Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). Mevrouw Schepper - de Jong. gehoort dat een vischvrouw
geen visch kan krijgen tenminste
als er is. dat u mijn 1 of 2 keer
in de week mee en dan ook
mosselen er bij dan is de zaak
gezond. ik heb al zoo lang
het bestaat ventvergunning
van visch dus is toch geen
dagen en dan weet u toch
ook wel dat ik geen
nieuweling bent.
in voorbaat mijn dank
Mejuf Schepper.
de Jong
Polanenstraat
N 30 huis
[In de marge links:]
Mheer de Haan
heb mij tot u
gewezen.
[Ambtelijke aantekening onderaan in een ander handschrift:]
afwijzen
nimmer voorheen
visch verkocht De schrijfster van de brief, Mejuffrouw (waarschijnlijk mevrouw) Schepper - de Jong, wendt zich tot een onbekende instantie (waarschijnlijk een distributiebureau of een groothandelaar) met het verzoek om vis en mosselen te mogen ontvangen voor de verkoop. Ze voert aan dat ze al heel lang een 'ventvergunning' (vergunning voor straathandel) heeft en dat ze "geen nieuweling" is in het vak. Ze probeert haar verzoek kracht bij te zetten door te refereren aan een "Mheer de Haan" die haar heeft doorverwezen.
De brief is geschreven in een eenvoudig handschrift met een aantal spelfouten ("gehoort", "vischvrou", "bent" bij de ik-vorm), wat duidt op een schrijfster uit de arbeidersklasse. Het taalgebruik is direct en licht dwingend ("dan is de zaak gezond").
Onderaan de brief staat echter een resoluut ambtelijk besluit. De aanvraag wordt afgewezen omdat uit de administratie blijkbaar blijkt dat zij "nimmer voorheen visch verkocht" heeft. Dit suggereert een strikte controle op wie er wel en niet tot de gevestigde handel werd gerekend tijdens de schaarste. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via het distributiestelsel. Om te voorkomen dat mensen tijdens de oorlog plotseling in de handel stapten om te profiteren van de zwarte markt of om extra rantsoenen te bemachtigen, hanteerden de autoriteiten vaak de regel dat men alleen goederen toegewezen kreeg als men kon bewijzen al vóór de oorlog in die branche werkzaam te zijn geweest.
De Polanenstraat 30 huis bevindt zich in de Spaarndammerbuurt in Amsterdam, een typische arbeiderswijk uit die tijd. De afwijzing op deze brief illustreert de harde bureaucratische realiteit van die periode: zonder bewezen historie in het vak kreeg men geen toegang tot de schaarse handelsvoorraden.
Samenvatting
De schrijfster van de brief, Mejuffrouw (waarschijnlijk mevrouw) Schepper - de Jong, wendt zich tot een onbekende instantie (waarschijnlijk een distributiebureau of een groothandelaar) met het verzoek om vis en mosselen te mogen ontvangen voor de verkoop. Ze voert aan dat ze al heel lang een 'ventvergunning' (vergunning voor straathandel) heeft en dat ze "geen nieuweling" is in het vak. Ze probeert haar verzoek kracht bij te zetten door te refereren aan een "Mheer de Haan" die haar heeft doorverwezen.
De brief is geschreven in een eenvoudig handschrift met een aantal spelfouten ("gehoort", "vischvrou", "bent" bij de ik-vorm), wat duidt op een schrijfster uit de arbeidersklasse. Het taalgebruik is direct en licht dwingend ("dan is de zaak gezond").
Onderaan de brief staat echter een resoluut ambtelijk besluit. De aanvraag wordt afgewezen omdat uit de administratie blijkbaar blijkt dat zij "nimmer voorheen visch verkocht" heeft. Dit suggereert een strikte controle op wie er wel en niet tot de gevestigde handel werd gerekend tijdens de schaarste.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via het distributiestelsel. Om te voorkomen dat mensen tijdens de oorlog plotseling in de handel stapten om te profiteren van de zwarte markt of om extra rantsoenen te bemachtigen, hanteerden de autoriteiten vaak de regel dat men alleen goederen toegewezen kreeg als men kon bewijzen al vóór de oorlog in die branche werkzaam te zijn geweest.
De Polanenstraat 30 huis bevindt zich in de Spaarndammerbuurt in Amsterdam, een typische arbeiderswijk uit die tijd. De afwijzing op deze brief illustreert de harde bureaucratische realiteit van die periode: zonder bewezen historie in het vak kreeg men geen toegang tot de schaarse handelsvoorraden.