Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 9
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

14 oktober 1941. Van: Waarschijnlijk de Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) of een directe vertegenwoordiger van het gemeentebestuur.

Origineel

Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 14 oktober 1941. Waarschijnlijk de Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) of een directe vertegenwoordiger van het gemeentebestuur. [Stempel linksboven:] $N^{\underline{o}} 18/15/5$ M. 1941 $\frac{15}{10}$

[Handgeschreven tekst rechtsboven, deels onleesbaar:]
bij Dir
Fr. de Boer(?) det
XM

Herrn
Senator Dr. Böhmcker,
Museumplein 19,
A m s t e r d a m - Z.

LM. 951. den 14. Okt. 1941.
1941.

Hiermit beehre ich mich, Ihre Aufmerksamkeit für folgendes zu erbitten.

Ich habe die Verordnung des Generalkommissars für die Sicherheit vom 18. September d.J. über das Verhalten der Juden in der Öffentlichkeit zur Kenntnis genommen, auf Grund deren den Juden die direkte oder indirekte Teilnahme an öffentlichen Märkten verboten ist. Da laut Artikel 4 der vorerwähnten Verordnung eine Freistellung von diesen Bestimmungen gewährt werden kann, wende ich mich an Sie mit der Bitte um Genehmigung, dass an den vier nachgenannten Stellen Märkte für die Juden abgehalten werden können, auf welchen dann sowohl Verkäufer wie Käufer ausschliesslich Juden sein werden.

Es handelt sich hierbei um gänzlich umzäunte Gelände, die bisher als Kinderspielplätze benutzt wurden. Es sind dies der "Oosterspeeltuin" an der Joubertstraat (Ost), der Spielgarten Zentrum am Waterlooplein und der Spielgarten Süd an der Gaaspstraat. Diese drei Stellen befinden sich in Wohnvierteln mit einer Bevölkerung, die zu einem grossen Teil aus Juden besteht, nämlich in den Viertel

[Document breekt hier af] Dit document is een formele aanvraag van het Amsterdamse stadsbestuur aan de Duitse toezichthouder Hans Böhmcker. De kern van het verzoek is de inrichting van specifieke markten die uitsluitend toegankelijk zijn voor Joden, zowel voor verkopers als kopers.

De aanleiding is de verordening van 18 september 1941, die Joden verbood deel te nemen aan openbare markten. Het stadsbestuur maakt gebruik van een ontsnappingsclausule (Artikel 4) om de segregatie praktisch te organiseren. Er wordt specifiek gezocht naar "gänzlich umzäunte Gelände" (volledig omheinde terreinen), in dit geval voormalige speeltuinen, om de Joodse bevolking fysiek te scheiden van de rest van de stad tijdens het doen van noodzakelijke boodschappen.

De genoemde locaties zijn strategisch gekozen in wijken met een grote Joodse populatie: de Transvaalbuurt (Joubertstraat), de oude Jodenbuurt (Waterlooplein) en de Rivierenbuurt (Gaaspstraat). In de herfst van 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de isolatie van de Joodse bevolking in Nederland. Na de instelling van de Joodsche Raad en de invoering van de 'J'-stempel in persoonsbewijzen, werd de bewegingsvrijheid steeds verder ingeperkt.

Deze brief illustreert de rol van de Nederlandse bureaucratie tijdens de bezetting. In plaats van verzet te bieden tegen de uitsluiting van Joodse burgers van openbare markten, faciliteerde het gemeentebestuur de segregatie door afgesloten reservaten (getto-achtige markten) voor te stellen op kinderspeelplaatsen.

Senator Hans Böhmcker, aan wie de brief gericht is, was als Beauftragte de hoogste Duitse civiele autoriteit in Amsterdam en speelde een sleutelrol bij de anti-Joodse maatregelen in de stad tot aan zijn zelfmoord in 1944. De hier besproken "Joodse markten" zouden kort na deze brief inderdaad worden gerealiseerd, wat een volgende stap was in de volledige verwijdering van Joden uit het openbare leven.

Samenvatting

Dit document is een formele aanvraag van het Amsterdamse stadsbestuur aan de Duitse toezichthouder Hans Böhmcker. De kern van het verzoek is de inrichting van specifieke markten die uitsluitend toegankelijk zijn voor Joden, zowel voor verkopers als kopers.

De aanleiding is de verordening van 18 september 1941, die Joden verbood deel te nemen aan openbare markten. Het stadsbestuur maakt gebruik van een ontsnappingsclausule (Artikel 4) om de segregatie praktisch te organiseren. Er wordt specifiek gezocht naar "gänzlich umzäunte Gelände" (volledig omheinde terreinen), in dit geval voormalige speeltuinen, om de Joodse bevolking fysiek te scheiden van de rest van de stad tijdens het doen van noodzakelijke boodschappen.

De genoemde locaties zijn strategisch gekozen in wijken met een grote Joodse populatie: de Transvaalbuurt (Joubertstraat), de oude Jodenbuurt (Waterlooplein) en de Rivierenbuurt (Gaaspstraat).

Historische Context

In de herfst van 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de isolatie van de Joodse bevolking in Nederland. Na de instelling van de Joodsche Raad en de invoering van de 'J'-stempel in persoonsbewijzen, werd de bewegingsvrijheid steeds verder ingeperkt.

Deze brief illustreert de rol van de Nederlandse bureaucratie tijdens de bezetting. In plaats van verzet te bieden tegen de uitsluiting van Joodse burgers van openbare markten, faciliteerde het gemeentebestuur de segregatie door afgesloten reservaten (getto-achtige markten) voor te stellen op kinderspeelplaatsen.

Senator Hans Böhmcker, aan wie de brief gericht is, was als Beauftragte de hoogste Duitse civiele autoriteit in Amsterdam en speelde een sleutelrol bij de anti-Joodse maatregelen in de stad tot aan zijn zelfmoord in 1944. De hier besproken "Joodse markten" zouden kort na deze brief inderdaad worden gerealiseerd, wat een volgende stap was in de volledige verwijdering van Joden uit het openbare leven.

Locaties

Gaaspstraat (Joodse Markt) Joubertstraat (Joodse Markt) Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Rund Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3