Ambtelijke notitie / Verzoekschrift betreffende marktplaatsen.
Origineel
Ambtelijke notitie / Verzoekschrift betreffende marktplaatsen. 6 maart 1941. [Links boven, gestempeld/geschreven:]
Nº 28/18/1 M. 1941 10/3
[Rechts boven:]
Aan den Inspecteur
van Marktwezen
alhier.
[Kerntekst:]
De pcht C.A. Draaijer verzocht nog
eenigen tijd uitstel van het bezetten
van zijn marktplaatsen op Lindengracht
en Westermarkt respectievelijk 203 en 60,
Redenen hiervoor zijn dat zijn vrouw
nog niet de markt mag bezoeken.
[Ondertekening:]
6-3-’41 H G J Draaijer
[Onderaan, onder een scheidingslijn:]
Tegen dit verzoek bestaat m.i. geen
bezwaar. [Geparafeerd] * Onderwerp: Het document betreft een formeel verzoek om uitstel voor het innemen van toegewezen marktplaatsen. In de Amsterdamse marktverordening was men verplicht een standplaats persoonlijk en regelmatig te bezetten; bij verzuim zonder geldige reden liep men het risico de vergunning kwijt te raken.
* Reden: Het verzoek wordt gemotiveerd door de persoonlijke omstandigheden van de pachter. Zijn vrouw mag "de markt nog niet bezoeken", wat duidt op een medische beperking of herstelperiode (bijvoorbeeld na een bevalling of ziekte), waardoor zij hem niet kan bijstaan of waardoor hij thuis nodig is.
* Besluitvorming: Onderaan de notitie staat een ambtelijke kanttekening ("m.i. geen bezwaar"), wat aangeeft dat de inspectie akkoord gaat met het tijdelijke uitstel. De afkorting "pcht" staat voor "pachter". * Tijdsgewricht: Maart 1941. Dit is minder dan een jaar na de Duitse inval en slechts enkele weken na de Februaristaking (25-26 februari 1941). Hoewel het document een alledaags administratief karakter heeft, vond dit plaats in een periode van grote spanning en toenemende beperkingen in Amsterdam.
* Locatie: De Lindengracht en Westermarkt zijn van oudsher belangrijke marktlocaties in de Jordaan en het centrum van Amsterdam.
* Administratieve geschiedenis: Dergelijke documenten maken vaak deel uit van de archieven van de Marktdienst. Ze geven inzicht in de strikte regulering van de handel en de interactie tussen de burger en het lokale gezag tijdens de bezettingsjaren.