Brief (vervolgvel, pagina 2)
Origineel
Brief (vervolgvel, pagina 2) 10 maart 1939 Directie Marktwezen Amsterdam DIRECTIE MARKTWEZEN
AMSTERDAM
—
Vervolg No. 2 van brief dd. 10 Maart 193.9
No. 17/3/1 M. aan den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen
te Amsterdam.
trale Markt. Ik verzoek U beleefd my te willen machtigen de
bedoelde punten in die Commissie aan de orde te stellen.
De Directeur,
ap [paraph]
Model A.Z. 15-2000-3-'38-1403 Dit document is het tweede vervolgblad van een officiële brief van de Directie Marktwezen aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De tekst op deze pagina vormt het slot van de correspondentie.
- Inhoud: De afzender rondt een argument af over de "(Cen)trale Markt" en verzoekt formeel om toestemming (machtiging) om specifieke punten te bespreken binnen een niet nader genoemde commissie.
- Toon: De taal is uiterst formeel en ambtelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse periode ("U beleefd my te willen machtigen").
- Vorm: Het betreft een getypt document op officieel briefpapier met een voorgedrukt kenmerkveld. Rechtsonder staat de functietitel "De Directeur" met een handgeschreven paraaf. De brief dateert van maart 1939, een periode van grote internationale spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was het Directie Marktwezen verantwoordelijk voor het beheer van de markten, waaronder de cruciale Centrale Markthallen in Amsterdam-West.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze tijd een sleutelfiguur voor de stedelijke voedselvoorziening en distributie. Gezien de datum is het aannemelijk dat de "bedoelde punten" te maken hadden met de logistiek of regulering van de voedselmarkt, die onder druk van de naderende oorlogsdreiging en mogelijke schaarste steeds belangrijker werd. De noodzaak voor de directeur om vooraf toestemming te vragen aan de wethouder wijst op de strikte hiërarchische en politieke controle over deze strategische sector. Marktwezen
Samenvatting
Dit document is het tweede vervolgblad van een officiële brief van de Directie Marktwezen aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De tekst op deze pagina vormt het slot van de correspondentie.
- Inhoud: De afzender rondt een argument af over de "(Cen)trale Markt" en verzoekt formeel om toestemming (machtiging) om specifieke punten te bespreken binnen een niet nader genoemde commissie.
- Toon: De taal is uiterst formeel en ambtelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse periode ("U beleefd my te willen machtigen").
- Vorm: Het betreft een getypt document op officieel briefpapier met een voorgedrukt kenmerkveld. Rechtsonder staat de functietitel "De Directeur" met een handgeschreven paraaf.
Historische Context
De brief dateert van maart 1939, een periode van grote internationale spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was het Directie Marktwezen verantwoordelijk voor het beheer van de markten, waaronder de cruciale Centrale Markthallen in Amsterdam-West.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze tijd een sleutelfiguur voor de stedelijke voedselvoorziening en distributie. Gezien de datum is het aannemelijk dat de "bedoelde punten" te maken hadden met de logistiek of regulering van de voedselmarkt, die onder druk van de naderende oorlogsdreiging en mogelijke schaarste steeds belangrijker werd. De noodzaak voor de directeur om vooraf toestemming te vragen aan de wethouder wijst op de strikte hiërarchische en politieke controle over deze strategische sector.