Archiefdocument
Origineel
[Linksboven in kader/stempel:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 27/24/1 1941 [met doorhalingen/wijzigingen naar 24/1]
DOORGEZONDEN: 24/3-'41.
[Rechtsboven:]
383
[Handgeschreven tekst in zwart:]
B. Knegtje pl. vis Ten Katestraat
Heeft geen vergunning zich
te laten bijstaan of te laten
vervangen.
10/3 '41 gewaarschuwd om
achterstallig marktgeld te
betalen.
[In groen, links midden:]
Is vervangen
door z/ zoon; niet
meer op plaats op
markt.
Acc. 9-4-'41
[Schuin in rood over de groene tekst:]
vervanging 3 mnd.
[Midden, rood stempel en handgeschreven code:]
27/24/2 M 10/4/41 HS
[Onderste tekstblok in zwart:]
Aan B. Knegtje kan m.i. wor. toegestaan om gedurende de afwezigheid van zijn zoon diens plaats op de markt aan de Ten Katestraat in te nemen (zie rapport Marktopz.).
advies
26-3-'41
de Boer
[Onderaan rechts in zwart:]
3-4-'41
de Boer
[Onderaan in rood:]
Kan dit geen verkeerde
indruk wekken? Knegtje is bezet
dan n.l. weer 2 dagmarkten! D 11/4 41
[Voorgedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document weerspiegelt de nauwgezette bureaucratie rondom de Amsterdamse markthandel tijdens de bezettingsjaren. Het gaat om een verzoek van marktkoopman B. Knegtje, die een viskraam ("pl. vis") had op de Ten Katemarkt.
Er zijn drie lagen in de correspondentie te zien:
1. De overtreding: In maart 1941 wordt vastgesteld dat Knegtje zich ongeoorloofd liet vervangen en een betalingsachterstand had voor het marktgeld.
2. Het verzoek: Ambtenaar 'de Boer' adviseert op 26 maart om Knegtje toe te staan zijn afwezige zoon tijdelijk te vervangen (voor 3 maanden, zie groene en rode tekst).
3. De twijfel: Een hogere ambtenaar (gezien de rode inkt, vaak gebruikt voor correcties of besluitvorming) zet op 11 april vraagtekens bij dit besluit. De vrees is dat Knegtje hierdoor effectief twee marktplaatsen tegelijk bezet houdt, wat een "verkeerde indruk" zou kunnen wekken bij andere kooplieden of het publiek. De datum (voorjaar 1941) is saillant. Amsterdam bevond zich toen in de eerste fase van de Duitse bezetting. De markten waren streng gereguleerd en marktkooplieden stonden onder toezicht van de Marktopziener ('Marktopz.'). In deze periode werden ook de eerste maatregelen tegen Joodse marktkooplieden van kracht, wat zorgde voor verschuivingen en spanningen op de marktplaatsen. Hoewel dit specifieke document een reguliere administratieve kwestie lijkt (vervanging wegens afwezigheid van een familielid), toont de opmerking over de "verkeerde indruk" aan hoe gevoelig de toewijzing van schaarse marktplaatsen en handelsrechten lag in een tijd van toenemende economische controle en schaarste. B. Knegtje M. No