Brief (verzoekschrift)
Origineel
Brief (verzoekschrift) 3 november (jaar onbekend, vermoedelijk begin 20e eeuw) J. Koning [Links bovenin de marge, schuin geschreven:]
Inschrijve
Geachten Heer Stam. 3 Nov:
Beleefd vraag ik U om ook in aan-
merking te mogen komen voor een
toewijzing ben toch meer als 20 jaar
hier aan den vismarkt, kom hier
zomer en winter en ben altijd op
tijd geweest, met het verlengen
van een toegangs, heb een vis
vent vergunning. loop alle dagen
met garnalen en heb altijd
vis van U uit de hal betrokken
maar omdat ik zelf zoo als velen
niet kan mijnen heb G. Helsloot
het altijd voor mijn gekocht, en
nog, Ik heb van den zomer ook
aal van den markt gehad. wat
U bij Rozeman kunt informeere
Ik hoop dat U in dezen tijd
ook om mijn huisgezin zult
denken.
In beleefden afwachting
J. Koning
1ste Jansteenstr. 141 I
Alhier
[Linksonder in een ander handschrift:]
Knecht
Helsloot
oproepen De brief is een formeel, maar persoonlijk verzoek van J. Koning aan de heer Stam. De schrijver verzoekt om een "toewijzing", waarschijnlijk een vaste staanplaats of een specifieke vergunning voor de vismarkt waar hij al meer dan 20 jaar werkzaam is.
Opvallende elementen:
* Beroepsernst: De schrijver benadrukt zijn betrouwbaarheid ("altijd op tijd", "zomer en winter").
* Handelswijze: Koning legt uit dat hij zelf niet kan "mijnen" (bieden bij de afslag volgens het systeem van de Nederlandse veiling). Daarom schakelt hij een tussenpersoon in, G. Helsloot, om de vis voor hem in te kopen.
* Referenties: Hij noemt "Rozeman" als iemand bij wie informatie over hem kan worden ingewonnen.
* Sociale context: De smeekbede "ook om mijn huisgezin zult denken" duidt op de economische afhankelijkheid van deze vergunning voor zijn gezin. De brief schetst een beeld van de kleinschalige vishandel in Amsterdam rond de eeuwwisseling (1900). De genoemde 1ste Jansteenstraat ligt in de wijk De Pijp. De vismarkt waarover gesproken wordt, is zeer waarschijnlijk de vismarkt aan de De Ruijterkade of de Centrale Vishallen.
Het proces van "mijnen" was essentieel op de visafslag. Niet iedereen had de financiële middelen of de officiële status om direct deel te nemen aan de veiling, waardoor kleine handelaren (zoals garnalenverkopers die langs de deuren liepen) vaak afhankelijk waren van 'knechten' of commissionairs die voor hen inkochten. De aantekening onderaan ("Knecht Helsloot oproepen") suggereert dat de administratie inderdaad de tussenpersoon wilde horen om de beweringen van J. Koning te verifiëren. G. Helsloot J. Koning
Samenvatting
De brief is een formeel, maar persoonlijk verzoek van J. Koning aan de heer Stam. De schrijver verzoekt om een "toewijzing", waarschijnlijk een vaste staanplaats of een specifieke vergunning voor de vismarkt waar hij al meer dan 20 jaar werkzaam is.
Opvallende elementen:
* Beroepsernst: De schrijver benadrukt zijn betrouwbaarheid ("altijd op tijd", "zomer en winter").
* Handelswijze: Koning legt uit dat hij zelf niet kan "mijnen" (bieden bij de afslag volgens het systeem van de Nederlandse veiling). Daarom schakelt hij een tussenpersoon in, G. Helsloot, om de vis voor hem in te kopen.
* Referenties: Hij noemt "Rozeman" als iemand bij wie informatie over hem kan worden ingewonnen.
* Sociale context: De smeekbede "ook om mijn huisgezin zult denken" duidt op de economische afhankelijkheid van deze vergunning voor zijn gezin.
Historische Context
De brief schetst een beeld van de kleinschalige vishandel in Amsterdam rond de eeuwwisseling (1900). De genoemde 1ste Jansteenstraat ligt in de wijk De Pijp. De vismarkt waarover gesproken wordt, is zeer waarschijnlijk de vismarkt aan de De Ruijterkade of de Centrale Vishallen.
Het proces van "mijnen" was essentieel op de visafslag. Niet iedereen had de financiële middelen of de officiële status om direct deel te nemen aan de veiling, waardoor kleine handelaren (zoals garnalenverkopers die langs de deuren liepen) vaak afhankelijk waren van 'knechten' of commissionairs die voor hen inkochten. De aantekening onderaan ("Knecht Helsloot oproepen") suggereert dat de administratie inderdaad de tussenpersoon wilde horen om de beweringen van J. Koning te verifiëren.