Brief (verklikking/klacht) met handgeschreven kanttekeningen van een ambtenaar.
Origineel
Brief (verklikking/klacht) met handgeschreven kanttekeningen van een ambtenaar. 7 november 1941 A’dam 7-11-’41.
Mijnheer.
Daar de vischverdeeling, op de vischmarkt, Ruiterkade alhier hopeloos verkeerd is, wil ik er ’t mijne toe bijdragen deze beter te helpen regelen, daarom zal ik U bij deze de namen bekend maken, van personen, wie absoluut geen recht op deze vischverdeeling hebben, ook niet de minste aanspraak op kunnen maken, daar zij nooit in deze branche van de vischhandel geweest zijn, zelfs nog nooit vaak in visch gedaan hebben of de laatste vijf, zes jaren steun genoten hebben, maar nu ze van verdeeling hoorden, als aasgieren er op af zijn gekomen.
Hier zijn voor zoover ik weet de voornaamste
[Lijst met namen en ambtelijke kanttekeningen in de kantlijn]
- Gebr. Bommels. — niet op lijst. aal.
- Gebr. Boekelman. — zie... lijst. in ord
- Antoon Boots? — id. in ord
- Miggi Laks? — comm: adv. afvoeren. (gebeurd)
- Vader en zoon Sterkenburg. — alleen Sr. ... in orde
- Logerie. — kleine toewijzing. in orde
- Vader en zoon Damman. — aal in orde
- " " " Schoos. — vader alleen aal zoon ook kl. ...
- " " " Conraad. — alleen vader in orde
- Moeder Dochter en 2 zoons Schippers uit Polanenstraat. — in lijst afgevoerd. Dit document is een treffend voorbeeld van een aangifte of verklikkingsbrief tijdens de bezettingstijd. De schrijver (wiens naam niet op deze zijde staat, maar die waarschijnlijk zelf werkzaam is in de vissector) beklaagt zich over de chaos bij de visverdeling op de De Ruijterkade in Amsterdam.
De toon is fel en veroordelend; de genoemde personen worden "aasgieren" genoemd die onterecht profiteren van de schaarse goederen terwijl zij volgens de schrijver geen achtergrond in de visverkoop hebben.
De tekst rechts naast de namen is geschreven door de ontvangende instantie (waarschijnlijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening of een gemeentelijke controledienst). Deze aantekeningen laten zien dat de aangifte serieus werd genomen: namen werden gecontroleerd tegenover lijsten en bij sommige personen werd actie ondernomen ("afvoeren", "in lijst afgevoerd"). In november 1941 was de schaarste in Nederland reeds goed voelbaar. De Duitse bezetter had distributiesystemen opgezet om de voedselvoorziening te beheersen. Omdat vis een belangrijk alternatief was voor het steeds schaarser wordende vlees, was de controle op de vismarkt streng.
Verklikking was in deze periode wijdverbreid. Vaak kwam dit voort uit nijd, concurrentiestrijd of een gevoel van onrecht wanneer men zag dat anderen de regels ontdoken terwijl de eigen handel onder druk stond. De De Ruijterkade, achter het Centraal Station, was destijds een centrale plek voor de aanvoer en handel van vis in Amsterdam. De vermelding van "steun genoten" wijst erop dat de schrijver de genoemde personen ook beschuldigt van sociale fraude of luiheid in de jaren voor de oorlog.