Getypte brief (doorslag of origineel op officieel papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag of origineel op officieel papier). 1 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten). Den Heer I. Bloemist, 3e Oosterparkstraat 73 II, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven:] extra
[Handgeschreven:] HG.
[Getypt:]
den Heer I.Bloemist,
3e Oosterparkstraat 73 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
27/42/2 M.
1 Juli 1941.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op Woensdag 25 Juni jl. op de markt aan de Ten Katestraat zeer wanordelijk heeft gedragen. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, heb ik U gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Donderdag 3 tot en met Woensdag 16 Juli a.s., terwijl ik aan den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam de vraag ter beoordeeling heb voorgelegd, of U voor langeren termijn bovenbedoeld recht behoort te worden ontnomen.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele kennisgeving van een disciplinaire straf. De geadresseerde, de heer I. Bloemist, krijgt een marktverbod van twee weken opgelegd naar aanleiding van "zeer wanordelijk gedrag" op de markt aan de Ten Katestraat op 25 juni 1941.
* Juridische grondslag: De straf wordt gebaseerd op artikel 39 lid 1 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'.
* Escalatie: De directeur van de marktdienst heeft de zaak tevens voorgelegd aan de Regeringscommissaris van Amsterdam voor een eventueel langdurig verbod. Dit wijst erop dat het incident als ernstig werd beschouwd of dat er een streng beleid werd gevoerd.
* Toon: De stijl is strikt ambtelijk en afstandelijk, typerend voor overheidscommunicatie in die periode. * Oorlogstijd: De brief is gedateerd 1 juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Bestuur: De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is een directe verwijzing naar de bestuurlijke structuur onder de bezetting. Edward Voûte was in mei 1941 door de bezetter aangesteld als regeringscommissaris (met de bevoegdheden van burgemeester en wethouders) nadat het gemeentebestuur was ontbonden na de Februaristaking.
* Spanningen op de markt: In de zomer van 1941 heerste er grote onrust op de Amsterdamse markten door toenemende schaarste, distributiemaatregelen en de stelselmatige uitsluiting en intimidatie van Joodse kooplieden en burgers. De heer Bloemist woonde in de 3e Oosterparkstraat, een straat in de Oosterparkbuurt die in die tijd een aanzienlijke Joodse populatie kende. Hoewel de brief het niet expliciet vermeldt, vonden "wanordelijkheden" in deze periode vaak hun oorsprong in verzet tegen de nieuwe verordeningen of confrontaties met collaborateurs/handhavers.
* Handhaving: De bezetter en het collaborerende stadsbestuur gebruikten strikte handhaving van reglementen (zoals marktverordeningen) om de controle over de publieke ruimte te verstevigen en "onruststokers" effectief te kunnen weren. Bloemist woonde (De heer) I. Bloemist