Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 5 november 1941 S. Muller, Nieuwe Heerengracht 30 hs, Amsterdam De Weled. Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam No 20 / 50/1 M. 1341 7/11
Adam 5 Nov 1941
De WelEd. Heer
Directeur van het Marktwezen
Amsterdam
Ik ontving Uw schrijven dato 3 Nov. jl. ten naame voor S. Muller, dit is waarschijnlijk een abuis, want mijn vader dat is J. Muller heeft zijne plaats aanvaard, en heeft reeds een formulier geteekend en ingeleverd bij het kantoor van den marktmeester Waterlooplein, en deze had reeds jaren een vaste plaats op het Waterlooplein, zoodat dit schrijven bedoeld zal zijn voor mijn zelven dat is S. Muller, zoo deel ik Uwel mede dat ik geen vaste plaats onder deze omstandigheden kan aanvaarden. Ik had reeds eenige jaren een vaste plaats op de Lindengracht, en nu ik de Zaterdagmarkt kwijt ben heeft op het oogenblik de markt voor mij geen waarde. Ten eerste de kosten die alle week te betalen heb, zooals natuurlijk marktgeld, kramengeld en van opbergen dat is circa ƒ 3.50 per week, en dit kan er niet van af voor een markt die op niets uitloopt en waar niets van terecht komt, want de menschen staan er voor de leut.
Beleefd zoude ik U willen verzoeken daar ik het marktgeld per half jaar voldaan heb, het te veel betaalde van de laatste maanden mij te willen retourneeren, daar ik nu van mijne plaats op de Lindengracht geen gebruik meer kan maken.
Echter zoude ik wel in aanmerking willen komen wanneer zulks kan voor een losse plaats, want op het oogenblik heb ik te weinig handel, en kan ik onmogelijk alle week mijne kosten betalen.
In afwachting
Hoogachtend
S Muller
S. Muller
Nw. Heerengracht 30 hs
Amsterdam (C) In deze brief reageert S. Muller op een schrijven van de Directie van het Marktwezen. De kernpunten zijn:
1. Persoonsverwisseling: De afzender verduidelijkt dat er verwarring is ontstaan tussen hem (S. Muller) en zijn vader (J. Muller). De vader heeft reeds een vaste plaats op het Waterlooplein geaccepteerd.
2. Afwijzing vaste standplaats: S. Muller weigert zelf een vaste standplaats. Hij beargumenteert dit door te wijzen op het verlies van de zaterdagmarkt op de Lindengracht, waardoor een vaste plek voor hem niet langer rendabel is.
3. Economische malaise: Hij schetst een somber beeld van de handel. De wekelijkse kosten (marktgeld, kramengeld en opslag) bedragen ongeveer 3,50 gulden, wat hij niet kan opbrengen omdat de markt "op niets uitloopt" en de bezoekers er enkel "voor de leut" (voor het plezier, zonder te kopen) staan.
4. Verzoek tot restitutie: Hij vraagt om teruggave van het vooruitbetaalde marktgeld voor de resterende maanden.
5. Compromis: Hij eindigt met het verzoek om eventueel in aanmerking te komen voor een "losse plaats" (dagplaats), wat minder financiële risico's met zich meebrengt. De brief is gedateerd op 5 november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De historische context is hier cruciaal:
* Locatie: De Nieuwe Heerengracht en het Waterlooplein lagen in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.
* Anti-Joodse maatregelen: In 1941 namen de restricties voor Joodse markthandelaren drastisch toe. Eerder dat jaar (juli/augustus 1941) waren Joodse handelaren door de bezetter verbannen van de reguliere markten en mochten zij alleen nog op specifiek aangewezen "Joodse markten" staan (zoals het Waterlooplein en delen van de Lindengracht).
* Economische uitsluiting: De klacht van Muller dat de markt "op niets uitloopt" en dat hij zijn kosten niet kan betalen, moet gezien worden in het licht van de doelbewuste verpaupering van de Joodse bevolking door de nazi-verordeningen. De koopkracht in de buurt nam af en de handelsmogelijkheden werden steeds verder ingeperkt.
* Administratieve kilheid: De brief toont de dagelijkse bureaucratische realiteit waarin burgers probeerden te overleven en te navigeren binnen formele structuren, terwijl de wereld om hen heen in rap tempo grimmiger werd. J. Muller S. Muller Marktwezen