Dienstbrief / Sommatie tot inlevering van goederen.
Origineel
Dienstbrief / Sommatie tot inlevering van goederen. 21 januari 1941. Gemeente Amsterdam, Dienst van het Marktwezen. Den Heer M. de Beer, Langgewenscht 6, Hilversum. [Logo: Wapen van Amsterdam met drie kruisen]
MARKTWEZEN
AMSTERDAM HG. Verzonden 21/1 [handgeschreven]
TELEFOONNUMMER 85151 VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 28/5/2 M. [onderstreept]
BIJLAGE ...........................
ONDERWERP :
AMSTERDAM (W.) 21 Januari 1941.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
**AAN**
**den Heer M.de Beer,**
**Langgewenscht 6,**
**H I L V E R S U M .**
U gelieve het aan U in bruikleen afgestane snoer met toebe-
**Lindengracht** [tussen de regels getypt]
hooren, voor de kramenverlichting op de markt
ten spoedigste in te leveren bij den dienstdoende marktambtenaar
van bovengenoemde markt.
De Directeur,
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. Het document is een officiële administratieve mededeling van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De toon is zakelijk en dwingend ("U gelieve... ten spoedigste in te leveren"). De kern van de boodschap is de terugvordering van een elektrisch snoer met bijbehorende materialen die door de gemeente in bruikleen waren gesteld voor de verlichting van een marktkraam op de Lindengracht.
Opvallend is dat het adres van de ontvanger in Hilversum ligt, terwijl het materiaal betrekking heeft op een Amsterdamse markt. De handgeschreven toevoeging "Lindengracht" tussen de regels duidt op een correctie of specificatie die na het opstellen van de standaardtekst is toegevoegd om de betreffende marktlocatie te identificeren. Het gebruikte formulier is een standaardmodel van de afdeling Algemene Zaken (A.Z.), gedrukt in september 1939. De datum van de brief, 21 januari 1941, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam snel toe. De achternaam "De Beer" en de sommatie om gemeentelijke eigendommen direct in te leveren, passen in een patroon waarbij Joodse marktkooplieden systematisch uit de openbare markthandel werden verdreven.
Kort na de datum van deze brief, op 10 januari 1941, was de verplichte registratie van Joden (Verordening 6/41) van kracht geworden. In deze maanden werden Joodse ondernemers en handelaren steeds vaker gedwongen hun activiteiten te staken of hun vergunningen in te leveren. Het terugvorderen van essentiële zaken zoals kramenverlichting was vaak een administratieve voorbode van een verbod om nog langer op de markt te staan. Enkele weken later, in februari 1941, zouden de spanningen rond de Amsterdamse markten en de Joodse buurt escaleren en leiden tot de Februaristaking. M. de Beer Gemeente Amsterdam Marktwezen