Ambtsbrief / Officiële correspondentie.
Origineel
Ambtsbrief / Officiële correspondentie. 4 september 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam, gezien de referentiestijl). [Handgeschreven, rechtsboven:]
M. de Boer
[Handgeschreven en gestempeld, linksboven:]
HG.
17/2/8 dd. 7/11/39 (onderstreept)
verzonden 4/9 (met schuine streep erdoor)
[Getypte tekst:]
17/2/5 M.
1
4 September 1939.
Toepassing artikel 11c
Reglement op de Markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Handgeschreven in de kantlijn:]
142
1 als bijlage I (of: L als bijlage I)
[Hoofdtekst:]
Ten vervolge op mijn brief d.d. 2 Mei jl. (No.
17/2/3 M.) heb ik de eer U ~~in bijlage dezes~~ een twaalfde op-
gave te doen geworden van personen, die langer dan zes achter-
eenvolgende maanden hun vaste plaats op de markten niet hebben
bezet, op grond van het feit, dat het hun wegens verleende
ondersteuning niet was toegestaan hun zaken te doen en voor
wie ik voornemens ben artikel 11c van het Reglement op de
Markten toe te passen.
Ten aanzien van de op de onderhavige lijst voorkomen-
de personen is de gedragslijn gevolgd omschreven in mijn brief
d.d. 8 Maart 1937 (No.17/5/1 M.), waaraan U, blijkens Uw
apostille d.d. 10 April 1937 No.330 L.M.1936 wel Uw goedkeu-
ring heeft willen hechten. Zooals U bekend is, heeft de Com-
missie van Advies voor de Markten zich eveneens hiermede
vereenigd. (Vide mijn brief d.d. 18 Mei 1937 No.17/5/6 M.).
De Directeur,
[Handgeschreven paraaf/teken onderaan de pagina] Het document is een zakelijke brief waarin de Directeur van de markten rapporteert aan de bevoegde wethouder. De kern van de brief is de intrekking of opschorting van marktrechten voor specifieke personen. Volgens artikel 11c van het toenmalige marktreglement verloren kooplieden hun vaste plek als zij deze zes maanden niet gebruikten.
Opvallend is de reden voor afwezigheid: de betreffende personen ontvingen "ondersteuning" (sociale steun). In de crisisjaren en aan de vooravond van de oorlog was het voor steuntrekkers vaak verboden om daarnaast commerciële activiteiten te ontplooien, om fraude te voorkomen of omdat men geacht werd volledig beschikbaar te zijn voor de werkverschaffing. Hierdoor kwamen hun marktplaatsen leeg te staan, wat de gemeente aanleiding gaf de vergunningen officieel in te trekken. Er wordt verwezen naar een eerdere beleidslijn uit 1937 die door de Wethouder en de Commissie van Advies voor de Markten was goedgekeurd. De datum van de brief, 4 september 1939, is historisch relevant. Het is slechts drie dagen na de Duitse inval in Polen en één dag nadat Groot-Brittannië en Frankrijk Duitsland de oorlog hadden verklaard. Hoewel Nederland neutraal bleef, was de mobilisatie in volle gang en de economische onzekerheid groot.
De brief toont de rigide bureaucratische omgang met armoede aan het eind van de jaren dertig. De "twaalfde opgave" suggereert dat dit een structureel proces was waarbij groepen marktkooplieden die in de bijstand terechtkwamen, stelselmatig hun nering en hun plek op de markt verloren. Het document is een treffend voorbeeld van hoe gemeentelijke administratie en sociaal beleid in die periode in elkaar grepen.