Ambtelijke notitie/correspondentie betreffende marktplaatsen.
Origineel
Ambtelijke notitie/correspondentie betreffende marktplaatsen. 18 december 1941 t/m 19 januari 1942. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/53/1 1941
DOORGEZONDEN: 18/12-'41
[Rechtsboven]
J. Muller
a.s. Maandag oproepen
13-1-42
pl. 39 Waterlooplein
[Onleesbare paraaf, mogelijk de Haas]
[Midden, linkerzijde]
Muller bij mij ontboden
en hem medegedeeld dat zijn
verzoek niet kan worden inge-
willigd. (Zie rapport chef marktopz.)
19-1-'42
[Paraaf de Haas]
[Rechtsboven, schuin geschreven]
Th. Reny
Advies
18-12-41
[Onleesbare paraaf]
[Rechtsonder, boven de hoofdtekst]
31-12-41
Den Heer
Inspecteur
[Onderste tekstblok]
Zoals Dhr. J. Muller pl: n: 39 het verzoek doet om dagelijks volgens ancienniteit een plaats in te nemen, is er natuurlijk geen bezwaar, maar de moeilijkheid is dat Muller een eigen stal heeft, zoo dat er elken dag een stal voor hem afgebroken moet worden, en dat gaat m:i: niet, zoo dat ik U in overweging zou willen geven, het verzoek niet toe te staan -
J. Reny
[Linksonder, drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek door een marktkoopman genaamd J. Muller, werkzaam op het Waterlooplein in Amsterdam op standplaats 39.
Muller verzoekt om dagelijks een plek te mogen innemen op basis van zijn 'anciënniteit' (dienstjaren/voorrang). Hoewel dit in principe toegestaan is, stuit het op een praktisch bezwaar: Muller beschikt over een eigen stal. Omdat er reeds stallen staan, zou er elke dag een bestaande stal afgebroken moeten worden om ruimte te maken voor de zijne. De adviseur, J. Reny, acht dit onuitvoerbaar ("dat gaat m:i: [mijns inziens] niet") en adviseert daarom het verzoek af te wijzen.
De opeenvolging van data toont het proces:
1. 18-12-41: Het advies van Reny wordt opgesteld.
2. 31-12-41: Het dossier wordt gericht aan de Inspecteur.
3. 13-01-42: Er wordt genoteerd dat Muller opgeroepen moet worden.
4. 19-01-42: Muller verschijnt ("ontboden") en krijgt mondeling de afwijzing te horen, met verwijzing naar een rapport van de chef marktopzicht. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (december 1941 - januari 1942). Het Waterlooplein in Amsterdam was historisch gezien het hart van de Joodse markt. In 1941 was de situatie voor Joodse marktkooplieden al uiterst precair door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Hoewel dit specifieke document een logistieke reden (het afbreken van stallen) opgeeft voor de afwijzing, is het illustratief voor de strikte bureaucratische controle op de markten in deze tijd. Dossiers zoals deze zijn van belang voor historisch onderzoek naar het dagelijks leven en de administratieve beperkingen tijdens de bezettingsjaren in Amsterdam. J. Muller J. Reny M. No