Archief 745
Inventaris 745-351
Pagina 241
Dossier 26
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief/rapportage

7 oktober 1941 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam) Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam

Origineel

Ambtelijke brief/rapportage 7 oktober 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam [Linksboven:]
VB/HG.

27/55/3 M.
1

[Rechtsboven:]
7 October 1941.

[Links:]
Straf marktkoopman
H.J.Thomas.

[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U over te leggen een afschrift van een rapport van den controleur-marktopzichter M.Reygwart van mijn dienst, waaruit blijkt, dat de marktkoopman H.J.Thomas, wonende Tweede Kostverlorenkade 123 II, zich op Zaterdag 27 September jl. heeft schuldig gemaakt aan het verstoren van de orde op de markt Ten Katestraat. Thomas voornoemd is door mij, ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, gestraft met ontneming van het recht een plaats op een der markten hier ter stede in te nemen voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 8 tot en met 21 October a.s., terwijl tevens proces-verbaal is opgemaakt. Aangezien deze marktkoopman zich voortdurend aan dezelfde overtreding schuldig maakt en zich herhaaldelijk op onhebbelijke wijze tegen het op de markt dienstdoende personeel gedraagt, acht ik het thans noodzakelijk een strenge straf toe te passen.

Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat Thomas voornoemd bij besluit van den Burgemeester, in aansluiting op mijn straf, ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 3 van het Reglement op de Markten, wordt gestraft met ontneming van het recht een plaats op een der markten hier ter stede in te nemen voor den tijd van 3 maanden, zulks met ingang van 22 October a.s.

De Directeur, In deze brief rapporteert de Directeur van de Amsterdamse marktdienst aan de wethouder over wangedrag van marktkoopman H.J. Thomas op de Ten Katemarkt. Op 27 september 1941 heeft Thomas de orde verstoord, waarvoor hij reeds een schorsing van 14 dagen heeft gekregen van de directeur zelf.

Vanwege het feit dat Thomas een recidivist is en zich herhaaldelijk onbehoorlijk gedraagt tegenover marktpersoneel, verzoekt de directeur de wethouder om een zwaardere straf via de burgemeester te bewerkstelligen. Het verzoek is om Thomas voor een periode van drie maanden (aansluitend op de huidige schorsing) uit te sluiten van alle markten in de stad. Dit document stamt uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde locaties (Ten Katestraat, Tweede Kostverlorenkade) bevinden zich in Amsterdam-West.

Tijdens de oorlogsjaren was de controle op markten en levensmiddelenvoorziening uiterst strikt vanwege schaarste en distributiemaatregelen. Ordeverstoringen op de markt werden in deze gespannen context zwaar opgenomen. De brief illustreert de bureaucratische afhandeling van tuchtmaatregelen binnen het gemeentelijk apparaat, waarbij voor langdurige uitsluiting van een marktkoopman een besluit van de Burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) noodzakelijk was.

Samenvatting

In deze brief rapporteert de Directeur van de Amsterdamse marktdienst aan de wethouder over wangedrag van marktkoopman H.J. Thomas op de Ten Katemarkt. Op 27 september 1941 heeft Thomas de orde verstoord, waarvoor hij reeds een schorsing van 14 dagen heeft gekregen van de directeur zelf.

Vanwege het feit dat Thomas een recidivist is en zich herhaaldelijk onbehoorlijk gedraagt tegenover marktpersoneel, verzoekt de directeur de wethouder om een zwaardere straf via de burgemeester te bewerkstelligen. Het verzoek is om Thomas voor een periode van drie maanden (aansluitend op de huidige schorsing) uit te sluiten van alle markten in de stad.

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde locaties (Ten Katestraat, Tweede Kostverlorenkade) bevinden zich in Amsterdam-West.

Tijdens de oorlogsjaren was de controle op markten en levensmiddelenvoorziening uiterst strikt vanwege schaarste en distributiemaatregelen. Ordeverstoringen op de markt werden in deze gespannen context zwaar opgenomen. De brief illustreert de bureaucratische afhandeling van tuchtmaatregelen binnen het gemeentelijk apparaat, waarbij voor langdurige uitsluiting van een marktkoopman een besluit van de Burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) noodzakelijk was.

Gerelateerde Documenten 6