Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. B. Polak, Kleine Houtstraat 54, Haarlem. N° 33/3/2 M. 1941 30/7
Aan het Marktwezen te Amsterdam
Jan v Galen 14
Mijne Heeren
Gaarne wenschte ondergetekende weer 3 maanden
of meer toestemming voor het niet kunnen ge-
bruikmaken van zijn staanplaats Noordermarkt
wegens onvoldoende handel (werkmanskleeding)
hope u aan mijn verzoek te zullen voldoen,
teken ik mij
Hoogachtend B. Polak
Kl-Houtstraat 54
Haarlem
2.0.2. De brief is een formeel verzoek van de heer B. Polak, een markthandelaar woonachtig in Haarlem, gericht aan de gemeentelijke instantie die de Amsterdamse markten beheerde. De schrijver vraagt om een verlenging van de ontheffing (voor minimaal drie maanden) voor het niet bezetten van zijn toegewezen staanplaats op de Noordermarkt. Als specifieke reden voert hij aan dat de handel in zijn productgroep — werkmanskleding — momenteel onvoldoende is om de exploitatie van de standplaats rendabel te maken. Het document is geschreven in een beleefde, enigszins archaïsche stijl die typerend was voor de formele correspondentie uit die tijd (zoals de afsluiting "teken ik mij"). Dit document is gedateerd in juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Tweede Wereldoorlog is hier cruciaal: de economische omstandigheden waren zwaar en grondstoffen voor kleding werden schaars. Daarnaast is de achternaam 'Polak' historisch gezien vaak een Joodse naam. In de zomer van 1941 werden de maatregelen van de bezetter tegen Joodse marktkooplieden steeds strenger; zij werden stelselmatig geweerd van openbare markten of hun handel werd onmogelijk gemaakt. Hoewel de brief spreekt van "onvoldoende handel", kan dit een eufemisme zijn voor de directe gevolgen van de anti-Joodse verordeningen of de algemene malaise door de oorlogssituatie. De Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam was destijds de zetel van het Marktwezen, nabij de Centrale Markthallen. B. Polak Marktwezen