Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 33
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële brief (doorslag) van de Gemeente Amsterdam.

15 december 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten). Aan: Den Heer A. de Groot, Snoekjesgracht 11 hs, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Officiële brief (doorslag) van de Gemeente Amsterdam. 15 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten). Den Heer A. de Groot, Snoekjesgracht 11 hs, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven:] Verzonden 16/12
[Rechtsboven getypt:] HG.

den Heer A.de Groot,
Snoekjesgracht 11 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.

18/15/15 M.
15 December 1941.

Hierbij deel ik U mede, zulks in verband met het onder-
houd, dat de Inspecteur van mijn dienst één dezer dagen met U heeft
gehad, dat U zich voor het aanvragen van een standplaats met bloemen
op de Amstelkade, op het verhoogde voetpad, tegenover perceel Maas-
straat 2, onmiddellijk tegen het plantsoenhek, schriftelijk kunt
wenden tot den heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Raadhuis; een
en ander in verband met het feit, dat U als Joodsche marktkoopman
in bloemen geen plaats moogt bezetten op de voor Joden aangewezen
tijdelijke hulpmarkten.

De Directeur, Dit document is een treffend voorbeeld van de ambtelijke uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Procedurele afwijzing: De directeur van de gemeentelijke dienst wijst de aanvrager niet direct af, maar verwijst hem door naar de Wethouder voor de Levensmiddelen. Dit wijst op een bureaucratisch proces waarbij uitzonderingen op de segregatieregels buiten de normale bevoegdheid van de dienst vielen.
* Expliciete discriminatie: De term "Joodsche marktkoopman" wordt als juridische en administratieve categorie gebruikt om de beperking van rechten te rechtvaardigen.
* Dubbele uitsluiting: De brief vermeldt dat de aanvrager als bloemenkoopman geen plaats mag bezetten op de speciale "hulpmarkten" voor Joden. Dit duidt erop dat deze gesegregeerde markten mogelijk enkel bedoeld waren voor primaire levensmiddelen, waardoor Joodse ondernemers in andere sectoren (zoals bloemen) volledig buiten het economische systeem vielen. In het najaar van 1941 werd de segregatie van de Joodse bevolking in Nederland in hoog tempo doorgevoerd.
* Verordening 198/1941: In september 1941 kregen Joden het verbod om nog deel te nemen aan reguliere openbare markten. De gemeente Amsterdam richtte hierop drie specifieke "hulpmarkten" voor Joden in (o.a. aan de Gaaspstraat en het Waterlooplein).
* De Rivierenbuurt: De genoemde locatie (Amstelkade/Maasstraat) bevond zich in de Rivierenbuurt, een wijk die door de bezetter was aangewezen als een concentratiegebied voor Joodse Amsterdammers.
* Economische uitsluiting: Brieven als deze tonen hoe het ambtelijk apparaat meewerkte aan het onmogelijk maken van het uitoefenen van een beroep voor Joodse burgers, door hen vast te zetten in een web van verboden en beperkte zones. A. de Groot Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Dit document is een treffend voorbeeld van de ambtelijke uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Procedurele afwijzing: De directeur van de gemeentelijke dienst wijst de aanvrager niet direct af, maar verwijst hem door naar de Wethouder voor de Levensmiddelen. Dit wijst op een bureaucratisch proces waarbij uitzonderingen op de segregatieregels buiten de normale bevoegdheid van de dienst vielen.
* Expliciete discriminatie: De term "Joodsche marktkoopman" wordt als juridische en administratieve categorie gebruikt om de beperking van rechten te rechtvaardigen.
* Dubbele uitsluiting: De brief vermeldt dat de aanvrager als bloemenkoopman geen plaats mag bezetten op de speciale "hulpmarkten" voor Joden. Dit duidt erop dat deze gesegregeerde markten mogelijk enkel bedoeld waren voor primaire levensmiddelen, waardoor Joodse ondernemers in andere sectoren (zoals bloemen) volledig buiten het economische systeem vielen.

Historische Context

In het najaar van 1941 werd de segregatie van de Joodse bevolking in Nederland in hoog tempo doorgevoerd.
* Verordening 198/1941: In september 1941 kregen Joden het verbod om nog deel te nemen aan reguliere openbare markten. De gemeente Amsterdam richtte hierop drie specifieke "hulpmarkten" voor Joden in (o.a. aan de Gaaspstraat en het Waterlooplein).
* De Rivierenbuurt: De genoemde locatie (Amstelkade/Maasstraat) bevond zich in de Rivierenbuurt, een wijk die door de bezetter was aangewezen als een concentratiegebied voor Joodse Amsterdammers.
* Economische uitsluiting: Brieven als deze tonen hoe het ambtelijk apparaat meewerkte aan het onmogelijk maken van het uitoefenen van een beroep voor Joodse burgers, door hen vast te zetten in een web van verboden en beperkte zones.

Genoemde Personen 1

Locaties

Gaaspstraat (Joodse Markt) Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Bloem Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Tuin & Plant: Bloemen Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3