Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 70
Dossier 17
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/adviesnota.

16 april 1935. Van: De Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen.

Origineel

Getypte ambtelijke brief/adviesnota. 16 april 1935. De Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen. [Handgeschreven aantekening bovenaan:] Verzonden 18/4

P/G

18/100 M
n 2
16 April 1935

Adres ysfabricanten.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
A l h i e r

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 27 Maart j.l. om spoedig advies ontvangen stukken no. 433 L.M.1935 heeft de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen de eer U mede te deelen, dat zy het onderhavige adres heeft behandeld in hare vergadering van 12 April j.l. Op deze vergadering zyn adressanten in de gelegenheid gesteld hun verzoek nader toe te lichten, waaraan zy hebben voldaan.

De Commissie is van oordeel, dat nu de Rykswetgever regelen heeft gesteld met betrekking tot het werken van vreemdelingen in het consumptieys-bedryf, de Gemeente niet bevoegd zou zyn ten deze aanvullende regelingen te treffen. De Commissie zou trouwens dergelyke regelingen ook niet gewenscht achten, omdat zy, blykens de door adressanten ter vergadering gegeven toelichting, zouden moeten inhouden, dat aan buitenlanders, wien bereids een ventvergunning door de Gemeente Amsterdam is verleend, deze vergunning weder zou worden ontnomen. Verzoekers hebben geen nadere inlichtingen kunnen verschaffen omtrent de verordeningen die volgens hunne bewering in de Gemeenten Maastricht, Breda en Hilversum bereids zouden bestaan; zy verklaarden dat zy dit ook alleen maar by geruchte hadden vernomen. Den verzoekers is er op gewezen, dat de Amsterdamsche Ventverordening in In deze brief adviseert de 'Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen' de wethouder negatief over een verzoek van lokale ijsfabrikanten. Deze fabrikanten wilden vermoedelijk beperkingen opleggen aan buitenlandse concurrenten (vaak Italiaanse ijsbereiders) die met karren op straat ijs verkochten.

De commissie voert twee belangrijke argumenten aan voor de afwyzing:
1. Juridische onbevoegdheid: Omdat de nationale overheid (de Rijkswetgever) al regels heeft opgesteld voor buitenlandse werknemers, mag de gemeente hier niet zelfstandig extra regels aan toevoegen.
2. Beleidsmatige onwenselijkheid: De commissie vindt het onjuist om reeds verleende vergunningen van buitenlanders in te trekken.

Daarnaast wordt de geloofwaardigheid van de verzoekers ondergraven: zij beweerden dat andere steden (Maastricht, Breda, Hilversum) al wel zulke beperkingen kenden, maar konden dit niet bewijzen en gaven toe dat dit slechts "bij geruchte" (via roddels) was vernomen. Het document dateert uit april 1935, midden in de Grote Depressie. In deze periode van hoge werkloosheid en economische crisis nam het protectionisme toe. Lokale ondernemers probeerden vaak hun marktpositie te beschermen door overheden te vragen buitenlandse concurrentie te weren.

In de ijssector in Nederland waren in die tijd veel Italianen werkzaam. In 1934 was de "Wet tot regeling van de tewerkstelling van buitenlandse werkkrachten" (de voorloper van de Wet arbeid vreemdelingen) ingevoerd om de eigen arbeidsmarkt te beschermen. De commissie in Amsterdam stelt hier formeel vast dat de lokale overheid niet over de grenzen van die landelijke wetgeving heen mag gaan om buitenlandse venters extra te dwarsbomen.

Samenvatting

In deze brief adviseert de 'Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen' de wethouder negatief over een verzoek van lokale ijsfabrikanten. Deze fabrikanten wilden vermoedelijk beperkingen opleggen aan buitenlandse concurrenten (vaak Italiaanse ijsbereiders) die met karren op straat ijs verkochten.

De commissie voert twee belangrijke argumenten aan voor de afwyzing:
1. Juridische onbevoegdheid: Omdat de nationale overheid (de Rijkswetgever) al regels heeft opgesteld voor buitenlandse werknemers, mag de gemeente hier niet zelfstandig extra regels aan toevoegen.
2. Beleidsmatige onwenselijkheid: De commissie vindt het onjuist om reeds verleende vergunningen van buitenlanders in te trekken.

Daarnaast wordt de geloofwaardigheid van de verzoekers ondergraven: zij beweerden dat andere steden (Maastricht, Breda, Hilversum) al wel zulke beperkingen kenden, maar konden dit niet bewijzen en gaven toe dat dit slechts "bij geruchte" (via roddels) was vernomen.

Historische Context

Het document dateert uit april 1935, midden in de Grote Depressie. In deze periode van hoge werkloosheid en economische crisis nam het protectionisme toe. Lokale ondernemers probeerden vaak hun marktpositie te beschermen door overheden te vragen buitenlandse concurrentie te weren.

In de ijssector in Nederland waren in die tijd veel Italianen werkzaam. In 1934 was de "Wet tot regeling van de tewerkstelling van buitenlandse werkkrachten" (de voorloper van de Wet arbeid vreemdelingen) ingevoerd om de eigen arbeidsmarkt te beschermen. De commissie in Amsterdam stelt hier formeel vast dat de lokale overheid niet over de grenzen van die landelijke wetgeving heen mag gaan om buitenlandse venters extra te dwarsbomen.

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3