Doorslag van een getypte brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (ambtelijke correspondentie). 11 oktober 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:] W. de Boer
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 13/10
den Heer W.v.d. Horst,
Lindengracht 180 I,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 9.
28/41/2 M 11 October 1941.
Naar aanleiding van Uw brief, ingekomen op 8 September
jl. verleen ik U hierby toestemming om gedurende vier maanden
na dato dezes Uw plaatsen op de markten Lindengracht en Wes-
terstraat niet te bezetten, mits het ook tydens Uw afwezigheid
verschuldigde marktgeld wekelyks by den dienstdoenden markt-
ambtenaar wordt betaald.
De Directeur, * **Inhoud:** De brief is een officiële goedkeuring aan de heer W. van der Horst om zijn marktkramen op de Lindengracht en de Westerstraat voor een periode van vier maanden onbezet te laten.
- Voorwaarde: De toestemming is strikt gebonden aan de voorwaarde dat het marktgeld wekelijks doorbetaald wordt aan de dienstdoende ambtenaar, ondanks de afwezigheid van de koopman.
- Administratieve context: De vermelding "Wyk 9" duidt op de administratieve indeling van de stad Amsterdam voor marktzaken. De handgeschreven notitie "Verzonden 13/10" laat zien dat de brief twee dagen na de type-datum daadwerkelijk is uitgegaan.
- Taal en Spelling: Het document hanteert de spelling-Marchant (gebruik van 'y' in plaats van 'ij' in woorden als hierby, tydens, wekelyks), wat standaard was voor officiële documenten in die periode. Dit document stamt uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De markten op de Lindengracht en de Westerstraat (beide in de Jordaan) waren en zijn centrale economische punten in Amsterdam.
Hoewel de brief een puur administratieve toon heeft, is de timing relevant: 1941 was een jaar van toenemende schaarste, distributiemaatregelen en de uitsluiting van Joodse marktkooplieden van de openbare markten (die vanaf september 1941 naar specifieke Joodse markten werden verbannen). Er is in deze specifieke brief echter geen direct bewijs dat de afwezigheid van de heer Van der Horst verband houdt met deze politieke situatie; het kan ook gaan om ziekte, persoonlijke omstandigheden of gebrek aan handel door de oorlogsomstandigheden. Het feit dat hij zijn plek mag behouden mits hij betaalt, wijst op een poging om zijn vergunning voor de lange termijn veilig te stellen. W. de Boer W. v.d. Horst