S. Muller
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 33
S. Muller was een marktkoopman met standplaatsen op de Waterlooplein en de Lindengracht. Hij woonde aan de Nieuwe Heerengracht. In 1941 ontstond administratieve verwarring met zijn vader, J. Muller, die ook als marktkoopman werd genoteerd. In 1942 verzond Muller een kaart aan het Marktwezen. Zijn standplaatsen werden vanaf november 1941 niet meer bezet.
Lotgevallen
Relaties
Handel
Bron-evidence
23.2 — S. Muller Zwanenburgwal 8 I
Archiefdocumenten
Brief (handgeschreven)
In deze brief reageert S. Muller op een schrijven van de Directie van het Marktwezen. De kernpunten zijn: 1. **Persoonsverwisseling:** De afzender verduidelijkt dat er verwarring is ontstaan tussen hem (S. Muller) en zijn vader (J. Muller). De vader heeft reeds een vaste plaats op het Waterlooplein geaccepteerd. 2. **Afwijzing vaste standplaats:** S. Muller weigert zelf een vaste standplaats. Hij beargumenteert dit door te wijzen op het verlies van de zaterdagmarkt op de Lindengracht, waardoor een vaste plek voor hem niet langer rendabel is. 3. **Economische malaise:** Hij schetst een somber beeld van de handel. De wekelijkse kosten (marktgeld, kramengeld en opslag) bedragen ongeveer 3,50 gulden, wat hij niet kan opbrengen omdat de markt "op niets uitloopt" en de bezoekers er enkel "voor de leut" (voor het plezier, zonder te kopen) staan. 4. **Verzoek tot restitutie:** Hij vraagt om teruggave van het vooruitbetaalde marktgeld voor de resterende maanden. 5. **Compromis:** Hij eindigt met het verzoek om eventueel in aanmerking te komen voor een "losse plaats" (dagplaats), wat minder financiële risico's met zich meebrengt.
Administratieve lijst/registratie van marktkooplieden.
Dit document is een administratieve inventarisatie van Joodse marktkooplieden op Vlooienburg (de buurt rond het Amsterdamse Waterlooplein). De lijst is opgesteld op 16 februari 1941, een zeer beladen moment in de geschiedenis van Amsterdam. De systematische opzet, inclusief geboortedata en categorisering van goederen, wijst op een formele registratie. Opvallend is de grote aanwezigheid van textielwaren (kousen, dassen) en specifieke voedingsmiddelen (koek, zuur, haring) die typerend waren voor de Joodse straathandel van die tijd. De totalen onderaan de kolommen duiden op een statistische verwerking van de gegevens, mogelijk om het aantal vergunningen te limiteren of om de Joodse handel strikter te controleren. De aantekeningen in de marge ("Zwa. 1" en "Do. 3") zijn mogelijk verwijzingen naar specifieke marktlocaties of extra administratieve codes.
Postkaart (briefkaart voor binnelands gebruik).
Dit document is een officiële correspondentie gericht aan het Amsterdamse Marktwezen. De kaart is verzonden op 1 mei 1942 en drie dagen later, op 4 mei (aangeduid door de handgeschreven "4/5" in het paarse stempel), door de administratie van het Marktwezen verwerkt onder nummer 30/24/1. De afzender, S. Muller, woonde aan de Nieuwe Heerengracht, een straat die destijds deel uitmaakte van de Amsterdamse Jodenbuurt. Gezien de datum (mei 1942) en de locatie van de afzender, valt dit document in de periode waarin de anti-Joodse maatregelen door de Duitse bezetter steeds verder werden aangescherpt. Vanaf mei 1942 was bijvoorbeeld het dragen van de Jodenster verplicht. De Jan van Galenstraat was de locatie van de Centrale Markthallen. Correspondentierkaarten zoals deze werden vaak gebruikt voor vergunningsaanvragen, meldingen over marktplaatsen of administratieve vragen met betrekking tot de handel.
Een doorslag van een officiële brief/lijst van de Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk Dienst der Markten).
Dit document is een verzamel-doorslag van een brief die gestuurd is naar verschillende Joodse marktkooplieden in Amsterdam. De kern van de brief is de restitutie (terugbetaling) van marktgeld. De brief vermeldt dat de geadresseerden hun marktplaats "met ingang van 3 November 1941 niet meer hebben mogen bezetten". Omdat zij echter al wel voor het gehele tweede halfjaar van 1941 hadden betaald, krijgen zij een deel van dit bedrag terug. De bedragen variëren tussen de 4 en 10,50 gulden. De lijst met namen en adressen (o.a. Waterlooplein, Nieuwmarkt, Valkenburgerstraat) wijst direct naar de Joodse bevolking van Amsterdam in die tijd. De "Directeur" die de brief ondertekent is de directeur van de Dienst der Markten, destijds gevestigd aan de Jan van Galenstraat (de Centrale Markthallen).
Doorslag (carbonkopie) van een getypte lijst met handgeschreven toevoegingen en handtekeningen.
Het document betreft een administratieve lijst van personen, allen woonachtig in Amsterdam. De linker kolom bevat data (bijv. 23 februari, 25 januari, 2 mei), die mogelijk verwijzen naar het moment van registratie of een specifieke administratieve handeling. Opvallend is dat veel van de genoemde achternamen (zoals Swaab, Werkheim, Parijs, Vreesland) en de genoemde adressen (o.a. de Transvaalbuurt en de Joodse buurt) sterk wijzen op een lijst van Joodse inwoners van Amsterdam. De afkorting "Coll." staat voor "Collationeerd" (gecontroleerd op overeenstemming met het origineel). De ondertekening door de "Directeur voor Sociale Zaken" duidt op een officiële gemeentelijke procedure.
Archieflijst-vermeldingen
Administratieve lijst - Dapperstraat
| 195 | S.Muller | 30-9-01 | Nw. Heerengracht 30 hs | Waterlooplein |
Koopliedenlijsten
Waterlooplein — standplaats T
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE Marktwezen. t.a.v. Hr. Muller.
# TRANSCRIPTIE [In het midden van de pagina:] *H. Müller*
# TRANSCRIPTIE (Rechtsboven op de pagina) Hr. Müller [onderstreept]
# TRANSCRIPTIE [Rechtsboven, in inkt geschreven en onderstreept:] H. Müller
# TRANSCRIPTIE [Midden op de pagina:] H. Müller {onderstreept met een krul}