerbevolking. De genoemde hoeveelheid van 500.000 kg geeft aan dat het hier om een aanzienlijke operatie ging voor de lokale voedselcommissaris.

Samenvatting

Het document betreft een logistiek en financieel plan voor de voedselvoorziening in een niet nader genoemde gemeente (waarschijnlijk een grotere stad met een koelhuisfaciliteit).

De kernpunten zijn:
1. Risicobeheersing voor de handel: De gemeente fungeert als 'buyer of last resort'. Als de handel zijn voorraad gezouten of ingelegde groenten (vatgroenten) per 1 mei 1941 niet kwijt is, koopt de gemeente deze op tegen vaste prijzen.
2. Verkoopdiscipline: Om misbruik te voorkomen, moet de handel zich inspannen om eerst de oude voorraad te verkopen voordat men nieuwe producten inkoopt.
3. Strategische voorraad kool: Er wordt een plan opgesteld voor de inkoop van een enorme hoeveelheid kool (half miljoen kilo) begin 1941. Dit moet gebeuren na 1 januari, omdat de wintervariëteiten dan beter houdbaar zijn.
4. Opslag: De gemeente neemt de kosten voor de koelcelopslag op zich, wat duidt op een centraal gestuurd distributiesysteem om schaarste te voorkomen.

Historische Context

Dit document stamt uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1941). In deze periode werden de distributie en de prijsvorming van levensmiddelen steeds strakker gereguleerd door de overheid (het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd).

De nadruk op kool en vatgroenten (zoals zuurkool of gezouten snijbonen) is typerend voor de oorlogsjaren, aangezien dit essentiële volksvoedsel was dat goedkoop en langdurig bewaard kon worden. De bemoeienis van de gemeente met de "veilingen" en het "koelhuis" wijst op de overgang van een vrije markt naar een geleide economie, waarbij de lokale overheid garant stond voor de voedselzekerheid van de burgerbevolking. De genoemde hoeveelheid van 500.000 kg geeft aan dat het hier om een aanzienlijke operatie ging voor de lokale voedselcommissaris.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →