Archief 745
Inventaris 745-359
Pagina 97
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt afschrift van een klachtbrief.

4 december 1941.

Origineel

Getypt afschrift van een klachtbrief. 4 december 1941. A F S C H R I F T

Amsterdam 4/12, 1941.

WelEd.heer Veldkamp,

Toen ik mijn beurt had aan de Amsterdamsche Vismarkt voor mijn toewijzing van vis werd mij medegedeeld dat mijn toewijzing was ingetrokken omdat mijn man venter was en het dus in één huishouden kwam. Maar dat is nu allemaal goed en wel maar nu de Vrijjongens die krijgen wel toewijzing en hebben niet eens en vent-vergunning dat is toch ook niet in orde de Verdienste van vader en kinderen komt toch ook in een huishouden en U voelt wel dat ik van me man zijn toewijzing geen huishouden met drieminderjarige kinderen kan onderhouden en dan nog de Kosten van loods Karrenhuur enz. Ik ben geboren aan de Vismarkt en loop zelf al twintig jaar betaal steeds mijn Ventvergunning en standplaats zoo dat u mij toch niet zoo maar uit kunt sluiten nu op het oogenblik de toestand zoo is ook ik heb recht op mijn portie al is het nog zoo weinig Zou U zoo goed willen zijn dat eens even te onderzoeken en mij hiervan zoo spoedig mogelijk bericht te willen zenden zoodat ik mijn toewijzing weer in ontvangst kan nemen want de Commissie die er over begonnen is om de vrouwen uit te schakelen hebben zelf een toewijzing vis maar verdienen al reeds ƒ 100,- per week in de mosselen en laten dan hun vis uitventen door derden want ook al niet in orde is. Op het oogenblik heerst hier aan de Amsterdamsche Vismarkt nog een wantoestand met de verdeeling.

Hoogachtend.

mej. Biesenbeek-Tervoort
Lindegracht 158
Amsterdam.

voor eensluidend afschrift

NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
[Handgeschreven handtekening: P.J. Mann(?)]
Directeur * Kern van de klacht: De schrijfster protesteert tegen het intrekken van haar recht op een vis-toewijzing (voorraad voor de verkoop). De officiële reden was dat haar echtgenoot ook een visventer is en de autoriteiten wilden voorkomen dat er meerdere toewijzingen naar één huishouden gingen.
* Argumentatie: Mej. Biesenbeek-Tervoort voert aan dat:
1. Eén toewijzing onvoldoende is om een gezin met drie kinderen te onderhouden, zeker gezien de vaste lasten (loodshuur, karrenhuur).
2. Er sprake is van ongelijkheid: zogenaamde "vrijjongens" zonder vergunning krijgen wél vis.
3. Zij als "geborene" van de vismarkt en veteraan (20 jaar ervaring) recht heeft op haar aandeel.
4. De commissie die vrouwen wil uitsluiten zelf hypocriet en mogelijk corrupt handelt door eigen toewijzingen door derden te laten verkopen terwijl ze al goed verdienen aan de mosselhandel.
* Toon: De brief is emotioneel en dwingend, wat blijkt uit de lange zinnen en de directe beschuldigingen van "wantoestanden". De taal is typisch voor een volksvrouw uit die tijd: formeel in de aanhef, maar verder dicht bij de spreektaal geschreven. * Tweede Wereldoorlog: De brief is gedateerd in december 1941, tijdens de Duitse bezetting. Grondstoffen en voedsel (waaronder vis) waren schaars en werden streng gereguleerd via een distributiesysteem.
* De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC): Dit was een tijdens de bezetting opgerichte organisatie (onderdeel van de Voedselvoorziening) die de volledige controle over de visserijsector en de handel overnam. De directeur ondertekende dit afschrift, wat aangeeft dat de klacht serieus werd genomen binnen de bureaucratie van de bezettingseconomie.
* Sociaal-economisch: De brief illustreert de overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen in oorlogstijd. De vismarkt was een cruciale plek voor de voedselvoorziening in Amsterdam, maar ook een plek van felle concurrentie en spanningen tussen de gevestigde orde en de "vrije" markt (vrijjongens). Daarnaast schijnt de brief een licht op de positie van de werkende vrouw; er was blijkbaar een actieve poging van een commissie om vrouwen uit deze specifieke handel te weren.

Samenvatting

  • Kern van de klacht: De schrijfster protesteert tegen het intrekken van haar recht op een vis-toewijzing (voorraad voor de verkoop). De officiële reden was dat haar echtgenoot ook een visventer is en de autoriteiten wilden voorkomen dat er meerdere toewijzingen naar één huishouden gingen.
  • Argumentatie: Mej. Biesenbeek-Tervoort voert aan dat:
    1. Eén toewijzing onvoldoende is om een gezin met drie kinderen te onderhouden, zeker gezien de vaste lasten (loodshuur, karrenhuur).
    2. Er sprake is van ongelijkheid: zogenaamde "vrijjongens" zonder vergunning krijgen wél vis.
    3. Zij als "geborene" van de vismarkt en veteraan (20 jaar ervaring) recht heeft op haar aandeel.
    4. De commissie die vrouwen wil uitsluiten zelf hypocriet en mogelijk corrupt handelt door eigen toewijzingen door derden te laten verkopen terwijl ze al goed verdienen aan de mosselhandel.
  • Toon: De brief is emotioneel en dwingend, wat blijkt uit de lange zinnen en de directe beschuldigingen van "wantoestanden". De taal is typisch voor een volksvrouw uit die tijd: formeel in de aanhef, maar verder dicht bij de spreektaal geschreven.

Historische Context

  • Tweede Wereldoorlog: De brief is gedateerd in december 1941, tijdens de Duitse bezetting. Grondstoffen en voedsel (waaronder vis) waren schaars en werden streng gereguleerd via een distributiesysteem.
  • De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC): Dit was een tijdens de bezetting opgerichte organisatie (onderdeel van de Voedselvoorziening) die de volledige controle over de visserijsector en de handel overnam. De directeur ondertekende dit afschrift, wat aangeeft dat de klacht serieus werd genomen binnen de bureaucratie van de bezettingseconomie.
  • Sociaal-economisch: De brief illustreert de overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen in oorlogstijd. De vismarkt was een cruciale plek voor de voedselvoorziening in Amsterdam, maar ook een plek van felle concurrentie en spanningen tussen de gevestigde orde en de "vrije" markt (vrijjongens). Daarnaast schijnt de brief een licht op de positie van de werkende vrouw; er was blijkbaar een actieve poging van een commissie om vrouwen uit deze specifieke handel te weren.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 97

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot (zee) Waterlooplein
Bot (zee) Waterlooplein
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
K.G. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
Alle 97 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3