Getypte brief/rapportage.
Origineel
Getypte brief/rapportage. 26 augustus 1940. H.A. van Duinhoven. De Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. № 3.1/2/2 [stempel] 19417
Amsterdam, 26 Augustus 1940.
Den Heer Directeur
van het Marktwezen.
Ingevolge Uw opdracht rapporteer ik U het volgende.
Op de markten treden den laatsten tijd enkele personen met zgn. kermisattracties op; hun handelwijze heeft met den normalen markthandel niets uitstaande. Als camouflage verkoopen zij wel "iets" bij de voorstelling, die zij geven.
Ik noem bv. de voorstelling met parkieten (geconstateerd op het Amstelveld en Albert Cuypstraat) verkoop: kaarten, waarop vogeltjes staan.
Een "boeienkoning": verkoop: potloden.
Een "helderziende": verkoop: voorspellingen van de toekomst.
Mogelijk zijn er nog enkele attracties. Hieromtrent zou het markt-personeel inlichtingen kunnen verstrekken. Geconstateerd moet worden, dat een en ander de markten een levendig aanzien geven, terwijl er veel publiek door naar de markten wordt getrokken.
Naar mijn meening behooren dergelijke attracties op de markten echter niet thuis, bovendien is er strijdt met artikel 75 der Algemeene Politie Ver-ordening, waarbij het onder andere is verboden vertooningen op den openbaren weg te geven.
w.g. H.A. van Duinhoven.
[handgeschreven in rood:] voeg bij dossier V. Houten. In deze ambtelijke rapportage uit de vroege bezettingsperiode uit de auteur, H.A. van Duinhoven, zijn zorgen over de opkomst van straatartiesten en kermisattracties op de Amsterdamse markten (met name het Amstelveld en de Albert Cuypstraat).
De kern van het rapport is dat deze personen geen echte kooplieden zijn, maar hun optredens (zoals een parkietennummer, een boeienkoning of een helderziende) "camoufleren" door symbolische goederen zoals kaarten of potloden te verkopen. Hoewel de auteur erkent dat deze activiteiten de markt levendiger maken en meer publiek trekken, adviseert hij om hiertegen op te treden. Hij baseert zich hierbij op de Algemeene Politie Verordening (APV), die onvergunde vertoningen op de openbare weg verbiedt.
De toon is formeel en handhavingsgericht, typerend voor de gemeentelijke bureaucratie die ook onder de nieuwe politieke omstandigheden van de bezetting de openbare orde strikt probeerde te reguleren. De datum van de brief, augustus 1940, is saillant: Nederland is op dat moment net enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. Terwijl de bezetter de maatschappij begon te herstructureren, gingen de dagelijkse werkzaamheden van gemeentelijke diensten zoals het Marktwezen gewoon door.
De genoemde locaties, het Amstelveld en de Albert Cuypstraat, zijn tot op de dag van vandaag iconische Amsterdamse marktlocaties. In tijden van economische onzekerheid en oorlog zochten mensen vaker naar alternatieve manieren om geld te verdienen (zoals de beschreven straatattracties) en zocht het publiek naar goedkoop vermaak. De handgeschreven notitie onderaan wijst erop dat dit document werd toegevoegd aan een specifiek dossier, vermoedelijk betreffende een persoon of zaak genaamd "V. Houten". H.A. van Duinhoven V. Houten Marktwezen Politie