Archief 745
Inventaris 745-359
Pagina 2
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie

12 december 1941 Van: Marktwezen-Amsterdam

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie 12 december 1941 Marktwezen-Amsterdam MARKTWEZEN-AMSTERDAM.

AMSTERDAM, 12 December 1941.
Jan van Galenstraat 14.

AAN

No. 46A/51/6 M

In verband met de ariseeringsplannen voor de Vischmarkt alhier, heb ik de eer U in bylage dezes te doen toekomen aan- vragen voor inlichtingen uit het Bevolkingsregister ten name van koopers op die markt, met beleefd verzoek te doen nagaan wie van hen als Jood in den zin der Verordening No. 4/1940 van den Ryks- commissaris moeten worden aangemerkt.

Het voor deze inlichtingen verschuldigde bedrag werd heden aan U overgemaakt.

De Directeur, Deze korte, zakelijke brief is een treffend voorbeeld van de actieve medewerking van gemeentelijke instanties aan de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De toon is uiterst formeel en bureaucratisch, wat contrasteert met de ingrijpende aard van het verzoek.

De kern van het document is de vraag van de Dienst Marktwezen aan het Bevolkingsregister om te controleren welke kopers op de vismarkt als Joods aangemerkt moeten worden. Dit gebeurt expliciet in het kader van "ariseeringsplannen" (ariseringsplannen): het proces waarbij Joden uit het economische leven werden verdreven en hun bezittingen of handelsrechten werden overgedragen aan niet-Joden.

Opvallend is de verwijzing naar Verordening No. 4/1940. Dit was een cruciale verordening van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart die definieerde wie volgens de bezetter als Jood werd beschouwd. Het document toont aan dat de lokale overheid deze rassenwetten strikt hanteerde om de segregatie op de Amsterdamse markten door te voeren. In 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de maatregelen tegen de Joodse bevolking in Nederland. Nadat Joden al uit veel overheidsfuncties waren verwijderd, verschoof de focus naar het onteigenen van bedrijven en het uitsluiten van Joden van openbare markten.

De Jan van Galenstraat 14 was het adres van de Centrale Markthal in Amsterdam. De Dienst Marktwezen was verantwoordelijk voor het beheer van de markten. Deze brief illustreert de "bureaucratie van de Holocaust": de vervolging werd niet alleen uitgevoerd door de bezetter, maar gefaciliteerd door bestaande administratieve processen van de Nederlandse gemeentelijke apparaten. Door simpelweg hun "ambtelijke plicht" te doen en inlichtingen uit het bevolkingsregister te verstrekken op basis van bezettingsverordeningen, droegen ambtenaren direct bij aan de isolatie en latere deportatie van Joodse medeburgers.

Samenvatting

Deze korte, zakelijke brief is een treffend voorbeeld van de actieve medewerking van gemeentelijke instanties aan de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De toon is uiterst formeel en bureaucratisch, wat contrasteert met de ingrijpende aard van het verzoek.

De kern van het document is de vraag van de Dienst Marktwezen aan het Bevolkingsregister om te controleren welke kopers op de vismarkt als Joods aangemerkt moeten worden. Dit gebeurt expliciet in het kader van "ariseeringsplannen" (ariseringsplannen): het proces waarbij Joden uit het economische leven werden verdreven en hun bezittingen of handelsrechten werden overgedragen aan niet-Joden.

Opvallend is de verwijzing naar Verordening No. 4/1940. Dit was een cruciale verordening van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart die definieerde wie volgens de bezetter als Jood werd beschouwd. Het document toont aan dat de lokale overheid deze rassenwetten strikt hanteerde om de segregatie op de Amsterdamse markten door te voeren.

Historische Context

In 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de maatregelen tegen de Joodse bevolking in Nederland. Nadat Joden al uit veel overheidsfuncties waren verwijderd, verschoof de focus naar het onteigenen van bedrijven en het uitsluiten van Joden van openbare markten.

De Jan van Galenstraat 14 was het adres van de Centrale Markthal in Amsterdam. De Dienst Marktwezen was verantwoordelijk voor het beheer van de markten. Deze brief illustreert de "bureaucratie van de Holocaust": de vervolging werd niet alleen uitgevoerd door de bezetter, maar gefaciliteerd door bestaande administratieve processen van de Nederlandse gemeentelijke apparaten. Door simpelweg hun "ambtelijke plicht" te doen en inlichtingen uit het bevolkingsregister te verstrekken op basis van bezettingsverordeningen, droegen ambtenaren direct bij aan de isolatie en latere deportatie van Joodse medeburgers.

Locaties

Amsterdam Jan van Galenstraat 14

Kooplieden in dit dossier 97

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot (zee) Waterlooplein
Bot (zee) Waterlooplein
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
K.G. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
Alle 97 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3