Administratieve notitie / intern memo op officieel formulier.
Origineel
Administratieve notitie / intern memo op officieel formulier. 19 december 1941 (handgeschreven rechtsonder). In overleg met Mr. Vijfhuijschild (telefonisch)
is besloten om ~~voor en voor~~ niet
ieder afzonderlijk visch toe te wijzen.
Biesenbeek heeft de hoogste toewijzing
n.l. 40 kg. per keer.
Inderdaad wordt in enkele gevallen
aan ~~vader en~~ meerdere leden uit
(vader en zoon)
een gezin ~~visch~~ toegewezen. De zoon heeft
dan een ventvergunning of marktplaats.
In die gevallen zijn de zoons zelfstandig
in den handel en moeten een kans hebben
om als medekostwinners hun brood te
kunnen verdienen.
[Linksonder in ander handschrift:]
Vragen of de N.V.C. of hij met
bovenst. accord gaat!! [paraaf] 20/12/41
[Rechtsonder:]
19-12-'41
[handtekening, mogelijk 'Delbaer'] De tekst betreft de regulering van de visdistributie tijdens de Duitse bezetting. De auteur legt een beleidswijziging vast: in principe krijgt niet elk gezinslid meer een eigen toewijzing (quota) voor vis. Er wordt echter een belangrijke uitzondering gemaakt voor families waarin meerdere leden (zoals vader en zoon) elk als zelfstandig ondernemer opereren. Dit wordt geverifieerd aan de hand van een officiële 'ventvergunning' of een vaste 'marktplaats'. Het doel van deze uitzondering is om de economische zelfstandigheid van deze 'medekostwinners' te waarborgen. Specifiek wordt de handelaar 'Biesenbeek' genoemd, die een aanzienlijk quotum van 40 kg per keer ontvangt. Het document dateert uit december 1941, een periode waarin de voedselschaarste in Nederland toenam en de distributieregels door de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie werden aangescherpt. De genoemde N.V.C. staat voor de Nederlandse Visserijcentrale, de organisatie die tijdens de oorlogsjaren de volledige controle had over de vangst, verwerking en distributie van vis. De discussie over 'ventvergunningen' en 'marktplaatsen' toont de bureaucratische controle op de ambulante handel, die essentieel was voor de voedselvoorziening van de bevolking, maar door de bezetter strikt gereguleerd werd om de zwarte handel in te dammen. M. No
Samenvatting
De tekst betreft de regulering van de visdistributie tijdens de Duitse bezetting. De auteur legt een beleidswijziging vast: in principe krijgt niet elk gezinslid meer een eigen toewijzing (quota) voor vis. Er wordt echter een belangrijke uitzondering gemaakt voor families waarin meerdere leden (zoals vader en zoon) elk als zelfstandig ondernemer opereren. Dit wordt geverifieerd aan de hand van een officiële 'ventvergunning' of een vaste 'marktplaats'. Het doel van deze uitzondering is om de economische zelfstandigheid van deze 'medekostwinners' te waarborgen. Specifiek wordt de handelaar 'Biesenbeek' genoemd, die een aanzienlijk quotum van 40 kg per keer ontvangt.
Historische Context
Het document dateert uit december 1941, een periode waarin de voedselschaarste in Nederland toenam en de distributieregels door de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie werden aangescherpt. De genoemde N.V.C. staat voor de Nederlandse Visserijcentrale, de organisatie die tijdens de oorlogsjaren de volledige controle had over de vangst, verwerking en distributie van vis. De discussie over 'ventvergunningen' en 'marktplaatsen' toont de bureaucratische controle op de ambulante handel, die essentieel was voor de voedselvoorziening van de bevolking, maar door de bezetter strikt gereguleerd werd om de zwarte handel in te dammen.