Archief 745
Inventaris 745-351
Pagina 364
Dossier 27
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte verklaring op officieel doorslagpapier (waarschijnlijk van een gemeentelijke instantie in Amsterdam).

12 maart 1941.

Origineel

Getypte verklaring op officieel doorslagpapier (waarschijnlijk van een gemeentelijke instantie in Amsterdam). 12 maart 1941. In de transcriptie is de originele spelling, interpunctie en indeling aangehouden. Handgeschreven tekst is tussen [ ] geplaatst.

[extra]
D/HG.

                    den Heer W.H.Botter,
                    Lijnbaansgracht 35 III,
                    Amsterdam-Centrum.
                                 Wijk 9.

28/17/2 M. 12 Maart 1941.

    Hiermede verklaar ik, dat W.H.Botter, geboren 16 Juni 1904

sedert 21 Maart 1938 tot op heden geen vaste plaats heeft bezet op
de markt Lindengracht.

                                        De Directeur, Dit document is een officiële, ambtelijke verklaring afgegeven door een directeur (waarschijnlijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). Het bevestigt dat de heer W.H. Botter in de periode van maart 1938 tot maart 1941 geen vaste standplaats heeft gehad op de Lindengracht-markt.

Opvallend is de zakelijke, korte toon. Het document lijkt te dienen als bewijsstuk in een administratieve procedure. De vermelding van "Wijk 9" verwijst naar de oude wijkindeling van Amsterdam, waarbij Wijk 9 de Jordaan besloeg, waar de Lindengracht-markt zich bevindt. De handgeschreven toevoeging "extra" suggereert dat dit een afschrift is buiten de reguliere correspondentie om, of dat er spoed bij geboden was. De datum van het document, 12 maart 1941, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. Slechts twee weken voor de datum van dit schrijven vond de Februaristaking (25-26 februari 1941) plaats in Amsterdam, als protest tegen de Jodenvervolging.

Tijdens de bezetting werden administratieve verklaringen over beroepsuitoefening en marktplaatsen vaak essentieel voor:
1. Registratie: De bezetter wilde nauwkeurig weten wie economisch actief was, met name om Joodse ondernemers en marktkooplui te identificeren en uit te sluiten (bijv. via Verordening 189/40).
2. Vrijstellingen of bewijs van niet-activiteit: Mogelijk had de heer Botter dit document nodig om aan te tonen dat hij niet op de markt stond, wellicht om onder bepaalde heffingen, verplichte arbeidsinzet, of registraties uit te komen.
3. Toewijzing: In een tijd van toenemende schaarste en strenge controle op de distributie en handel, was het bezit van een 'vaste plaats' op een markt een juridisch en economisch cruciaal gegeven.

Het feit dat dit document specifiek verklaart dat hij geen plaats bezette, kan erop wijzen dat hij probeerde aan te tonen dat hij op dat moment geen marktkoopman van beroep was.

Samenvatting

Dit document is een officiële, ambtelijke verklaring afgegeven door een directeur (waarschijnlijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). Het bevestigt dat de heer W.H. Botter in de periode van maart 1938 tot maart 1941 geen vaste standplaats heeft gehad op de Lindengracht-markt.

Opvallend is de zakelijke, korte toon. Het document lijkt te dienen als bewijsstuk in een administratieve procedure. De vermelding van "Wijk 9" verwijst naar de oude wijkindeling van Amsterdam, waarbij Wijk 9 de Jordaan besloeg, waar de Lindengracht-markt zich bevindt. De handgeschreven toevoeging "extra" suggereert dat dit een afschrift is buiten de reguliere correspondentie om, of dat er spoed bij geboden was.

Historische Context

De datum van het document, 12 maart 1941, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. Slechts twee weken voor de datum van dit schrijven vond de Februaristaking (25-26 februari 1941) plaats in Amsterdam, als protest tegen de Jodenvervolging.

Tijdens de bezetting werden administratieve verklaringen over beroepsuitoefening en marktplaatsen vaak essentieel voor:
1. Registratie: De bezetter wilde nauwkeurig weten wie economisch actief was, met name om Joodse ondernemers en marktkooplui te identificeren en uit te sluiten (bijv. via Verordening 189/40).
2. Vrijstellingen of bewijs van niet-activiteit: Mogelijk had de heer Botter dit document nodig om aan te tonen dat hij niet op de markt stond, wellicht om onder bepaalde heffingen, verplichte arbeidsinzet, of registraties uit te komen.
3. Toewijzing: In een tijd van toenemende schaarste en strenge controle op de distributie en handel, was het bezit van een 'vaste plaats' op een markt een juridisch en economisch cruciaal gegeven.

Het feit dat dit document specifiek verklaart dat hij geen plaats bezette, kan erop wijzen dat hij probeerde aan te tonen dat hij op dat moment geen marktkoopman van beroep was.

Gerelateerde Documenten 6