Archief 745
Inventaris 745-351
Pagina 311
Dossier 27
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekening.

20 januari 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Den Heer J.C. v.d. Vinden, Rijnstraat 74, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekening. 20 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer J.C. v.d. Vinden, Rijnstraat 74, Amsterdam-Zuid. extra [handgeschreven]

D/HG.

den Heer J.C.v.d.Vinden,
Rijnstraat 74,
Amsterdam-Zuid.

Wijk 22B.

28/3/2 M. 20 Januari 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 Januari jl. verleen ik U hierbij uitstel van Uw verplichting om Uw plaats op de markt Lindengracht regelmatig te bezetten en wel tot 1 Maart 1941. U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld regelmatig wekelijks aan den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur Deze brief is een formeel administratief besluit gericht aan een marktkraamhouder, de heer J.C. van der Vinden. De kern van de boodschap is de toekenning van een tijdelijke ontheffing (uitstel) van de 'bezetplicht'. Normaal gesproken was een marktkoopman verplicht om zijn toegewezen plek op de markt — in dit geval de bekende Lindengracht-markt in de Jordaan — fysiek te bezetten om zijn recht op die plek te behouden.

De directeur willigt een verzoek van 11 januari in, waarbij Van der Vinden tot 1 maart 1941 niet aanwezig hoeft te zijn. Er wordt echter een strikte voorwaarde gesteld: de financiële afdracht van het 'marktgeld' (de staanplaatsvergoeding) moet wekelijks en zonder onderbreking doorgaan. Dit wijst op een bureaucratische afhandeling waarbij het behoud van inkomsten voor de gemeente of de marktdienst prevaleert boven de feitelijke handel ter plaatse. De datum van de brief, 20 januari 1941, plaatst het document in een zeer specifieke en beladen historische context: de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

  1. Locatie en Bevolking: De ontvanger woonde in de Rijnstraat (Amsterdam-Zuid), een buurt die destijds een relatief grote Joodse populatie kende. Hoewel de brief op zichzelf puur administratief oogt, vonden er in deze periode (januari 1941) steeds meer uitsluitingsmaatregelen plaats tegen Joodse burgers en ondernemers.
  2. Marktwezen: De Lindengracht was (en is) een van de prominente markten in Amsterdam. Tijdens de bezetting werd het marktwezen streng gereguleerd door de bezetter en de meewerkende gemeentelijke instanties. Het is mogelijk dat de afwezigheid van de heer Van der Vinden te maken had met de toenemende restricties of persoonlijke omstandigheden voortvloeiend uit de oorlogssituatie.
  3. De Februari-staking: De brief is geschreven slechts een maand voor de uitbraak van de Februari-staking (25-26 februari 1941), die begon als protest tegen de Jodenvervolging in Amsterdam. De spanningen in de stad, met name in de Jordaan (waar de Lindengracht ligt), liepen in januari 1941 hoog op door provocaties van de WA (de weerbaarheidsafdeling van de NSB).
  4. Handgeschreven "extra": De notitie "extra" bovenaan het document kan erop wijzen dat dit dossier buiten de normale procedure viel of dat er speciale aandacht voor deze persoon of dit geval vereist was door de archiverende instantie. J.C. v.d. Vinden Marktwezen NSB WA

Samenvatting

Deze brief is een formeel administratief besluit gericht aan een marktkraamhouder, de heer J.C. van der Vinden. De kern van de boodschap is de toekenning van een tijdelijke ontheffing (uitstel) van de 'bezetplicht'. Normaal gesproken was een marktkoopman verplicht om zijn toegewezen plek op de markt — in dit geval de bekende Lindengracht-markt in de Jordaan — fysiek te bezetten om zijn recht op die plek te behouden.

De directeur willigt een verzoek van 11 januari in, waarbij Van der Vinden tot 1 maart 1941 niet aanwezig hoeft te zijn. Er wordt echter een strikte voorwaarde gesteld: de financiële afdracht van het 'marktgeld' (de staanplaatsvergoeding) moet wekelijks en zonder onderbreking doorgaan. Dit wijst op een bureaucratische afhandeling waarbij het behoud van inkomsten voor de gemeente of de marktdienst prevaleert boven de feitelijke handel ter plaatse.

Historische Context

De datum van de brief, 20 januari 1941, plaatst het document in een zeer specifieke en beladen historische context: de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

  1. Locatie en Bevolking: De ontvanger woonde in de Rijnstraat (Amsterdam-Zuid), een buurt die destijds een relatief grote Joodse populatie kende. Hoewel de brief op zichzelf puur administratief oogt, vonden er in deze periode (januari 1941) steeds meer uitsluitingsmaatregelen plaats tegen Joodse burgers en ondernemers.
  2. Marktwezen: De Lindengracht was (en is) een van de prominente markten in Amsterdam. Tijdens de bezetting werd het marktwezen streng gereguleerd door de bezetter en de meewerkende gemeentelijke instanties. Het is mogelijk dat de afwezigheid van de heer Van der Vinden te maken had met de toenemende restricties of persoonlijke omstandigheden voortvloeiend uit de oorlogssituatie.
  3. De Februari-staking: De brief is geschreven slechts een maand voor de uitbraak van de Februari-staking (25-26 februari 1941), die begon als protest tegen de Jodenvervolging in Amsterdam. De spanningen in de stad, met name in de Jordaan (waar de Lindengracht ligt), liepen in januari 1941 hoog op door provocaties van de WA (de weerbaarheidsafdeling van de NSB).
  4. Handgeschreven "extra": De notitie "extra" bovenaan het document kan erop wijzen dat dit dossier buiten de normale procedure viel of dat er speciale aandacht voor deze persoon of dit geval vereist was door de archiverende instantie.

Genoemde Personen 1

Locaties

Lindengracht

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen NSB WA

Gerelateerde Documenten 6