Ambtsbrief / Officiële correspondentie.
Origineel
Ambtsbrief / Officiële correspondentie. 12 november 1941. De Directeur (vermoedelijk van het Amsterdamse Marktwezen). [Rechtsboven, handgeschreven:] G. Muller [met stempelmerkje]
[Rechtsboven, getypt:] VD/HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
46A/51/3 M.
12 November 1941.
Ariseering Vischmarkt.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat in verband met de
ariseering van de Vischmarkt aan de De Ruyterkade eenige afschei-
dingen moeten worden aangebracht, welke op bijgaande teekening zijn
aangegeven. (Ik memoreer hierbij, dat het plan tot ariseering der
Vischmarkt door mij aan den heer Van Meurs, Gemeentelijk Adviseur,
is gezonden. Een afschrift ervan doe ik U hierbij toekomen).
De hieraan verbonden kosten worden geraamd op ƒ 625,-. Ik ver-
zoek U beleefd te willen bevorderen, dat mij voor de uitvoering van
een en ander, zoo mogelijk spoedig, een crediet ter beschikking
wordt gesteld.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de brief is de uitvoering van de "arisering" van de Vismarkt aan de De Ruyterkade in Amsterdam. Met arisering werd het proces aangeduid waarbij Joodse ondernemers en handelaren uit het economische leven werden verdreven en hun bezittingen of standplaatsen werden overgedragen aan niet-Joden.
Opmerkelijke punten in de tekst:
* Fysieke scheiding: Er wordt gesproken over "afscheidingen" die moeten worden aangebracht. Dit duidt op een fysieke segregatie op de markt, waarschijnlijk om Joodse kooplieden te isoleren of de markt geheel "Jodenvrij" te maken door fysieke aanpassingen aan het terrein.
* Bureaucratische medewerking: De brief illustreert hoe de reguliere gemeentelijke bureaucreatie (Directeur, Wethouder, Gemeentelijk Adviseur) nauwgezet meewerkte aan de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.
* Financiering: De directeur vraagt een krediet aan van 625 gulden voor de bouwkundige aanpassingen, wat aangeeft dat de kosten voor de uitsluiting van Joden uit de publieke middelen werden betaald. In 1941 intensiveerde de nazi-bezetter de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam. Vanaf het najaar van 1941 werden Joden stelselmatig geweerd uit openbare gelegenheden en markten. Er werden specifieke "Joodse markten" aangewezen (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat), waardoor zij op reguliere markten zoals de Vismarkt aan de De Ruyterkade niet meer welkom waren.
De Vismarkt aan de De Ruyterkade was een belangrijk knooppunt voor de handel. De "ariseering" hield hier concreet in dat de Joodse handelaren hun vergunningen verloren. De genoemde "heer Van Meurs" (B.H. van Meurs) was een stedenbouwkundig adviseur die betrokken was bij vele marktprojecten in de stad. De wethouder voor Levensmiddelen in deze periode was Jan Smit (een NSB'er), die direct toezicht hield op de marktvoorzieningen tijdens de bezetting.