Archiefdocument
Origineel
9 October 1941 Ongetekend (waarschijnlijk namens de Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening), C.S. Stadhuis A'dam. No. 37/57/7 M. 1941 16/10
GEMEENTE AMSTERDAM Marktw.
AFD. L.M.
No. 937(1941)
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 9 October 1941.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Op 2 October j.l. heeft in Den Haag een bijeenkomst plaats gevonden, welke was bijeengeroepen door den heer Valstar voor de Akkerbouw-Centrale en waarin een groot aantal vertegenwoordigers van groote en minder groote gemeenten en van de Vereniging van Nederlandsche Gemeenten aanwezig was. Voor de gemeente Amsterdam waren aanwezig de Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening; de waarnemend Directeur van het Marktwezen en ondergetekende. Deze bijeenkomst was bijeengeroepen omdat zooals in den uitnodigingsbrief tot deze bijeenkomst was vermeld en zooals tevens in deze vergadering ook wel is gebleken verschillende gemeentebesturen zich niet gerust voelden over een geregelde en voldoende groentevoorziening in den aanstaanden winter.
De heer Valstar, die de bijeenkomst leidde heeft een uitvoerige uiteenzetting gegeven van den stand van zaken zooals deze op dit oogenblik kon worden gezien. Hij herinnerde voorop er aan, dat wij in oorlogstoestand leven en dat ons land bezet gebied is, waaruit voortvloeit, dat de bezettende macht ten slotte bepaalt voor hoeveel en wat voor ons land aan groente beschikbaar blijft. Dit neemt niet weg, dat ten slotte met de bezettende autoriteiten een regeling is kunnen worden getroffen, die naar het zich laat aanzien behoorlijk kan worden genoemd.
De toestand kan geruststellend worden genoemd en in den grond der zaak is er op het oogenblik geen aanleiding tot het nemen van bijzondere maatregelen. Dit wil niet zeggen, dat de Akkerbouw-Centrale een beleid wil voeren van op zien komen spelen. Dit heeft het al niet gedaan gelet op het feit dat groote oppervlakten land in cultuur zijn gebracht voor een extra verbouw van uien, rapen, kroten, kool enz. De oogsten van deze producten in het algemeen staan er zeer goed voor, indien althans het weer verder blijft helpen. De omstandigheden laten nu toe, dat op groote schaal is en nog verder kan worden ingemaakt, waarin een prachtige reserve zit voor den winter. Bovendien is gebleken, dat in alle deelen van het land de huisvrouwen zijn overgegaan tot inmaken hetzij in het vat hetzij door te wecken. Voorts kan worden aangenomen, dat de stapelgroenten voor den winter er goed voor staan, zoodat met gerustheid al de eerste drie maanden à vier maanden van den winter tegemoet kunnen worden gezien.
De Akkerbouw-Centrale legt nu veiligheidshalve voor het verdere deel van den winter n.l. voor de maanden Maart, April en Mei een voorraad stapelproducten aan plus vatgroenten, opdat, indien onverhoopt er toch moeilijkheden optreden deze het hoofd kunnen worden
C.S. Stadhuis
A'dam, 10-'41.
Aan
den Burgemeester en
den Wethouder voor de
Levensmiddelen, Wasch-
en schoonmaak-, bad-
en zweminrichtingen.
Model G.A. 7
25.000-3-'40
--- Dit document is een ambtelijk verslag over de voedselzekerheid in bezet Nederland, specifiek gericht op de groente-voorziening voor de winter van 1941-1942. Het verslag beschrijft een bijeenkomst georganiseerd door de Akkerbouw-Centrale onder leiding van de heer Valstar.
De kernboodschap is tweeledig:
1. Politieke realiteit: Er wordt expliciet erkend dat Nederland bezet is en dat de Duitse bezetter uiteindelijk bepaalt hoeveel voedsel er voor de Nederlandse bevolking beschikbaar blijft.
2. Stel gerust: Ondanks de bezetting wordt gepoogd de gemeentebesturen gerust te stellen. Men meldt dat er goede oogsten zijn, dat er extra is aangeplant (uien, rapen, kroten, kool) en dat er zowel centraal als door particulieren (huisvrouwen) op grote schaal groente wordt ingemaakt (wecken en inleggen in het vat).
Het document eindigt met de mededeling dat de Akkerbouw-Centrale reserves aanlegt voor de kritieke late wintermaanden (maart t/m mei) om eventuele tekorten op te vangen.
--- In oktober 1941 bevond Nederland zich ruim een jaar onder Duitse bezetting. De voedselvoorziening werd steeds meer een punt van zorg. De Akkerbouw-Centrale was een crisisorganisatie (onderdeel van de Nederlandsche Landstand of gelieerde organisaties) die door de bezetter werd gebruikt om de agrarische productie strak te reguleren en te distribueren.
Hoewel dit document in 1941 nog een relatief geruststellende toon aanslaat, was de realiteit dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse oogst werd afgevoerd naar Duitsland. De oproep aan "huisvrouwen" om zelf te gaan inmaken en wecken, was een overheidscampagne om de zelfredzaamheid van de bevolking te vergroten naarmate de schaarste toenam. De genoemde producten (rapen, kroten/bieten, kool) waren typische 'oorlogsgroenten' die goed bewaard konden worden, maar later in de oorlog (vooral tijdens de Hongerwinter van 1944-1945) symbool zouden gaan staan voor het eenzijdige en schaarse dieet.