Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 214
Dossier 103
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

14 januari 1941. Van: J. Limmen, wonende aan de Govert Flinckstraat 138-III, Amsterdam. Aan: Een onbekende functionaris van het Marktwezen (geadresseerd als "Weledel. Heer").

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 14 januari 1941. J. Limmen, wonende aan de Govert Flinckstraat 138-III, Amsterdam. Een onbekende functionaris van het Marktwezen (geadresseerd als "Weledel. Heer"). $N^{\circ} 25 / 11 / 1$ $M. 1941 \frac{15}{1}$ $A. Dam..$

$14-1-1941$

$Weledel. Heer.$

$Ondergetekende, J. Limmen wonende$
$Govert-Flinckstr 138^{III}$ $verzoekt U be-$
$leefd om de standplaats die hij heeft$
$gehad op den markt Albert Cuypstr$
$Daar hij door de moeilijke omstandig-$
$heden, gedwongen is geweest die$
$tijdelijk niet heb kunnen bezetten,$
$en ter werk is gesteld in Duitsch-$
$land door het M. Steun, door deze$
$omstandigheden is mijn markt-$
$kaart naar het marktwezen op-$
$gezonden. Nu meende ik als dat ik$
$wederom de plaats kon bezetten.$
$Daar ik nog nooit in steun heb$
$gelopen, en door de omstandigheden$
$de plaats niet heeft kunnen bezetten.$
$Nu meende ik deze plaats weder-$
$om terug te krijgen, daar die gene$
$die in de dezen winter in steun lo-$
$pen, hun standplaatsen ook behouden.$

$25$ De brief is een formeel verzoek van een Amsterdamse marktkoopman, J. Limmen, om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt terug te krijgen. De auteur schrijft in een beleefde, enigszins plechtige toon ("verzoekt U beleefd"), hoewel de zinsbouw en grammatica (zoals de wisseling tussen de eerste en derde persoon en foutief werkwoordgebruik) wijzen op een beperkte formele scholing.

De kern van het betoog is dat Limmen zijn marktkaart heeft moeten inleveren omdat hij gedwongen werd te gaan werken in Duitsland via de "M. Steun" (Maatschappelijke Steun). Nu hij blijkbaar terug is of denkt de plaats weer in te kunnen nemen, vindt hij dat hij recht heeft op zijn oude plek. Zijn argumentatie is tweeledig:
1. Hij heeft nog nooit eerder gebruik gemaakt van sociale steun ("nooit in steun heb gelopen").
2. Hij wijst op een (vermeende) ongelijkheid: marktkooplieden die momenteel wel een steunuitkering ontvangen, mogen hun standplaats blijkbaar wel behouden.

Het document is een sprekend voorbeeld van hoe individuele burgers in de knel kwamen tussen administratieve regels en de ingrijpende maatregelen van de bezetting. De brief dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de Arbeitseinsatz (de gedwongen tewerkstelling in Duitsland) vorm te krijgen. Aanvankelijk werden vooral werklozen die een uitkering ontvingen via de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Steun onder druk gezet om in Duitsland te gaan werken.

De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Voor een marktkoopman betekende het verlies van zijn marktkaart het verlies van zijn broodwinning. De brief illustreert de sociale spanningen van die tijd: de afkeer van het "lopen in de steun" (een teken van armoede en afhankelijkheid) en de frustratie over het feit dat meewerken aan de tewerkstelling (vrijwillig of gedwongen) leidde tot het verlies van rechten in de eigen stad. De potloodnotitie "ui Insp" en de diverse stempels tonen aan dat dit verzoekschrift door de ambtelijke molen van het Amsterdamse marktwezen is gegaan. A. Dam J. Limmen M. Steun Marktwezen

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van een Amsterdamse marktkoopman, J. Limmen, om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt terug te krijgen. De auteur schrijft in een beleefde, enigszins plechtige toon ("verzoekt U beleefd"), hoewel de zinsbouw en grammatica (zoals de wisseling tussen de eerste en derde persoon en foutief werkwoordgebruik) wijzen op een beperkte formele scholing.

De kern van het betoog is dat Limmen zijn marktkaart heeft moeten inleveren omdat hij gedwongen werd te gaan werken in Duitsland via de "M. Steun" (Maatschappelijke Steun). Nu hij blijkbaar terug is of denkt de plaats weer in te kunnen nemen, vindt hij dat hij recht heeft op zijn oude plek. Zijn argumentatie is tweeledig:
1. Hij heeft nog nooit eerder gebruik gemaakt van sociale steun ("nooit in steun heb gelopen").
2. Hij wijst op een (vermeende) ongelijkheid: marktkooplieden die momenteel wel een steunuitkering ontvangen, mogen hun standplaats blijkbaar wel behouden.

Het document is een sprekend voorbeeld van hoe individuele burgers in de knel kwamen tussen administratieve regels en de ingrijpende maatregelen van de bezetting.

Historische Context

De brief dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de Arbeitseinsatz (de gedwongen tewerkstelling in Duitsland) vorm te krijgen. Aanvankelijk werden vooral werklozen die een uitkering ontvingen via de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Steun onder druk gezet om in Duitsland te gaan werken.

De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Voor een marktkoopman betekende het verlies van zijn marktkaart het verlies van zijn broodwinning. De brief illustreert de sociale spanningen van die tijd: de afkeer van het "lopen in de steun" (een teken van armoede en afhankelijkheid) en de frustratie over het feit dat meewerken aan de tewerkstelling (vrijwillig of gedwongen) leidde tot het verlies van rechten in de eigen stad. De potloodnotitie "ui Insp" en de diverse stempels tonen aan dat dit verzoekschrift door de ambtelijke molen van het Amsterdamse marktwezen is gegaan.

Genoemde Personen 3

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen