Officieel formulier van de marktamministratie (oproep/waarschuwing).
Origineel
Officieel formulier van de marktamministratie (oproep/waarschuwing). Nº 31/3/4 M. 1941 7/7 [stempel]
Opgeroepen per
(datum) 15 Jan. '41 (uur) 10-12
.................... of .............
....................................
wegens niet geregeld bezetten
plaats op de markt Waterlooplein
....................................
nummer plaats/voorkeurskaart 61 a
gewaarschuwd op 15-11-40
Aan
H. Prins - Polak
Geldersekade 73 II
Aanteekeningen Inspecteur:
Zal geregeld plaats
innemen.
15-1-41
de Heer [handtekening]
====================================
Genoteerd op slip [handtekening/paraaf] 16/1...
Gezien de marktambtenaar,
[Handtekening: T. Val...]
[onleesbaar] Dit document is een administratieve kaart van de Amsterdamse marktdienst. Mevrouw H. Prins-Polak wordt hierop aangesproken omdat zij haar toegewezen standplaats op de markt (Waterlooplein, plaats 61a) niet regelmatig bezet.
Uit de tijdlijn op de kaart blijkt dat zij op 15 november 1940 al een eerdere waarschuwing heeft gehad. Op 15 januari 1941 moest zij tussen 10:00 en 12:00 uur verschijnen bij de inspecteur. De inspecteur noteert diezelfde dag dat zij heeft toegezegd haar plaats voortaan weer geregeld in te nemen ("Zal geregeld plaats innemen"). De afhandeling wordt door de marktambtenaar op 16 januari 1941 administratief verwerkt ("genoteerd op slip").
De bureaucratische aard van het formulier toont aan hoe streng de controle op marktplaatsen was; wie zijn plek niet gebruikte, liep het risico de vergunning of de 'voorkeurskaart' te verliezen. Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De locatie (Waterlooplein) en de achternaam van de betrokkene (Polak) wijzen er sterk op dat het hier gaat om een Joodse marktkraamhoudster in de Amsterdamse Jodenbuurt.
In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam snel toe. Slechts enkele weken na de datum op dit document, in februari 1941, vonden de eerste grote razzia's plaats op en rond het Waterlooplein, gevolgd door de Februaristaking. Later in 1941 werden Joodse marktkooplieden volledig geïsoleerd en mochten zij alleen nog op speciaal aangewezen Joodse markten staan. Dit document bevindt zich dus op het breukvlak van de reguliere vooroorlogse marktadministratie en de toenemende vervolging door de bezetter. De Geldersekade, waar zij woonde, maakte ook deel uit van de oude Joodse wijk. H. Prins T. Val