Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 11 maart 1941. S. de Leeuw (geboren Wolvish), wonende aan de Nieuwe Uilenburgerstraat 72 III, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Bovenaan links, gestempeld/geschreven:]
No. 33/10/1 M.1941 12/3
[Bovenaan rechts:]
Amsterdam, 11 Maart 1941
[Adresblok:]
Den Heer Directeur
v/h Marktwezen
Amsterdam.
[Aanhef:]
Mijnheer!
[Inhoud:]
Ondergetekende, S. de Leeuw, Nw. Uilenburgerstraat 72³ standplaats Westermarkt en Noordermarkt verzoekt U beleefd, daar haar man door de Duitsche overheid is gearresteerd, haar toestemming te verleenen om assistentie op de markt te mogen hebben!
U bij voorbaat dankende voor Uwe bereidwilligheid
[Afsluiting:]
Hoogachtend
S de Leeuw (Wolvish) Dit document is een aangrijpend voorbeeld van een zakelijk verzoek dat een diepe persoonlijke en historische tragedie verbergt. Schoontje de Leeuw-Wolvis vraagt de directeur van het Marktwezen om toestemming voor hulp ("assistentie") bij haar marktkraam op de Westermarkt en Noordermarkt.
De zakelijke toon van de brief ("verzoekt U beleefd", "bij voorbaat dankende") staat in schril contrast met de genoemde reden: haar echtgenoot is door de Duitse bezetter gearresteerd. De datum van de brief (11 maart 1941) is cruciaal. Dit is slechts twee weken na de Februaristaking, die uitbrak als protest tegen de gewelddadige razzia's waarbij honderden Joodse mannen werden opgepakt en gedeporteerd. De korte, bijna feitelijke mededeling dat haar man is gearresteerd, illustreert de bittere realiteit van die tijd waarin praktische overlevingszorgen (het draaiende houden van de handel) direct volgden op persoonlijke catastrofes. De historische context plaatst deze brief midden in de beginfase van de Holocaust in Nederland. De afzender, Schoontje de Leeuw-Wolvis, woonde in de Nieuwe Uilenburgerstraat, het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt.
Haar echtgenoot, Salomon de Leeuw, was waarschijnlijk een van de ruim 400 Joodse mannen die tijdens de razzia's van 22 en 23 februari 1941 werden opgepakt. Deze mannen werden eerst naar kamp Schoorl gebracht en later gedeporteerd naar Buchenwald en Mauthausen. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon de Leeuw inderdaad in mei 1941 in Mauthausen is vermoord.
Deze brief toont de wanhopige poging van een achtergebleven echtgenote om het familiebedrijf voort te zetten in een periode waarin de Joodse bevolking door steeds strengere anti-Joodse maatregelen en fysiek geweld werd geïsoleerd en weggevoerd. De archiefstempels bovenin suggereren dat het verzoek ambtelijk in behandeling is genomen, maar het lot van de afzender zelf bleef onzeker; veel Joodse marktkooplieden raakten hun vergunningen later in 1941 volledig kwijt. S. de Leeuw Marktwezen