Formulier voor het opzeggen van een vaste marktplaats.
Origineel
Formulier voor het opzeggen van een vaste marktplaats. MARKTWEZEN
AMSTERDAM
(onderstreept)
No. 1079
Dienst Marktwezen
Ondergeteekende [m. Caransa]
houder(~~ster~~) van een vaste plaats(en) No. [5]
op de Markt [Lindengracht]
wenscht met ingang van [10 - 2 - 41]
van deze plaats(en) geen verder gebruik te maken.
AMSTERDAM, [7 - 2 -] 194 [1]
HANDTEEKENING :
[M Caransa]
M.W. 67 1000-12-40
OPMERKINGEN :
[No 20/14/4] (handgeschreven in paarse inkt)
[II. 1941] (groot paars datumstempel)
Afgevoerd C. W. No. [leeg]
week van [10 FEB.] (paars stempel)
tot [leeg] Het document is een officiële afstandsverklaring van een marktplaats op de Lindengracht in Amsterdam. De ondertekenaar, M. Caransa, geeft aan per 10 februari 1941 geen gebruik meer te willen maken van vaste standplaats nummer 5.
De administratieve stempels onderaan het document tonen aan dat het verzoek is verwerkt door de Dienst Marktwezen. De marktkraam is "afgevoerd" in de week van 10 februari 1941, exact de datum die Caransa op het formulier had aangegeven als ingangsdatum van de opzegging. Dit document is historisch zeer beladen vanwege de datum en de persoon die het ondertekende.
- Maurits Caransa: De ondertekenaar is zeer waarschijnlijk Maurits "Maup" Caransa (1916-2009), die voor de oorlog als Joodse marktkoopman in Amsterdam werkte en later uit zou groeien tot een bekende vastgoedmagnaat.
- Duitse Bezetting en Jodenvervolging: In februari 1941 was Nederland bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen namen in deze periode in snel tempo toe. Joodse marktkooplieden werden systematisch gedwarsboomd en uiteindelijk volledig van de reguliere markten verbannen.
- Februaristaking: Dit document is ondertekend op 7 februari 1941, slechts ruim twee weken voor de Februaristaking (25-26 februari), die uitbrak als protest tegen de gewelddadige razzia's op Joodse Amsterdammers.
- Gedwongen vertrek: Hoewel het formulier de taal van een vrijwillige opzegging hanteert ("wenscht... geen verder gebruik te maken"), moet dit gezien worden in de context van de uitsluiting van Joden uit het economische leven. Het opgeven van een standplaats was in deze periode vaak een direct gevolg van de onmogelijkheid om het beroep nog langer uit te oefenen door de discriminerende verordeningen van de bezetter. M. Caransa W. No Marktwezen