Officiële correspondentie (waarschijnlijk doorslag van een verzonden brief).
Origineel
Officiële correspondentie (waarschijnlijk doorslag van een verzonden brief). 1 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). den Heer S. Fransman, Ten Katestraat 97 I, Amsterdam-West. [Handgeschreven, blauw potlood/krijt:]
Extra
[Rechtsboven getypt:]
HG.
[Getypt adres:]
den Heer S. Fransman,
Ten Katestraat 97 I,
Amsterdam-West.
[Getypt rechts:]
Wijk 12.
27/31/2 M. [links] 1 Mei 1941. [rechts]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 10 April jl. verleen ik U hierbij gedurende twee maanden na dato dezes toestemming Uw plaats op de markt Ten Katestraat niet in te nemen.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer S. Fransman uit april 1941. De strekking is als volgt:
* Verlof: De heer Fransman krijgt toestemming om gedurende twee maanden zijn standplaats op de Ten Katemarkt niet te bezetten.
* Financiële voorwaarde: Ondanks zijn afwezigheid blijft hij verplicht om het wekelijkse marktgeld te betalen. Dit moet worden afgedragen aan de dienstdoende marktambtenaar.
* Bureaucratie: Het document toont de strikte administratieve regels rondom marktplaatsen; het behoud van een plek was gebonden aan strikte betalingsverplichtingen, zelfs als men er niet fysiek stond. De brief is gedateerd op 1 mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Ten Katestraat in Amsterdam-West was (en is) een bekende marktlocatie.
In de context van 1941 is de naam "Fransman" relevant. Het was een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. In deze periode van de bezetting werden de anti-Joodse maatregelen steeds strenger. Joodse marktkooplieden werden vanaf begin 1941 steeds vaker beperkt in hun doen en laten; zo werden zij later dat jaar (september 1941) verbannen van de reguliere markten naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten".
Hoewel de brief zelf een puur zakelijke, administratieve toon heeft over het niet innemen van een standplaats en het doorbetalen van staangeld, kan de reden achter het verzoek van de heer Fransman om twee maanden weg te blijven, verband houden met de toenemende druk en onzekerheid voor Joodse burgers in die tijd. Het is een tastbaar overblijfsel van de dagelijkse bureaucratie die ook tijdens de oorlogsjaren onverminderd doorging. Fransman krijgt (De heer) S. Fransman Marktwezen