Brief (handgeschreven) met ambtelijke kanttekening.
Origineel
Brief (handgeschreven) met ambtelijke kanttekening. B. Knegtje, Danie Theronstraat 18 II, Amsterdam (Oost). De Weledelgeboren Heer Directeur Marktwezen te Amsterdam. [Stempel/Kenmerk:] Nº 27 / 24 / 1 M. 1941 24/3
Amsterdam 22 Maart 1941.
Den Wel E. Heer Directeur Marktwezen
te Amsterdam
Mijnheer.
Voor vier weken geleden werd mijn zoon L. Knegtje Joden breestraat 11. (vaste standplaats Ten Katestraat) bij het verlaten der Ten Katestraat in de Weesperstraat als Gijzelaar aangehouden. Daar wij toch altijd samen stonden zou ik u beleefd willen vragen of ik om de plaats te behouden daarvan gebruik zou mogen maken.
U bijvoorbaat dankzeggend
B. Knegtje.
Danie Theronstraat 18 II
Adam (oost)
[In rood potlood/inkt:]
De rek. L. Knegtje heeft echter nimmer samen met zijn vader B Knegtje een plaats aan de Ten Katestraat ingenomen. Wel is het mij bekend dat de handel (schoenen etc) het eigendom was van den Vader, die zelf op het Waterloopl. een plaats inneemt.
M. i kan hun verzoek, tot wederopzegging worden toegestaan.
A’dam 28/3 '41
[Paraaf] * De kern van het verzoek: B. Knegtje verzoekt de directeur van het Marktwezen om de standplaats van zijn zoon, L. Knegtje, op de Ten Katemarkt over te mogen nemen. Hij voert aan dat zij altijd samenwerkten en de standplaats behouden moet blijven.
* De arrestatie: De brief vermeldt dat de zoon "vier weken geleden" (eind februari 1941) in de Weesperstraat als "Gijzelaar" is aangehouden.
* De ambtelijke reactie: De ambtenaar corrigeert het verhaal van de vader: officieel stonden zij niet samen op de Ten Katestraat (de vader stond op het Waterlooplein). Echter, omdat de handelsvoorraad (schoenen) eigendom van de vader is, wordt het verzoek "tot wederopzegging" (voorlopig) goedgekeurd.
* Opmerkelijke details: De brief toont de directe impact van de bezetting op het dagelijks leven en de broodwinning van Joodse Amsterdammers. De zakelijke, bijna onderdanige toon van de vader contrasteert scherp met de tragiek van de vermiste zoon. Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datering en de locatie. De arrestatie van L. Knegtje "vier weken geleden" (gerekend vanaf 22 maart 1941) valt precies samen met de razzia's van 22 en 23 februari 1941 in de Amsterdamse Jodenbuurt. Dit waren de eerste grootschalige razzia's in Nederland, waarbij honderden Joodse mannen werden opgepakt en weggevoerd naar Buchenwald en later Mauthausen. Deze gebeurtenis was de directe aanleiding voor de Februari-staking.
De genoemde locaties (Jodenbreestraat, Weesperstraat, Waterlooplein) vormden het hart van de Joodse wijk. De term "Gijzelaar" werd in die tijd door familieleden vaak gebruikt voor de opgepakte mannen, in de hoop dat zij weer zouden worden vrijgelaten. In werkelijkheid keerden de meesten van de in februari 1941 opgepakte mannen niet terug. Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Levie Knegtje (geboren 1913) inderdaad in 1941 is omgebracht in Mauthausen.