Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 255
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen of verslag van een vergadering (waarschijnlijk een bestuurs- of commissievergadering).

Origineel

Notulen of verslag van een vergadering (waarschijnlijk een bestuurs- of commissievergadering). (Rechtsboven omcirkeld: 4)

De heer Draaisma legt een brief over van het Bureau Velvers betr. het factureren der producten.

(overnemen II)

De heer Van Mens zegt, dat de gemeente dezen brief zonder bezwaar kan bevestigen, is volkomen in overeenstemming met de bedoeling.
De Directeur wijst echter op het plan Dijkstra bet. gecentraliseerde verkoop ook van den gewonen handel in stapelproducten, welk plan den winteropslag doorkruist.
De heer Dijkstra schetst zijn plan.

(overnemen III)

Voorop moet staan, dat de goederen ten goede moeten komen aan de A’damsche bevolking. Spreker memoreert, dat op grond van het contract winteropslag (vorig jaar) van gemeentewege controle op de prijzen kon worden uitgeoefend. Prijsopdrijving is echter geen enkele maal voorgekomen.
Thans ligt de situatie echter geheel anders. Er is op bepaalde momenten een schaarschte aan bepaalde producten, terwijl men kan zeggen, dat het publiek een voortdurende koopwoede heeft. Het gevaar van prijsopdrijving ligt hier zonder meer in opgesloten.
De bona fide groothandel moet echter, kost wat kost, voorkomen, dat de stapelproducten in den „zwarte” handel verdwijnen. Er moet derhalve een goed verdeelsysteem komen, dat de grossiers bindt. Dit komt uiteindelijk ten goede aan den consument. De handel stelt zich daarom voor, niet alleen den winteropslag, doch ook de normaal roulerende artikelen via een centraal verkoopkantoor te verdeelen. Er zullen aan den kleinhandel grootverbruikboekjes worden uitgereikt, waarin het rantsoen van iederen kleinhandelaar zal worden aangeteekend. Per week zal hem niet meer stapelproducten worden verkocht, dan zijn rantsoen aangeeft. Het document is een verslag van een beleidsdiscussie over de voedselvoorziening en distributie. De kern van het debat is hoe men de schaarse "stapelproducten" (basisgoederen) eerlijk kan verdelen onder de Amsterdamse bevolking zonder dat deze op de zwarte markt belanden.

De belangrijkste punten uit de discussie zijn:
1. Centralisatie: Er wordt gepleit voor een gecentraliseerd verkoopkantoor om de stroom van goederen te beheersen.
2. Controle: Waar voorheen controle op de prijs voldoende was (bij de winteropslag), is nu door de "koopwoede" en schaarste een strikter systeem nodig.
3. Rantsoenering voor winkeliers: Men stelt voor om niet alleen de consument, maar ook de kleinhandel (de winkeliers) aan een rantsoen te binden middels "grootverbruikboekjes". Hiermee wil men voorkomen dat grossiers of winkeliers goederen achterhouden voor illegale handel.
4. Bescherming van de markt: Er wordt een expliciet onderscheid gemaakt tussen de "bona fide groothandel" en de illegale "zwarte handel". De tekst ademt de sfeer van de bezettingsjaren in Nederland (1940-1945). De term "zwarte handel" werd in deze periode gemeengoed vanwege de enorme tekorten aan alles, van brandstof tot voedsel. De "A'damsche bevolking" verwijst naar Amsterdam, waar de voedselvoorziening gedurende de oorlog een kritiek punt was, culminerend in de Hongerwinter.

Het plan-Dijkstra lijkt een poging te zijn van de georganiseerde handel of de gemeente om de distributieketen waterdicht te maken. Het gebruik van "winteropslag" duidt op de noodvoorraden die werden aangelegd om de wintermaanden door te komen. De spelling is de overgangsspelling van vóór de hervorming van 1947, wat de datering in de vroege jaren '40 bevestigt.

Samenvatting

Het document is een verslag van een beleidsdiscussie over de voedselvoorziening en distributie. De kern van het debat is hoe men de schaarse "stapelproducten" (basisgoederen) eerlijk kan verdelen onder de Amsterdamse bevolking zonder dat deze op de zwarte markt belanden.

De belangrijkste punten uit de discussie zijn:
1. Centralisatie: Er wordt gepleit voor een gecentraliseerd verkoopkantoor om de stroom van goederen te beheersen.
2. Controle: Waar voorheen controle op de prijs voldoende was (bij de winteropslag), is nu door de "koopwoede" en schaarste een strikter systeem nodig.
3. Rantsoenering voor winkeliers: Men stelt voor om niet alleen de consument, maar ook de kleinhandel (de winkeliers) aan een rantsoen te binden middels "grootverbruikboekjes". Hiermee wil men voorkomen dat grossiers of winkeliers goederen achterhouden voor illegale handel.
4. Bescherming van de markt: Er wordt een expliciet onderscheid gemaakt tussen de "bona fide groothandel" en de illegale "zwarte handel".

Historische Context

De tekst ademt de sfeer van de bezettingsjaren in Nederland (1940-1945). De term "zwarte handel" werd in deze periode gemeengoed vanwege de enorme tekorten aan alles, van brandstof tot voedsel. De "A'damsche bevolking" verwijst naar Amsterdam, waar de voedselvoorziening gedurende de oorlog een kritiek punt was, culminerend in de Hongerwinter.

Het plan-Dijkstra lijkt een poging te zijn van de georganiseerde handel of de gemeente om de distributieketen waterdicht te maken. Het gebruik van "winteropslag" duidt op de noodvoorraden die werden aangelegd om de wintermaanden door te komen. De spelling is de overgangsspelling van vóór de hervorming van 1947, wat de datering in de vroege jaren '40 bevestigt.

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6