Dienstnotitie / Ambtelijk rapport.
Origineel
Dienstnotitie / Ambtelijk rapport. 18 november 1941. [In de linkermarge:]
Spoed
[Hoofdtekst:]
De heer J. M. Marinus is bij den Dienst van het
marktwezen onbekend. Hij is noch in het bezit
van een ventvergunning, noch in het bezit van-
een toegangskaart tot het terrein van de vischmarkt.
Dientengevolge was het uitgesloten dat zijn naam
op de lijst kon voorkomen. Door hem is nimmer
verzocht zijn naam op de lijst te plaatsen.
Marinus bij mij ontboden deelde mij het vol-
gende mede:
Met zijn vader en broer samen handelt hij
in gerookte aal en wel in een zaak in de
Oranjestraat h/v Haarlemmerdijk.
Door de in den aalhandel plaats gevonden heb-
bende knoeierijen is het in het afgeloopen seizoen
meermalen voorgekomen, dat zij geen handel had-
den. In verband daarmede heeft hij zich tot de
visscherijcentrale gewend, om een toewijzing
van 600 pond per week, dus 200 pond per persoon.
[Linksonder toegevoegd:]
18-11-'41
Akkoord
Daar hij in den
Haag geen succes
heeft gehad, heeft hij
zich, zooals uit den
brief v. d. V. C. blijkt tot den
Beauftragte gewend. De notitie verslaat een onderzoek naar de legitimiteit van de vishandel van J.M. Marinus. De ambtenaar stelt vast dat Marinus niet over de benodigde papieren beschikt (ventvergunning of toegangsbewijs voor de vismarkt). Marinus voert ter verdediging aan dat hij een familiezaak heeft op de hoek van de Oranjestraat en de Haarlemmerdijk (Amsterdam). Vanwege "knoeierijen" (fraude of onregelmatigheden) in de aalsector was de toevoer stokoud. Marinus heeft geprobeerd een vaste toewijzing van 600 pond vis per week te krijgen bij de Visscherijcentrale (V.C.) in Den Haag. Toen dit mislukte, heeft hij de weg naar de Duitse bezettingsautoriteiten ("Beauftragte") gezocht om zijn recht op handel te forceren. Dit document dateert uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen groot en de distributie van levensmiddelen, waaronder vis, was onderworpen aan strenge regelgeving en corruptiegevoelige toewijzingssystemen. De term "Beauftragte" verwijst naar een door de nazi's aangestelde gevolmachtigde die toezicht hield op Nederlandse organen zoals de Visscherijcentrale. Het feit dat een kleine handelaar direct bij de Duitse instanties aanklopt wanneer de Nederlandse bureaucreatie niet meewerkt, illustreert de verschuivende machtsverhoudingen en de wanhoop van ondernemers in oorlogstijd. De "knoeierijen" in de aalhandel duiden waarschijnlijk op de zwarte markt die in 1941 welig tierde. J.M. Marinus M. Marinus Marktwezen
Samenvatting
De notitie verslaat een onderzoek naar de legitimiteit van de vishandel van J.M. Marinus. De ambtenaar stelt vast dat Marinus niet over de benodigde papieren beschikt (ventvergunning of toegangsbewijs voor de vismarkt). Marinus voert ter verdediging aan dat hij een familiezaak heeft op de hoek van de Oranjestraat en de Haarlemmerdijk (Amsterdam). Vanwege "knoeierijen" (fraude of onregelmatigheden) in de aalsector was de toevoer stokoud. Marinus heeft geprobeerd een vaste toewijzing van 600 pond vis per week te krijgen bij de Visscherijcentrale (V.C.) in Den Haag. Toen dit mislukte, heeft hij de weg naar de Duitse bezettingsautoriteiten ("Beauftragte") gezocht om zijn recht op handel te forceren.
Historische Context
Dit document dateert uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen groot en de distributie van levensmiddelen, waaronder vis, was onderworpen aan strenge regelgeving en corruptiegevoelige toewijzingssystemen. De term "Beauftragte" verwijst naar een door de nazi's aangestelde gevolmachtigde die toezicht hield op Nederlandse organen zoals de Visscherijcentrale. Het feit dat een kleine handelaar direct bij de Duitse instanties aanklopt wanneer de Nederlandse bureaucreatie niet meewerkt, illustreert de verschuivende machtsverhoudingen en de wanhoop van ondernemers in oorlogstijd. De "knoeierijen" in de aalhandel duiden waarschijnlijk op de zwarte markt die in 1941 welig tierde.