Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 21
Dossier 7
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / concept-notitie betreffende marktreglementering.

Origineel

Ambtelijk schrijven / concept-notitie betreffende marktreglementering. [Bovenaan de pagina is een gedeelte tussen haakjes gezet en licht doorgehaald:]
niet op de niet-joodsche markten mogen staan,
zou hiertegen wellicht geen bezwaar behoeven te
bestaan. Ik wijs er echter op, dat deze Joodsche
marktterreinen uitsluitend toegankelijk zijn
voor Joden.

2. De niet-joodsche stallen- en karrenverhuurders
hebben de vraag gesteld of zij vóór en na markt-
tijd op de Joodsche markten materiaal voor
het uitstallen van goederen mogen brengen
en weghalen, dat wil dus zeggen des morgens
vóór 8 uur en des avonds na markttijd.
N.m.m. nemen deze stallenzetters direct
noch indirect aan de markten deel, terwijl
op genoemde tijden geen joden op deze
terreinen aanwezig zijn.

3. Mogen op de Joodsche hulpmarkten worden
verkocht:
a. schuurp. – mesjes en brillantine?
b. boodschappentaschen?
c. damestaschen?
d. kachels?
M.a.w. kunnen deze artikelen worden
gerekend tot de dagelijksche gebruiksartikelen?

5. De vraag is gesteld om te verbieden, dat
rijwielen op de Joodsche hulpmarkten (aan de hand)
door het publiek tusschen de kramen worden
meegevoerd. Kunnen hiervoor op of bij het terrein
op een speciaal daarvoor in te richten gedeelte
van deze terreinen rijwielstallingen met een
Joodschen bewaker worden ingericht?

Ik verzoek U beleefd mij omtrent
deze vraagpunten Uwe meening kenbaar
te maken.

[Handtekening/Initialen onderaan:]
D.D.

[Marginale aantekening links bij punt 5:]
v.d.
[...] Het document is een ambtelijke correspondentie waarin praktische vragen worden gesteld over de strikte scheiding tussen de Joodse en niet-Joodse bevolking in het bezette Nederland. De tekst is kenmerkend voor de "banaliteit van het kwaad": de schrijver houdt zich bezig met uiterst triviale details (zoals het verkopen van kachels of de stalling van fietsen) binnen een systeem van vreselijke discriminatie.

Opvallende punten in de tekst:
* Segregatie: Er wordt benadrukt dat Joodse markten "uitsluitend toegankelijk zijn voor Joden".
* Logistiek: De vraag of niet-Joodse karrenverhuurders het terrein op mogen buiten de markturen toont de complexiteit van de economische ontvlechting.
* Assortiment: In punt 3 wordt geprobeerd te definiëren wat "dagelijksche gebruiksartikelen" zijn. Dit was cruciaal omdat Joodse markten vaak beperkt waren in wat ze mochten verkopen.
* Controle: Het voorstel voor een rijwielstalling met een "Joodschen bewaker" past in het beleid waarbij Joden uitsluitend door Joden mochten worden bediend of gecontroleerd binnen hun eigen afgesloten sfeer. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf mei 1941 werden Joden in steden als Amsterdam steeds meer geweerd van reguliere markten. In de zomer van 1941 werden specifieke "Joodsche markten" ingesteld (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat).

Deze markten hadden een dubbel doel voor de bezetter: enerzijds het verder isoleren van de Joodse gemeenschap van de rest van de maatschappij, en anderzijds het controleren van de Joodse handel en voedselvoorziening. De ambtenaren die deze documenten schreven, voerden de verordeningen van de Duitse Reichskommissar Seyss-Inquart en de pro-Duitse gemeentebesturen uit, waarbij ze zich verloren in bureaucratische details over de uitvoering van de uitsluiting.

Samenvatting

Het document is een ambtelijke correspondentie waarin praktische vragen worden gesteld over de strikte scheiding tussen de Joodse en niet-Joodse bevolking in het bezette Nederland. De tekst is kenmerkend voor de "banaliteit van het kwaad": de schrijver houdt zich bezig met uiterst triviale details (zoals het verkopen van kachels of de stalling van fietsen) binnen een systeem van vreselijke discriminatie.

Opvallende punten in de tekst:
* Segregatie: Er wordt benadrukt dat Joodse markten "uitsluitend toegankelijk zijn voor Joden".
* Logistiek: De vraag of niet-Joodse karrenverhuurders het terrein op mogen buiten de markturen toont de complexiteit van de economische ontvlechting.
* Assortiment: In punt 3 wordt geprobeerd te definiëren wat "dagelijksche gebruiksartikelen" zijn. Dit was cruciaal omdat Joodse markten vaak beperkt waren in wat ze mochten verkopen.
* Controle: Het voorstel voor een rijwielstalling met een "Joodschen bewaker" past in het beleid waarbij Joden uitsluitend door Joden mochten worden bediend of gecontroleerd binnen hun eigen afgesloten sfeer.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf mei 1941 werden Joden in steden als Amsterdam steeds meer geweerd van reguliere markten. In de zomer van 1941 werden specifieke "Joodsche markten" ingesteld (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat).

Deze markten hadden een dubbel doel voor de bezetter: enerzijds het verder isoleren van de Joodse gemeenschap van de rest van de maatschappij, en anderzijds het controleren van de Joodse handel en voedselvoorziening. De ambtenaren die deze documenten schreven, voerden de verordeningen van de Duitse Reichskommissar Seyss-Inquart en de pro-Duitse gemeentebesturen uit, waarbij ze zich verloren in bureaucratische details over de uitvoering van de uitsluiting.

Locaties

Gaaspstraat (Joodse Markt) Waterlooplein

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3