Handgeschreven brief (concept of kopie voor dossier).
Origineel
Handgeschreven brief (concept of kopie voor dossier). 13 mei 1941. A’dam, 13/5 - ’41
31/23/2 [in rood]
14/5/41 HS [in potlood]
B. Polak
Naar aanleiding van
Uw brief ingekomen op
18 April jl. deel ik U mede,
dat ik de intrekking van Uw
plaats op de markt Uilenburg
ongedaan heb gemaakt.
Ik verleen U hierbij tevens
toestemming gedurende 3 maanden
na dato dezes geen gebruik
te maken van de U verleende
plaats op de Noordermarkt.
[Paraaf/Handtekening] De brief is een officiële mededeling aan de heer of mevrouw B. Polak. Er worden twee besluiten gecommuniceerd:
1. Herstel van marktplaats: Een eerdere intrekking van een staanplaats op de markt in de Uilenburgstraat (Uilenburg) is ongedaan gemaakt. De betrokkene krijgt zijn/haar plek dus terug.
2. Dispensatie: De betrokkene krijgt toestemming om voor een periode van drie maanden de toegewezen plaats op de Noordermarkt onbezet te laten ("geen gebruik te maken van") zonder deze te verliezen.
Het handschrift is een zakelijk cursief uit de vroege 20e eeuw, geschreven met een vulpen. De toon is strikt formeel. De datum, 13 mei 1941, is cruciaal voor de context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De naam Polak en de locatie Uilenburg wijzen op een Joodse achtergrond; de Uilenburg was het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam.
Vanaf begin 1941 werden de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden aangescherpt. De Uilenburgmarkt werd door de bezetter aangewezen als een specifieke markt voor Joden, terwijl zij langzaamaan van andere markten (zoals de Noordermarkt) werden geweerd. De "toestemming om geen gebruik te maken van de plaats op de Noordermarkt" kan duiden op de onveilige of onwerkbare situatie voor Joodse handelaren op algemene markten in die periode, vlak voordat zij daar definitief verboden werden (juli 1941). Dit document legt een moment vast in de bureaucratische afhandeling van het Joodse economische leven vlak voor de volledige uitsluiting. B. Polak