Administratieve notitie/correspondentie op een officieel formulier (Bijblad).
Origineel
Administratieve notitie/correspondentie op een officieel formulier (Bijblad). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/40/1 1941.
DOORGEZONDEN: 14/11 - '41.
[Rechtsboven, onderstreept:]
911
[Bovenaan:]
S. de Wilde-Barend
pl. 105 Waterlooplein 7
voorspronkelijk pl. 12 Zwanenburgwal
met assistentie van E. de Wilde, h.
m. 30/76/3/ dag 1/8.
[In de linkermarge:]
Waterlooplein 7 -
[Midden:]
Den Heer Inspecteur
[Marginale notitie rechts:] Th. Renz, om advies B 17/11 '41
Het verzoek om assistentie van S. de Wilde-Barend
pl: n: 105, zou ik U in overweging willen geven om
het toe te staan, echter op voorwaarde dat het geen
vervanging wordt, want dan moet er f. 0.15 per dag
betaald worden -
[Ondertekening:]
J. Renz
[Onderaan:]
assistent : a. Roodveldt, 16-4-20
Pretoriusplein 21 II
[Rechtsonder:]
Z.O.Z
[Gedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een ambtelijk advies over een vergunning voor "assistentie" op de markt van het Waterlooplein in Amsterdam. Mevrouw S. de Wilde-Barend, die marktplaats 105 bezet (eerder plaats 12 aan de Zwanenburgwal), vraagt toestemming om geholpen te worden, vermoedelijk door een familielid (E. de Wilde).
De ambtenaar (J. Renz) adviseert de Inspecteur om dit toe te staan, maar stelt een scherpe voorwaarde: het mag geen "vervanging" zijn. In het marktrecht van die tijd betekende assistentie dat de vergunninghouder zelf aanwezig bleef. Als de assistent de houder volledig verving, werd dit gezien als bedrijfsvervanging, waarvoor een dagelijkse leges van 0,15 gulden verschuldigd was. Onderaan wordt nog een andere assistent genoemd, A. Roodveldt, met diens geboortedatum en adres. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is een cruciale periode voor de Amsterdamse markten, in het bijzonder het Waterlooplein, dat in het hart van de Joodse buurt lag.
In deze periode werden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds verder geïsoleerd en beperkt in hun bewegingsvrijheid. Sinds september 1941 mochten Joden alleen nog op speciaal aangewezen "Jodenmarkten" staan. De namen op dit document (De Wilde-Barend, Roodveldt) en de locaties (Waterlooplein, Zwanenburgwal, Pretoriusplein) duiden op Joodse Amsterdammers die probeerden hun nering voort te zetten onder een steeds strenger wordend bureaucratisch regime. De strikte controle op "assistentie" versus "vervanging" was onderdeel van de nauwgezette administratieve controle die de bezetter en de meewerkende gemeentelijke instanties uitoefenden op de Joodse bevolking. S. de Wilde-Barend E. de Wilde Th. Renz J. Renz A. Roodveldt. Gemeente Amsterdam Marktwezen