Ambtsverslag / Rapportage van de Directie Marktwezen.
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage van de Directie Marktwezen. 10 december 1941. [Linkerbovenhoek, rode inkt:]
30/11 - '41
[Linkermarge, verticale tekst in rode inkt:]
H. de Heer [...] geschorst 30/11 '41
reden van volle plaats 3/12
[Midden boven:]
Directie Marktwezen.
[Rechtsboven:]
63
Op Donderdag 10 Dec '41 heeft een persoon die volgens zijn persoonsbewijs en verklaring bleek te zijn, Kurt Alfred Visser, geboren 14 Dec 1910 te Nürnberg, zonder nationaliteit, gehuwd met Al. Grandeman, wonende aan de Koningstraat 41 huis Amsterdam, tijdens de plaatsaanwijzing op de markt Ten Katestraat de orde in gevaar gebracht.
Reeds bij de inschrijving der lotelingen heb ik Visser medegedeeld, dat op het gedeelte der markt waar hij een plaats begeerde, meer gegadigden [doorgehaald: dan plaatsen] beschikbaar waren. Ik heb hem toen verwezen naar het marktgedeelte tusschen de Kinkerstraat en de Borgerstraat. Ook heb ik hem willen toestaan, evenals den vorigen dag, samen met de lotelinge Sho van Ee een plaats in te nemen op het door hem begeerde marktgedeelte. Ondanks vorenstaande had Visser eigendunkelijk een plaats ingenomen waarop hij geen recht had. Ik heb hem toen gelast die plaats te verlaten, teneinde deze aan een rechthebbende toe te wijzen. Ten aanhoore van een groot aantal publiek voegde Visser mij ten opgewonden ongeveer de navolgende woorden toe: „je laat anderen wel een onrechtmatige plaats innemen, ik zal mijn recht wel weten te krijgen, en je aanspreken in rechten op schadevergoeding, ik ga naar de Duitsche wehrmacht en zal jou wel krijgen”, terwijl hij mij nog andere beschuldigingen toevoegde.
Ik heb hem daarna gelast de markt te verlaten en hem dien dag geen plaats toegewezen. Eenige tijd later is Visser op het marktkantoor verschenen; ik heb hem toen de desbetreffende voorschriften voorgelezen. Hij deelde mij mede dat men hem op het hoofdkantoor een voorkeurskaart № 323 voor de Dapperstraat heeft verleend en hij vermoedde dat ik hem onwelgevallig was. Daarover was hij zeer ontsteld en voor de aard van vorenomschreven onbeschoft optreden hiervoor bood hij zijn excuses aan. Visser is staatloos, hij is geboren uit een joodsche vader en een niet joodsche moeder, is in Nederland getrouwd met een joodsche vrouw, doch op zijn persoonsbewijs is geen „J” aangeteekend, zoodat ik hem niet als jood heb aangemerkt.
[Onderaan, stempels:]
№ 27/66/1 M. 1941 Dit document is een officieel verslag van een incident op de Ten Katemarkt in Amsterdam. De kern van het conflict is een onenigheid over de toewijzing van een marktplaats tijdens de 'lotto-aanwijzing' (het loten om plekken). Kurt Alfred Visser, een marktkoopman, pikt een plek in die hem niet is toegewezen en reageert agressief wanneer hij door de ambtenaar wordt gecorrigeerd.
Opvallend is de dreiging die Visser uit: hij dreigt de "Duitsche Wehrmacht" in te schakelen om zijn recht te halen. Dit illustreert de machtsdynamiek tijdens de bezetting, waarbij burgers soms probeerden de bezettingsmacht tegen lokale autoriteiten uit te spelen. Het document eindigt met een opmerkelijke bureaucratische notitie over de afkomst van Visser. Hoewel hij volgens de toenmalige rassenwetten van de bezetter mogelijk als Joods of 'Mischling' kon worden beschouwd, merkt de ambtenaar op dat er geen "J" in zijn persoonsbewijs staat, waardoor hij hem officieel niet als zodanig behandelt. Het document dateert van december 1941, een periode waarin de Jodenvervolging in Nederland steeds grimmiger vormen aannam. Sinds het najaar van 1941 waren er al diverse beperkende maatregelen voor Joodse marktkooplieden van kracht. De administratieve precisie waarmee de ambtenaar de afkomst van Visser ontleedt (vader Joods, moeder niet Joods, echtgenote Joods), toont aan hoe diep de rassenideologie in de dagelijkse ambtelijke praktijk was doorgedrongen.
De markt was in die tijd streng gereguleerd via een systeem van vergunningen en lotingen. Dat Visser staatloos was en uit Neurenberg kwam, suggereert dat hij mogelijk een vluchteling was uit nazi-Duitsland die al vóór de oorlog naar Nederland was gekomen. De verontschuldiging van Visser aan het einde van het verslag kan worden gezien als een poging om verdere repressie of intrekking van zijn marktvergunning te voorkomen. H. de Heer Marktwezen Wehrmacht