Ambtelijk advies / rapportage.
Origineel
Ambtelijk advies / rapportage. Advies op
Nº 25/10/11 M.W.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier
In verband met bijgaand verzoek van Mw. Malthamp
om verplaatsing van een marktkoopman, dient het
volgende:
Sinds ongeveer anderhalf jaar drijft Mej. H. Malthamp
in perc. Alb. Cuypstr. 190 een zaak in schilderijen en aan-
verwante artikelen.
Schuinsrechts voor diens zaak, nl. voor perc. Alb. Cuypstr. 200,
heeft de schilderijenkoopman B. de Vries een kernplaats. Genoemde
de Vries drijft een soortgelijke zaak extra als Mej. H. Malthamp
in perc. Nieuwe Keizersgracht 213. De marktplaats dient tevens
om bestellingen voor inlijstingen in ontvangst te nemen,
hetgeen volgens Mw. Malthamp meermalen bij aflevering
tot moeilijkheden t.o.v. van Malthamp’s zaak heeft geleid.
Op 26 Sept ’30 is de Vries plaats 207 door mij als hulp plaats
aangewezen. Bij de op laatstgenoemden datum doorgevoerde
reorganisatie dezer markt werd bij de toewijzing der hulp plaatsen
met beraad verzoek rekening gehouden met de winkeliersbelan-
gen, zoodat concurrentiegevallen vermeden werden.
Zoo echter nadien een zaak gevestigd wordt achter een
vaste plaats van een marktkoopman met dezelfde artikelen,
dan wordt zulks niet als een concurrentiegeval van den markt-
koopman t.o.v. den winkelier beschouwd, zoodat geen gedwongen
verplaatsing van den marktkoopman volgt: de winkelier was
immers met den bestaanden toestand bekend.
Deze ongeschreven wet werkt bevredigend en beschermt de
belangen van den winkelier.
In het geval Malthamp doet de omstandigheid zich voor,
dat de winkelier zich gevestigd heeft achter den marktkoopman
met hetzelfde artikel, zoodat in feite de marktkoopman, in
dit geval de Vries, de gedupeerde is.
Gezien de altijd gevolgde gedragslijn in dergelijke gevallen,
komt mij het verzoek van Mw. Malthamp niet voor inwil-
ligging in aanmerking.
Na deze technische uiteenzetting, waarbij is aangetoond
dat Malthamp in geenen deele rechten kan doen gelden om * Kern van het conflict: Mevrouw Malthamp, eigenaresse van een schilderijenzaak aan de Albert Cuypstraat 190, beklaagt zich over de aanwezigheid van marktkoopman B. de Vries, die schuin voor haar winkel (voor nummer 200) op plaats 207 staat. Omdat beiden in schilderijen en inlijstingen handelen, ontstaat er volgens haar oneerlijke concurrentie en logistieke verwarring.
* Argumentatie van de ambtenaar: De opsteller van het stuk (een marktmeester of opzichter) hanteert een strikt chronologisch principe. Bij de reorganisatie van 1930 werd getracht branche-overlap tussen winkels en kramen te voorkomen. Echter, omdat de marktkoopman er al stond vóórdat Malthamp haar winkel opende, had zij de situatie moeten accepteren zoals die was ("de winkelier was immers met den bestaanden toestand bekend").
* Conclusie: Het verzoek tot verplaatsing wordt afgewezen. De ambtenaar stelt zelfs dat de marktkoopman de "gedupeerde" is door de komst van de winkelier, in plaats van andersom.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands met archaïsche elementen ("in geenen deele", "zoodat", "perc."). Dit document biedt een inkijkje in de complexe dynamiek van de Amsterdamse Albert Cuypmarkt in het interbellum. De Albert Cuypmarkt werd begin 20e eeuw geformaliseerd om de chaos van losse straathandel te beteugelen. De 'reorganisatie van 1930' waarover gesproken wordt, was een belangrijk moment in het vastleggen van standplaatsen en marktreglementen.
De tekst illustreert de voortdurende spanning tussen de belangen van de vaste middenstand (winkeliers) en de ambulante handel (marktkooplui). Het principe dat de 'eerstgevestigde' voorrang heeft, ongeacht of dit een winkel of een kraam is, was een cruciale regel om de vrede op de drukke marktdagen te bewaren. De genoemde locaties (Albert Cuypstraat 190/200) bevinden zich in het hart van de Pijp, destijds een volksbuurt in snelle ontwikkeling. B. de Vries H. Malthamp M.W. Marktwezen