Dienstverslag/Rapportage van de Directie Marktwezen.
Origineel
Dienstverslag/Rapportage van de Directie Marktwezen. 15 november 1941. Directie Marktwezen.
Op Vrijdag den 14den November heb ik den plh 3 Ter Waterstraat, A. Mulder doen opmerken dat hij eenige ledige kisten bij zijn stal moest neerzetten, waar het mosselenetend publiek de ledige schelpen in kan werpen. Op dat oogenblik lag er, vooral gewoonlijk, een groote hoeveelheid schelpen onder en naast zijn stal, die eenige arbeiders van den reinigingsdienst opruimden.
Genoemde A. Mulder wond zich vreeselijk op en ten aanhoore van een groot publiek, schreeuwde hij mij op heftige wijze de navolgende woorden toe:
"jij hebt het God verdomme altijd tegen mij, kijk jij maar naar een ander, die zijn rotzooi laat liggen; je ziet toch, dat alles wordt opgeruimd, maak jij maar gerust rapport van me."
Daarna heeft Mulder de arbeiders van de reiniging verboden om bedoeld afval op te ruimen en heeft hij zelf de schelpen verwijderd. Ter toelichting diene, dat ik reeds 's morgens Mulder een opmerking over had gemaakt, dat hij een groot vlammenvuur had ontstoken zonder daarvoor vergunning te hebben, waardoor groot brandgevaar was ontstaan. Wegens het in gevaar brengen van de marktorde stel ik voor meergenoemden A. Mulder twee dagen (Donderdag en Vrijdag) het recht te ontnemen van een marktplaats. Bovendien verzoek ik dringend A. Mulder ernstig te waarschuwen dat hij wegens groot brandgevaar geen vlammend houtvuur op de markt mag ontsteken en dat hij eenige kisten moet plaatsen waar het publiek de schelpen in kan werpen.
Amsterdam, 15 November '41
(w.g.) Spoor [?]
In verband met het bovenstaande stel ik voor A Mulder twee dagen het recht te ontzeggen een plaats op een der markten in te nemen en wel op Donderdag 27 en Vrijdag 28 Nov. a.s. Tevens stel ik voor hem te verbieden een houtvuur... [tekst loopt buiten kader/is onleesbaar]. Het document is een ambtelijk verslag over een incident op een Amsterdamse markt (vermoedelijk de omgeving van het Waterlooplein, gezien de aantekening in de marge). De kern van het conflict is tweeledig:
1. Hygiëne en Overlast: De marktkoopman, A. Mulder, verkoopt mosselen voor directe consumptie, maar weigert kisten te plaatsen voor de lege schelpen. Hierdoor ontstaat vervuiling die door de stadsreiniging moet worden opgeruimd.
2. Veiligheid: Mulder heeft een illegaal houtvuur ("vlammenvuur") gestookt, wat in de drukke marktomgeving voor brandgevaar zorgt.
Wanneer de inspecteur hem hierop aanspreekt, reageert Mulder agressief en beledigend ("God verdomme"). Het rapport adviseert een disciplinaire straf: een schorsing van twee dagen (ontzegging van de marktplaats). Dit illustreert de strikte handhaving van de marktorde en de moeizame verhouding tussen de autoriteiten en de marktkooplieden in die tijd. Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog niet direct in de tekst wordt genoemd, vond de handhaving van de openbare orde plaats in een uiterst gespannen maatschappelijke context. Het Waterlooplein was van oudsher een belangrijke marktplaats in de Joodse buurt van Amsterdam; in 1941 was deze buurt al zwaar getroffen door anti-Joodse maatregelen en razia's.
De marktreglementen waren in die tijd zeer strikt om de voedselvoorziening en hygiëne in de stad onder controle te houden. Het feit dat er officieel gerapporteerd wordt over "mosselenetend publiek" en "vlammenvuren" geeft een inkijkje in het dagelijks leven op de straatmarkten, waar ondanks de oorlogssituatie nog steeds handel en kleine nering plaatsvonden. De voorgestelde straf (twee dagen uitsluiting) was een zware sanctie voor een kleine ondernemer die afhankelijk was van zijn dagelijkse omzet.