Getypte nota of ambtelijk verslag (doorslag/copie).
Origineel
Getypte nota of ambtelijk verslag (doorslag/copie). - 2 -
verdraagt met het uitsluitend zich verlaten op de door het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd, Afdeeling Vervoer getroffen voorzorgsmaatregelen. Het ligt verre, om voor dezen maatregel niet de allergrootste waardeering te hebben, doch bij het streven om, gezien de moeilijkheden, waarin wij al verkeeren én ten aanzien van de voedselvoorziening én ten aanzien van het vervoervraagstuk, voor den komenden winter geen of althans niet meer dan het strikt onvermijdelijkste risico te nemen, dient de vraag te worden gesteld, waarom niet tijdig zooveel wat noodig en mogelijk is in Amsterdam zal worden opgeslagen. Deze maatregel verlicht bovendien het vervoervraagstuk voor andere gemeenten in den komenden winter. Trouwens eenig nadeel, anders dan mogelijk eenige moeite en extra kosten, zijn naar beste weten aan dezen maatregel niet verbonden. De omstandigheid, dat Amsterdam de gelegenheid tot zoodanigen opslag biedt, moge een aansporing zijn tot het nemen van dezen maatregel.
Als bijlage wordt aan deze nota toegevoegd een overzicht van den omvang van den mogelijken opslag en de wijze waarop hij kan geschieden.
(In de linkermarge:)
Het onderscheid tusschen groote stad en kleine plaats.
Met een enkel woord is hier al aangestipt, dat al zijn De Rijp en Amsterdam elk een gemeente met gelijke rechten, dit nog niet wil zeggen, dat beide aan elkander gelijk zijn, voor wat betreft de moeilijkheden, die uit een onderbreking van of hapering van de voedselvoorziening in den a.s. winter zouden kunnen voortvloeien.
In de onderwerpelijke aangelegenheid is er tusschen stad en platteland een kwantitatief en kwalitatief verschil.
Kwantitatief in dit opzicht, dat zoo er onverhoopt in den a.s. winter een ongereede toestand in de voedselvoorziening mocht ontstaan, de kleine plaats zich gemakkelijker zal kunnen redden dan de groote stad. Gegeven de beperktheid van middelen, die in de tegenwoordige omstandigheden ten dienste staan, om zich bij eventueel optredende moeilijkheden er door heen te kunnen slaan, is het voor de groote gemeente dubbel bezwaarlijk, om de moeilijkheden vlug en afdoende de baas te worden.
Kwalitatief met betrekking tot de gevolgen, die een niet geregelde voortgang van de voedselvoorziening onder de bevolking te weeg kan brengen.
Het fundamenteele verschil tusschen stad en platteland in deze is het massale karakter, dat in de stad aan elk der verschijnselen, die uit een eventueelen noodtoestand voortvloeit, verbonden is. De geheele middenstand, die bij de voedselvoorziening is betrokken, lijdt bij een onderbreking daarvan; de ziekenhuizen, verzorgingshuizen van ouden van dagen en behoeftigen, weeshuizen en kindertehuizen van allerlei aard brengen onmiddellijk een massaal verschijnsel te weeg. De gevolgen met betrekking tot den gezondheidstoestand evenzeer, gezien het toch al zorgelijk karakter, dat deze allengs dreigt aan te nemen. Het samenzijn van groote groepen van personeel in fabrieken, werkplaatsen, magazijnen en kantoren, waaronder groepen zijn, die in de duizendtallen beloopen, is eveneens een verschijnsel van massaal karakter en dat het platteland en de kleine plaats niet kent, doch waarmede de groote stad Dit document vormt een pleidooi voor de lokale opslag van voedsel in Amsterdam ter voorbereiding op de winter. De schrijver voert aan dat het onverantwoord is om enkel te vertrouwen op de transportregelingen van het Rijksbureau (RBVO), gezien de onzekerheden in oorlogstijd.
Interessant is de sociologische en logistieke analyse die wordt gemaakt: de auteur stelt dat een grote stad als Amsterdam fundamenteel anders ("kwantitatief en kwalitatief") reageert op voedselschaarste dan een kleine gemeente zoals De Rijp. In een grote stad leidt een hapering in de voorziening direct tot een "massaal verschijnsel" dat kwetsbare instellingen (ziekenhuizen, weeshuizen) en grote groepen arbeiders hard raakt, terwijl een kleine gemeenschap meer zelfredzaam wordt geacht. Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO) werd al in 1939 opgericht om de distributie van schaarse goederen in goede banen te leiden. De zorgen over de "komenden winter" en de transportproblemen wijzen op de groeiende logistieke crisis tijdens de bezetting. Hoewel er geen specifiek jaar wordt genoemd, doen de waarschuwingen voor een "zorgelijk karakter" van de gezondheidstoestand denken aan de periode voorafgaand aan de Hongerwinter (1944-1945), waarin de voedselvoorziening naar de steden in West-Nederland inderdaad volledig vastliep. De tekst weerspiegelt de ambtelijke pogingen om door middel van decentralisatie (voorraadopslag ter plaatse) de ergste nood te voorkomen.