Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 39
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam (Extract).

5 december 1941.

Origineel

Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam (Extract). 5 december 1941. [Linksboven, stempel en handgeschreven:]
№ 18/15/16
M. 1941 16/12

[Rechtsboven, handgeschreven:]
Marktw. bo
hr. de Boer.

No 1087 L.M. 1941
Restitutie marktgeld Joodsche marktkooplieden.

[Midden boven, handgeschreven:]
nu bij Th. Mijhler [?]

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 5 December 1941.

[Linkermarge, handgeschreven:]
lijst met rest gevall. op 21/5/42 gedrn. de Boer.

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van het Marktwezen dd. 20 November 1941, No 18/15/11 M.;
B e s l u i t :
1o dat aan marktkooplieden, die als gevolg van de ariseering van de algemeene dag- en weekmarkten niet langer plaatsen op die markten mogen bezetten, en die geen plaats bezetten op de Joodsche hulpmarkten, indien zij het marktgeld over het 2e kalenderhalfjaar 1941 hebben voldaan, restitutie zal worden verleend ten bedrage van één derde gedeelte van het betaalde bedrag aan marktgeld voor dat 2e halfjaar;
2o dat indien aan marktkooplieden, die als gevolg van de ariseering van de dag- en weekmarkten niet langer plaatsen op die markten mogen bezetten een plaats op een Joodsche hulpmarkt is aangewezen, zij niet opnieuw marktgeld voor het tweede kalenderhalfjaar 1941 verschuldigd zijn, indien zij dit reeds voor die periode voor een plaats op dag- of weekmarkten hadden voldaan, terwijl indien zij voor het 2e kalenderhalfjaar een hooger bedrag aan marktgeld dan f 12.- betaald hebben, zij het verschil tusschen dat bedrag en f 12.- gerestitueerd krijgen;
3o dat het bedrag, dat eventueel door onder 2o bedoelde marktkooplieden in de week van 2 tot 8 November aan marktgeld voor het bezetten van een losse plaats is betaald aan hen zal worden gerestitueerd.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (2 stuks) en Financiën (2 stuks).
Z
v

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN

[Handgeschreven aantekeningen midden onder:]
is natuurlijk fout; m.i. 1 1/3 gedeelte van [onleesbaar].
Waarom heeft de afdeling onze redactie nu niet gevolgd?
[Paraaf]

[In rood potlood:]
Hr. M. bespreken

[Onderaan, handgeschreven in blauw/zwart:]
Besluit niet - althans om advies - en daarnaast gepleegd overleg met afdeling - ondanks andere redactie geacht wordt overeenkomstig ons advies te zijn. Dus volgens advies uitvoeren.
[Paraaf] 24-12-41
[Stempel/Paraaf] 29-12-41 de Boer

--- Dit document is een administratieve weergave van de uitsluiting van Joodse burgers uit de Amsterdamse samenleving tijdens de Duitse bezetting. Het besluit regelt de financiële afwikkeling (restitutie) van reeds betaalde marktgelden voor Joodse kooplieden die hun standplaats op de reguliere markten verloren.

  • Kern van het besluit:
    1. Kooplieden die volledig werden geweerd en geen plek kregen op de nieuwe 'Joodse hulpmarkten' kregen 1/3 van hun marktgeld terug.
    2. Kooplieden die werden overgeplaatst naar een Joodse hulpmarkt hoefden niet opnieuw te betalen; als ze al meer dan 12 gulden hadden betaald voor de reguliere markt, kregen ze het verschil terug (wat impliceert dat de Joodse hulpmarkten goedkoper of minder waardig werden geacht).
  • Terminologie: Het document gebruikt expliciet de term "ariseering" (arisering), wat duidt op het proces waarbij Joodse invloeden en personen uit het economische en openbare leven werden verwijderd ten gunste van 'Ariërs'.
  • Bureaucratie: De handgeschreven noten onderaan tonen een interne discussie over de berekening ("is natuurlijk fout") en het al dan niet volgen van de redactie van een bepaalde afdeling. Dit illustreert hoe de vervolging werd verwerkt in de dagelijkse, banale gemeentelijke bureaucratie.

--- In 1941 intensiveerden de Duitse bezetter en de collaborerende overheden de maatregelen tegen de Joodse bevolking in Nederland. In september 1941 werd het Joden verboden om deel te nemen aan openbare markten, behalve op specifiek aangewezen "Joodsche markten" (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en het Joubertplantsoen in Amsterdam).

Dit besluit van 5 december 1941, ondertekend namens de door de bezetter aangestelde burgemeester Edward Voûte, is de formele afhandeling van de reeds geïnde belastingen (marktgeld). Terwijl de maatregel zelf diep discriminerend en ontwrichtend was, toont dit document de kille, boekhoudkundige precisie waarmee de gemeente Amsterdam de "ariseering" administratief ondersteunde. De discussie in de kantlijn over de exacte fractie van de restitutie (1/3) laat zien dat ambtenaren zich tot in detail bezighielden met de uitvoering van deze uitsluitingsmaatregelen.

Samenvatting

Dit document is een administratieve weergave van de uitsluiting van Joodse burgers uit de Amsterdamse samenleving tijdens de Duitse bezetting. Het besluit regelt de financiële afwikkeling (restitutie) van reeds betaalde marktgelden voor Joodse kooplieden die hun standplaats op de reguliere markten verloren.

  • Kern van het besluit:
    1. Kooplieden die volledig werden geweerd en geen plek kregen op de nieuwe 'Joodse hulpmarkten' kregen 1/3 van hun marktgeld terug.
    2. Kooplieden die werden overgeplaatst naar een Joodse hulpmarkt hoefden niet opnieuw te betalen; als ze al meer dan 12 gulden hadden betaald voor de reguliere markt, kregen ze het verschil terug (wat impliceert dat de Joodse hulpmarkten goedkoper of minder waardig werden geacht).
  • Terminologie: Het document gebruikt expliciet de term "ariseering" (arisering), wat duidt op het proces waarbij Joodse invloeden en personen uit het economische en openbare leven werden verwijderd ten gunste van 'Ariërs'.
  • Bureaucratie: De handgeschreven noten onderaan tonen een interne discussie over de berekening ("is natuurlijk fout") en het al dan niet volgen van de redactie van een bepaalde afdeling. Dit illustreert hoe de vervolging werd verwerkt in de dagelijkse, banale gemeentelijke bureaucratie.

Historische Context

In 1941 intensiveerden de Duitse bezetter en de collaborerende overheden de maatregelen tegen de Joodse bevolking in Nederland. In september 1941 werd het Joden verboden om deel te nemen aan openbare markten, behalve op specifiek aangewezen "Joodsche markten" (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en het Joubertplantsoen in Amsterdam).

Dit besluit van 5 december 1941, ondertekend namens de door de bezetter aangestelde burgemeester Edward Voûte, is de formele afhandeling van de reeds geïnde belastingen (marktgeld). Terwijl de maatregel zelf diep discriminerend en ontwrichtend was, toont dit document de kille, boekhoudkundige precisie waarmee de gemeente Amsterdam de "ariseering" administratief ondersteunde. De discussie in de kantlijn over de exacte fractie van de restitutie (1/3) laat zien dat ambtenaren zich tot in detail bezighielden met de uitvoering van deze uitsluitingsmaatregelen.

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3